De eerste namen gonzen al door de gangen

Ook het door laten schemeren van namen is een onderhandelingstactiek.

Het is een complex spel van aftasten en ontkennen.

Nog altijd onderhandelen enkelen achter hermetisch gesloten deuren over een kabinet. Bij gebrek aan beter stort de rest van de vierkante kilometer aan het Binnenhof zich alvast op het onvermijdelijke namen noemen. Altijd weer een hachelijke zaak, waarbij alles met alles samenhangt: partijkleur, aanzien departement, man-vrouw, ervaren-nieuw, etc. Een verschuivende puzzel met meer dan drie dimensies.

Ook gisterenavond onderhandelden Mark Rutte (VVD), Geert Wilders (PVV) en Maxime Verhagen (CDA) over de totstandkoming van een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV.

Velen achten zich kandidaat voor een ministerschap of staatssecretariaat, weinigen zijn uiteindelijk uitverkoren. Als het om de verdeling van de kabinetsposten gaat, strijden diverse ongeschreven wetten om voorrang. Eén van de belangrijkste is: niet als eerste genoemd worden, want dat verkleint de kans alleen maar. Maar het zijn meestal degenen die genoemd worden die aan deze wet herinneren. Zodoende kan het ook als een vorm van valse bescheidenheid worden uitgelegd, of een poging om de werkelijkheid zo lang mogelijk te ontkennen. De rijke formatiegeschiedenis leert immers dat altijd wel een aantal reeds vroeg gelanceerde namen ‘goed geschoten’ is.

Of VVD, CDA en PVV al concreet over namen gesproken hebben? Natuurlijk niet, is de officiële mededeling. Eerst de inhoud, dan de ‘poppetjes’, of de ‘mennekes’, zoals ze in de jaren vijftig heetten. Bekend is slechts de opvatting van informateur Ivo Opstelten dat gedoger Wilders ook over namen moet kunnen meepraten, hoewel zijn partij geen zitting in het kabinet zal nemen. Meepraten is wat anders dan vetoën. Want ook dat is een ongeschreven wet geworden: elkaars kandidaten afwijzen doet men niet.

Maar de werkelijkheid is anders. Al tijdens het bespreken van „de inhoud” spelen kandidaten en onderhandelaars een complex spel van aftasten en ontkennen, beschikbaarheid tonen en desinteresse veinzen, toezeggingen doen die geen beloften zijn.

Soms sijpelen er wat namen naar buiten, ook dat is onderdeel van de tactiek.

Eén VVD’er weet al maanden dat hij minister wordt. Partijleider Mark Rutte mag straks als minister van Algemene Zaken zijn spulletjes naar het Torentje verhuizen. Met het vanzelfsprekende voorbehoud dat hij de onderhandelingen succesvol afrondt.

De VVD moet meer ministers leveren. Nog vijf, als verhalen over minder ministeries kloppen. Henk Kamp, die altijd een grote interesse voor immigratie aan de dag legde, is al gesignaleerd op de ‘ministersgang’ van Justitie, dat een nieuw kabinet waarschijnlijk Veiligheid zal noemen.

Zeker nu zeggenschap over de politie naar verwachting verhuist van Binnenlandse Zaken naar Justitie, zou het een mooie beloning zijn voor Kamp. Hij was ooit een geduchte concurrent van Rutte voor het partijleiderschap, maar trok zich terug uit die strijd. Daar moet hij nog voor worden bedankt. Er zijn nog wel andere VVD’ers die een beloning verdienen. Zoals VVD-Kamerleden Stef Blok en Edith Schippers. De eerste heeft zijn diensten bewezen als leider van de verkiezingscampagne die de VVD de grootste maakte, en als goed ingevoerde sociaal-economisch expert. Schippers is Ruttes loyale en dus onmisbare secondant in de fractie. Blok zou kandidaat zijn voor het ministerschap van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Schippers zou Volksgezondheid kunnen krijgen. Dat zijn belangrijke ministeries: ze verdelen heel veel geld.

Niet alle ministerskandidaten kijken dagelijks uit op het Binnenhof. Zo zou Melanie Schultz van Haegen, tussen 2002 en 2007 staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, volgens sommige VVD’ers „zeker” als minister terugkomen. Of neem europarlementariër Hans van Baalen, wiens naam valt als minister van Buitenlandse Zaken. Ook Frank de Grave komt op sommige lijstjes voor.

Geen enkele CDA’er twijfelt dat fractievoorzitter Maxime Verhagen zo snel hij kan weer als vicepremier het kabinet zal instappen. De meest waarschijnlijke post is die van een fusieministerie van twee ‘kleine’ spelers in Den Haag: Economische Zaken en Landbouw. Hij is niet de enige oud-bewindspersoon in de fractie die graag één van de vijf CDA-ministersposten wil vullen. Zo zou het ministerie van Defensie al rekenen op Gerda Verburg. Er zijn maar weinig mensen die er niet van uitgaan dat Jan Kees de Jager gewoon minister van Financiën blijft. Marja van Bijsterveldt, nu staatssecretaris van Onderwijs, zou kunnen doorschuiven naar de ministerskamer, hoewel ook de naam van VVD’er Uri Rosenthal voor die post wordt genoemd. Ook de naam van fractiesecretaris Sybrand van Haersma Buma duikt af en toe op, voor dezelfde post als VVD’er Schultz van Haegen.

En niet getreurd: voor wie geen minister wordt, zijn er altijd wel staatssecretariaten. Ook een mooie beloning, bijvoorbeeld voor CDA-partijvoorzitter Henk Bleker, die de woede in zijn partij over samenwerking met de PVV zo goed weet te beheersen. Piet Hein Donner, ook bedwinger van interne onvrede, zou een beloning wachten, maar hij wordt vaker genoemd als nieuwe vice-president van de Raad van State.

Wat opvalt is dat nieuwe, onbekende namen nauwelijks in de lijstjes voorkomen. Dat komt niet alleen omdat ze zich buiten het zicht van speculanten bevinden. Talenten die nog geen politiek bedrijven maar dat wel zouden willen, zijn schaars.