De Marokkaanse moeder

In Slotervaart moet een Marokkaanse moeder moeite doen om géén hulp te krijgen bij de opvoeding. Negen moeders zitten rond de tafel. Zeven hebben hun hoofddoek strak rond hun gezicht, de knoop onder de kin. De stof valt ruim over hun schouders. Een enkeling heeft een baby of peuter op schoot. Ze kletsen met elkaar in het Arabisch.

Pedagogisch adviseur Esma Bouchachout is blij dat ze gekomen zijn, zegt ze, en somt ter introductie nog even op waar ze nog méér terecht kunnen: elke basisschool kent een inloopspreekuur. In de buurthuizen, wijkcentra en in het Ouder- en Kindcentrum waar Bouchachout werkt, zijn spreekuren en cursussen. Moeders kunnen daar naartoe voor tips, of om te horen hoe andere ouders dezelfde problemen aanpakken. „Het is fijn te weten dat je niet de enige bent.” Moeders van tieners zijn ook uitgenodigd. Vaders zijn trouwens ook van harte welkom.

Het is dinsdagochtend negen uur. „Laten we beginnen. Ik spreek Nederlands, als jullie iets niet begrijpen, vraag het gerust.” Een paar moeders knikken, anderen trekken hun wenkbrauwen op. Esma Bouchachout vertaalt snel in het Arabisch. Ze vertelt over frustratie bij kinderen. En dat die een functie heeft. En dat je dan als ouder het kind kan helpen door te zeggen: oh, is het niet gelukt die toren te bouwen? Kom, ik ga je helpen. Of: hoe komt het nou dat je een onvoldoende hebt gehaald op school? Ben je misschien te laat begonnen met leren?

De moeders luisteren stil. „Volgende keer”, zegt Esma Bouchachout, „gaan we hier, insjallah, mee verder. Is er nog een verzoek voor de volgende les?”

Najira zou graag een les willen over opvoeden in Nederlandse en Marokkaanse cultuur. Ze heeft een zoontje van een paar maanden en een dochter van drieënhalf. Najira is sinds 2003 in Nederland. Haar man werkt als beveiliger, zij parttime als ouderenbegeleidster. „Jullie zijn hier zo vrij. Ik ben bang dat mijn dochter straks ook van die blote jurken aan wil. En dat ze misschien niet wil bidden en vasten met de ramadan. Hoe moet ik daar dan mee omgaan?”

En ze wil ook graag een afspraak maken. Haar dochtertje is enorm jaloers op haar broertje. „Breng hem terug naar de Albert Heijn, zegt ze steeds. Ze denkt dat we hem daar gekocht hebben.” Ze moet er zelf om lachen.

Bouchachout prijst haar. „Goed dat je er zelf wat aan wilt doen. Vaak komen ouders pas langs als er al grote problemen zijn.” Dan is er thee en cake. „Wie komt er de volgende keer?” vraagt Bouchachout. Alle moeders steken hun hand op.