De leraar

Hij woont in Slotervaart nu bijna uitsluitend tussen Marokkanen. En dat vindt Mohammed Mallaouch bizar. In 1985 kwam hij naar Nederland, hij was 22 jaar. Hij trouwde met een ‘prachtig mooi’ Nederlands-Marokkaans meisje en ze woonden tussen de autochtonen in Amsterdam. Hij vond een baan als leraar op een middelbare school en brulde op het terras de liedjes van André Hazes mee.

Dat was toen.

Zijn vrouw en hij wilden groter wonen en in 1992 kregen ze een woning in Slotervaart. Aan de Pieter Calandlaan. Het was toen een keurige middenklassebuurt. Driekwart van de bewoners was wit. In de loop van de jaren zag hij de autochtonen vertrekken. De buren uit het trappenhuis vertrokken, de bewoners van het hele blok en van het plein. Ze gingen naar Purmerend of Almere. Of ze kochten een huis in Nieuw Sloten, de witte wijk naast Slotervaart.

Het omgekeerde zag hij ook: Marokkanen uit gemengde buurten trokken naar Slotervaart om lekker samen te wonen. Het verbaasde hem.

„Even dacht ik: ik moet ook weg. Iedereen doet dat. Tot ik bedacht dat doen wat iedereen doet omdat iedereen het doet, geen goede redenering is.”

Mohammed Mallaouch houdt ervan de zaken met dramatiek te brengen. „De kloof wordt steeds dieper. Straks kunnen we elkaar alleen nog maar beledigen.”

Dat het in Slotervaart bij een aantal Marokkaans-Nederlandse jongens is misgegaan, daar is Mohammed Mallaouch helder over. Hij weet hoe het komt. (Gebrek aan taal/ opvoedingscapaciteiten/ opleiding van de ouders. Gebrek aan adequate aanpak van scholen/ welzijnswerk/ politie). Oorzaken opsommen, kan iedereen, vindt hij. Het gaat erom dat er wat aan wordt gedaan.

Hij begon, aanvankelijk naast zijn baan als docent, met huiswerkklassen. Hij zorgde voor computers voor de jongeren uit zijn wijk. Hij heeft een pand in de Piet Mondriaanstraat, midden in Slotervaart. Zijn doelgroep omvat inmiddels iedereen van Marokkaanse afkomst: kinderen, meisjes, jongens, vaders, moeders, ouderen.

Hij bracht met een groep oudere Marokkaanse mannen een bezoek aan Auschwitz. Zij vertelden er later over in de buurt. Hij ging met een groep Marokkaanse kinderen op zomerkamp naar Marokko, zodat zij het land van hun ouders leerden kennen. Hij spreekt met moeders over rondhangende kinderen.

Als het een jongen niet lukt op tijd op te staan voor zijn werk, gaan ze samen een wekker kopen. Hij vertelt tegen Marokkaanse jongens dat homo’s net zoveel respect verdienen als zijzelf willen krijgen en regelt een ontmoeting. Hij heeft een ouderensalon voor oudere Marokkanen. Voor zijn projecten krijgt hij subsidie, veel is liefdeswerk. Want Mohammed heeft een missie: mensen tot elkaar brengen dus.

Lees verder op pagina 22-23