De fietsenmaker

Onder het viaduct bij de Cornelis Lelylaan in Slotervaart zitten drie Marokkaanse winkels. Eerst Asala met Marokkaanse interieurs, dan de Marokkaanse herenkapper De Toekomst. En daarna K & R Rijwielmarkt. De Rijwielmarkt is van Nourdin El Faraji (24) en Karim Arrous (23).

Nourdin is er vandaag alleen, Karim is ziek.

Terwijl verderop jongens van dezelfde leeftijd doelloos op een pleintje rondhangen, hebben Nourdin en Karim sinds twee jaar een goedlopende fietsenreparatiezaak. En dat terwijl Marokkaanse Nederlanders niet echt van huis uit met fietsen opgroeien. Maar dat verandert, zegt Nourdin.

Oudere Marokkanen zie je nauwelijks op de fiets, maar jongeren steeds vaker. Al willen sommige jongens nog niet dood op een fiets gezien worden. Die rijden alleen op een scooter. Nourdin zelf rijdt trouwens ook liever op een scooter of in een auto dan op een fiets.

Dat Nederlands-Marokkaanse jongens een fietsenzaak runnen, is bijzonder. De meeste Marokkaanse jongens studeren iets economisch, iets juridisch of iets met handel. Ze werken het liefst in een beroep waarbij ze niet vies worden.

Nourdin liep stage als verkoper bij Halfords voor zijn mbo-opleiding detailhandel toen de fietsenmaker stopte. Hij werd daarvoor gevraagd en deed het aanvankelijk met tegenzin. Maar toen hij eenmaal bezig was, werd het steeds leuker. Hij begon eenvoudig, met remmen afstellen en zo. Daarna deed hij de interne Halfords-opleiding tot fietsenmaker.

Zo ontstond het idee om een fietsenwinkel te beginnen. Nourdin wilde altijd al een eigen zaak, zegt hij. „Ik geef liever opdrachten dan dat ik ze krijg.” Bovendien leek, na wat googelen, een fietsenreparatiezaak een gat in de markt. Karim kende hij als kind al. Karim was, zegt Nourdin, in de box al aan het sleutelen. „Hij haalt iets uit elkaar en weet hoe het werkt. Ik heb hem nauwelijks iets hoeven leren.” Ze bleken een gouden koppel.

Toen ze via een neef van Karim hoorden dat een Pakistaan stopte met zijn internetcafé onder het viaduct, dachten ze: „Nu!” De ouders van Nourdin vonden het best eng. ‘Maar vergis je niet’, zeiden ze, ‘een eigen zaak is keihard werken.’ En dat is het. In het begin waren ze beiden zes dagen per week in touw. De concurrentie was op maandag dicht, dus de Rijwielmarkt niet. Inmiddels kunnen ze allebei een dag per week vrij nemen, naast de zondag waarop de winkel gesloten is.

Op vrijdagmiddag is de Rijwielmarkt twee uur gesloten. Dan gaan Nourdin en Karim naar de moskee voor het vrijdaggebed. Ook de vele autochtone klanten weten dat inmiddels. En trouwens, als het druk is, slaat een van de twee het gebed over.

Nieuwe fietsen hebben ze niet staan uit plaatsgebrek, maar ze verkopen ze wel. Nourdin: „Ik zeg altijd: probeer ’m lekker uit bij de concurrent en bestel hem daarna bij ons. Dan krijg je 15 procent korting.”