De schooldirecteur

Als je de directeur van de slechtste basisschool van Nederland wordt, is er één voordeel. Het kan alleen maar beter.

Of het gaat nóg slechter en dan moet de school sluiten. Maar daar heeft directeur Wim Ponsen niet van willen weten. Het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs over de basisschool Ru Paré in Slotervaart – „zeer zwak” – moest van tafel. Juist in een wijk als Slotervaart zijn buurtscholen van groot belang, vindt hij.

Maar hoe had het zover kunnen komen? Ponsen doet daar niet moeilijk over. De leerlingen komen uit geïsoleerde gezinnen met een zeer lage sociaal-economische status, de ouders hebben nauwelijks opleiding en spreken vaak slecht Nederlands. Van de leerlingen is 70 procent van Marokkaanse afkomst, 20 procent is Turks. Waarom die dan juist samenklonteren op een bepaalde school, is onduidelijk. Wel duidelijk is dat zo’n school een erg goed lerarenteam nodig heeft, dat kan omgaan met de kinderen én hun ouders. Dat was er niet. Zo werd Ru Paré het afvoerputje van Slotervaart.

Om de school te redden, werden rigoureuze maatregelen genomen: de helft van het lerarenkorps werd vervangen. „Voor de slechtste school zochten we de beste leerkrachten”, zegt Ponsen, die twee jaar geleden de leiding overnam. „De kinderen hebben daar recht op.” Het lukte die docenten te vinden. Ponsen: „Ze komen van ver buiten de stad.”

Die leraren zijn er ook voor de opvoeding. En de ouders worden er op alle mogelijke manieren bij betrokken. Als het nodig is, worden ook de ouders opgevoed. Ouderavonden worden mondeling aangekondigd en alle ouders worden nagebeld. Iedereen moet komen. Dat is de inzet. Voor ouders die geen Nederlands spreken, zorgt de school voor een tolk. De school probeert ouders te lokken met een aantrekkelijk programma. Er worden thema-avonden georganiseerd en taalcursussen. Er is een koffiekamer voor de moeders. De meeste ouderavonden worden nu bezocht door honderd tot honderdvijftig ouders, al zijn er dieptepunten: op de ouderavond over seksuele voorlichting kwamen er vijf.

Het blijft schipperen. Alle kinderen van groep 8 gaan op kamp in Overijssel. Vier meisjes mogen niet mee. Toegeven is geen optie. Ruzie ook niet. Dus rijdt Ponsen ze ’s avonds terug en haalt ze de volgende ochtend vroeg weer op.

Dit jaar kwam de onderwijsinspectie weer kijken. In mei kreeg de school een voldoende.

De laatste schooldag voor de zomervakantie is een dag van afscheid. Alle klassen zijn door leerlingen en leraren gesopt en gepoetst. De school moest uiteraard schoon worden achtergelaten.

Wim Ponsen loopt even een lokaal binnen en praat met wat kinderen. Hij gaat naar zijn huisje in Frankrijk. Waar gaan zij heen met vakantie? „Naar Marokko natuurlijk, meneer!”