De dokter

Altijd hing er bij de familie Stam in Slotervaart een touwtje uit de brievenbus. De kinderen en hun vriendinnetjes konden in en uit lopen. Dat touwtje hangt er niet meer, en niet alleen omdat de kinderen nu volwassen zijn. In Slotervaart laat je geen touwtje meer uit je brievenbus hangen.

Joop Stam (67): „Toen wij hier in 1971 kwamen wonen, was Slotervaart een saaie buurt. Ik wilde het liefst in de Amsterdamse binnenstad blijven wonen. Daar had ik mijn huisartsenpraktijk. Lots wilde naar het platteland.”

Lots Stam (69): „Slotervaart was het compromis.”

Joop: „Het was hier spierwit. Veel onderwijzers, lagere ambtenaren en handwerkslieden. De omgeving was heel groen. We hadden een kind, er werden er nog twee in Slotervaart geboren.”

Ze zagen de wijk in de afgelopen veertig jaar veranderen van heel wit naar zeer gemengd. Ze keken er vanaf de zijlijn naar. Hun straat ligt aan de rand van de wijk. Bang waren ze nooit, soms wel verbaasd. Die verbazing gold ook voor de berichtgeving – als je sommige media mocht geloven, woonden ze opeens in een oorlogswijk.

Lots: „Het ging geleidelijk. Op de basisschool van de kinderen zag ik opeens een paar donkere kindjes komen. ”

Joop: „Eind jaren zeventig kwamen er meer Turkse en Marokkaanse gezinnen. Ik merkte het vooral op mijn praktijk in de Kinkerbuurt. Dat was even wennen. Die belden op en zeiden: ‘Kind ziek, dokter komen!’ Die kon je niet via de telefoon geruststellen, zoals bij Nederlanders. Ik heb toen besloten daar nooit pissig over te worden en gewoon te gaan. Soms was dat trouwens maar goed ook.”

Lots: „Daarna kwamen er steeds meer Turkse en Marokkaanse gezinnen. Niet in deze straat, dit zijn koopwoningen, maar in de flats over de Pieter Calandlaan. Bedreigend was het niet.”

Joop: „Pas toen het nieuwe Sloterparkbad al na drie weken weer dichtging omdat ze die Marokkaanse jongetjes niet in toom konden houden, voelde ik me bezorgd. En bij station Lelylaan kwamen van die hoge hekken. Dat zag er onprettig uit. We woonden opeens in een beruchte buurt.”

Lots: „Familie uit de provincie dacht dat het hier oorlog was.”

Joop: „Ja, waarom woont een dokter in zo’n achterstandsbuurt. Haha. Veel mensen uit de straat gingen verhuizen, naar Purmerend, Almere of Nieuw Sloten. Een paar jaar geleden is de openbare ruimte op die jongens terugveroverd.”

Lots: „Dat was met Marcouch. Toen kwamen ook straatcoaches en buurtvaders. Die spraken rondhangende jongens aan op hun gedrag. Dat gaf een goed gevoel.”

Joop: „Veel van die flats worden nu gesloopt. Er is meer oog voor spreiding. Dat was jarenlang nul.”

Lots: „Bang ben ik nooit geweest. Voorzichtig ben ik wel, zeker de laatste tien jaar. Maar je wordt wat ouder, daar kan het ook aan liggen.”