De oorspronkelijke bewoner

Na de inbraak zei Mar Lambregts (50), voor het eerst in haar leven: „Ik wil hier weg.”

Dat gevoel duurde maar even, want ze kan zich geen leven voorstellen buiten Slotervaart. Ze werd er vijftig jaar geleden geboren en heeft er op een paar jaar na onafgebroken gewoond. Haar dochter Sonja (23) werd er geboren.

Mar Lambregts woont met haar man in een wijkje met hofjes, vlakbij het Sloterpark. Een dorp in Slotervaart bijna. Iedereen kent elkaar, de wijk barbecuet samen in de zomer en eet samen oliebollen met oudjaar. Slotervaart kent wel meer wijkjes die volkomen wit bleven terwijl eromheen veel allochtonen kwamen wonen.

Afgelopen jaar werd in de wijk van Mar Lambregts talloze keren ingebroken. Mar Lambregts dacht dat haar huis goed beveiligd was, maar achteraf bleek dat als je de middelste hendel van het keukenraam omhoog trekt, de andere twee hendels vanzelf meegaan. Inmiddels is haar huis veranderd in een burcht. Even de deur achter je dichttrekken is er niet meer bij. Als je weggaat, moet je eerst uitvoerig de deuren op slot doen.

Het was op een koude januaridag dat Mar Lambregts thuiskwam en een Marokkaanse jongen voor haar huis zag staan die ging bellen toen hij haar zag. Op dat moment dacht ze: ‘Hè, wat vreemd. Zo’n jongen daar in de kou, in een woonwijk.’

Ze dacht er verder niet over na. Later wel, toen ze het geforceerde keukenraam zag. Ze rende naar binnen en begon te schreeuwen. De twee dieven die nog binnen waren, verdwenen via het dak van de garage. Ze heeft ze niet gezien. Mar Lambregts en Sonja Schrauwers hebben niets tegen Marokkanen. Dat zeggen ze een paar keer. Sonja Schauwers heeft Marokkaanse collega’s waar ze heel goed mee kan opschieten. Die vertellen haar hoe ze ervan balen steeds op het wangedrag van een groepje onopgevoede, soms criminele, Marokkaans-Nederlandse jongens te worden aangesproken.

Tegelijkertijd hebben ze last van Marokkaans-Nederlandse jongens. Als kind ging Sonja vaak met een groepje vrienden naar het Sloterpark, vlak achter hun huis. Tot ze een keer door een groepje Marokkaanse jongens werd ingesloten, vastgepakt en uitgescholden. Daarna ging ze niet meer.

Toen Sonja naar de brugklas ging, was ze het enige autochtone meisje in de klas. De middelbare school was in een paar jaar veranderd van een wit lyceum dat zeer goed stond aangeschreven in een school met voornamelijk Marokkaanse leerlingen. Sonja: „Ik werd volkomen buitengesloten.”

En nu weet Mar Lambregts zeker dat het Marokkaanse jongens waren die bij haar inbraken. De politieagent die langskwam om de aangifte op te nemen, was van Marokkaanse afkomst. Mar Lambregts begon te vertellen wat ze had gezien. Ze wilde zeggen dat ze een Marokkaanse jongen op wacht had zien staan, maar de woorden stokten. Dat leek niet gepast om te zeggen tegen een Marokkaanse agent. Ze zei: „Het ging om een jongen, van eh…, een jongen oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Afrika, denk ik.”

De agent lachte: „Je bedoelt een kut-Marokkaan.”

Lees verder op pagina 20-23