De nieuwe bewoners

Meneer Ahmed Abdellaoui (72) stofzuigt de gemeenschappelijke ruimte. Een tanige, magere man in een lange, grijze jalabba en met een beige geborduurd hoedje. Hij wil dat de verslaggever een goede indruk krijgt. Hij is trots op de eerste woongroep voor ouderen van Marokkaanse afkomst in Amsterdam, Andalus, in Slotervaart. Hij woont er samen met zijn vrouw.

In Marokko wonen ouderen vaak met hun kinderen in één huis. In Nederland gebeurt dat steeds minder. De woningen zijn te klein. En de dochter of schoondochter werkt en heeft minder tijd voor de verzorging. Of geen zin. Ahmed Abdellaoui lijkt het ook niet ideaal. „Kleinkinderen zijn leuk”, vindt hij. „Voor een paar uur. En niet allemaal tegelijk. Ze zijn ook erg druk.” Hij heeft zes kinderen en elf kleinkinderen.

Ahmed Abdellaoui kwam in 1970 naar Nederland om te werken, in 1977 kwamen zijn vrouw en kinderen over. Sinds 1977 woont hij in Slotervaart. Toen was zijn zoon nog het enige Marokkaanse kind in de klas. Hij vindt de woongroep, midden in Slotervaart/Overtoomse Veld, ideaal. „Alles is dichtbij. De metro, de bus. Het politiebureau. De Lidl, de Marokkaanse slagerij, de Turkse bakker, de visboer. En de moskee.”

De woongroep bestaat nog geen jaar, de gemeenschappelijke huiskamer ziet er mooi uit. Houten vloer, zachtpaarse sofa’s langs de kant. Mediterrane kunst aan de muren. In een tweede, zalmroze geschilderde ruimte staan houten tafels en stoelen. Grote ramen kijken uit op een tuin. De twee ruimtes kunnen met een schuifdeur van elkaar worden gescheiden. Belangrijk voor festiviteiten waarbij mannen en vrouwen zijn uitgenodigd. Die kunnen dan apart zitten. Er is plaats voor enkele tientallen mensen.

Vanuit de huiskamer zijn de negentien driekamerappartementen te bereiken. Daar wonen acht alleenstaande vrouwen en elf echtparen. Abdellaoui kan zijn kinderen altijd bellen voor hulp, maar gaat naar de buurman als het urgent is. Hij klopt op een denkbeeldige deur en roept: „Hé buurman, ik ben ziek.” De buurman komt dan meteen, vertelt hij tevreden.

Het idee voor een woongroep kwam vijf jaar geleden van een groepje oudere, alleenstaande Marokkaanse vrouwen die zich eenzaam voelden. Wooncorporatie Far West zag het helemaal zitten. De doelgroep was groot. Het bleek toch lastig bewoners te vinden, vertelt Fatma Khottoul van Far West. Alleen vijftigplussers zonder thuiswonende kinderen komen in aanmerking voor een plek. Relatief veel Marokkaanse mannen trouwen (opnieuw) met een jongere vrouw en hebben op latere leeftijd nog inwonende kinderen.

En er was nog iets: de doelgroep wil graag in een groot huis blijven wonen, ook als de kinderen het huis uit zijn. Ze willen ruimte voor familiebezoek en logés. In de woongroep hebben ze daarvoor de gemeenschappelijke ruimte en een extra slaapkamer.

Ahmed Abdellaoui wil graag dat Fatma Khottoul even meeloopt nu ze er toch is. Een deur klemt, een andere deur moet automatisch open kunnen zodat mensen met rollators erdoor kunnen. En hij wil graag een bordje bij de brievenbus dat mensen ongeadresseerd drukwerk opruimen. Kan dat? Wanneer? Fatma Khottoul lacht. Ze zal haar best doen.