'Brandstichting door Molukkers'

De branden die in de nacht van zondag op maandag hebben gewoed in Molukse kerkgebouwen in Nijverdal en Hoogeveen zijn mogelijk „vergeldingsacties” van Molukkers zelf. Dat zegt Wim Rahajaan, algemeen bestuurslid van de Molukse Kerkvoogdijraad (MKV), die beide gebouwen beheert.

In Nijverdal moest de brandweer de koperen koepel van het gebouw van de stichting Bunga Tandjung slopen om de brand te bestrijden. In Hoogeveen ging het kantoorgedeelte van het gebouw waar ook een kerk in zit, in vlammen op. Diezelfde nacht kreeg de politie in Assen een melding van poging tot brandstichting bij een Moluks gemeenschapspand.

De politiekorpsen in Twente en Drenthe hebben laten weten samen te werken bij de opsporing van eventuele brandstichters. Zij zien verbanden tussen de branden. Rahajaan ook. Hij vermoedt dat de branden te maken hebben met onvrede en „opgekropte, onderhuidse frustraties” binnen de Molukse kerkgemeenschap over de miljoenen die de raad is kwijtgeraakt als gevolg van verkeerde beleggingen. Dat geld was bedoeld voor het onderhoud en de nieuwbouw van Molukse kerken.

Het gaat om een deel van de 52 miljoen gulden die de Staat der Nederlanden eind jaren 80 als ‘bruidsschat’ heeft uitgekeerd aan de Molukse Kerkvoogdijraad, toen de dienst Domeinen Molukse kerkgebouwen overdroeg aan de gemeenschap. „In 2004 zijn er nog enkele miljoenen teruggekomen, maar dat geld is besteed aan onderhoud en leningen die waren aangegaan. Beetje bij beetje is het opgeraakt”, zegt Rahajaan, die zelf sinds anderhalf jaar bestuurslid is. „Ik snap de frustratie: mensen gaan ter kerke waar emmers op de vloer staan wegens lekkage – maar brandstichting is niet goed te praten.”

Suggesties dat de branden te maken zouden hebben met het aanstaande bezoek van de Indonesische president aan Nederland, of met de uitzending van het tv-programma De Reünie waarin aandacht was voor de gijzeling op een basisschool in Bovensmilde in 1977 door Molukkers, acht hij minder aannemelijk. Rahajaan brengt ook de brand die in februari woedde in een Moluks kerkcentrum in Houten hiermee in verband. De politie heeft inmiddels contact gezocht met de voorzitter van de kerkvoogdijraad.

Molukkers in Hoogeveen reageerden vanochtend geschrokken op de suggestie dat de dader mogelijk in eigen kring moet worden gezocht. „Nee, dat zouden wij nooit doen”, zegt Martin Unitli, die zijn logéhondjes in de buurt van de Maranathakerk uitlaat. „Dit is de kern van ons leven.”

Vervolg ‘De dader kan iedereen wel wezen’: pagina 3

Welk mens steekt nu een kerk in brand?

De vloeren van de Maranathakerk zijn zwartgeblakerd, het dak van de consistorie is half naar beneden gevallen. In de hal staat een halfverbrand boeketje. Het terrein van de 50 jaar oude kerk is afgezet met hekken. De kerkzaal zelf is ongeschonden. De zijramen staan open. Het vorig jaar vernieuwde interieur, de nieuwe zwarte stoelen, kleine kroonluchters, een splinternieuw orgel, waarvoor jaren geld is ingezameld, is behouden gebleven. Alleen een lang zijraam is gesneuveld.

De Molukse Kerkvoogdijraad omvat vijf kerkgemeenschappen en beheert 24 gebouwen in het hele land. Volgens president John Wattilete van de Molukse regering in ballingschap zal de gemeenschap alle centra en kerken vanaf nu extra in de gaten houden.

In een zaaltje van de Molukse Stichting Salawaku (‘voor samenlevingsopbouw’) in Hoogeveen bespraken vier bestuursleden vanmorgen de situatie. Hun grootste zorg: hoe bewaren we de rust in de Molukse gemeenschap en waar kunnen we zondag het Heilig Avondmaal vieren? De verslagenheid is groot, zegt Sammy de Lima. „Dit is een aanslag”, verzekert hij. „De vraag die bij ons leeft is: welk mens haalt het in zijn hoofd om een kerk in brand te steken? De kerk is ons erfgoed.”

Bestuurslid Mima Mailissa zegt dat de Molukse gemeenschap enorm is getroffen. „De kerk is het middelpunt van onze cultuur en gemeenschap.”

Vooral rust is nu nodig, beklemtoont ze. Daarom wil ze niet nadenken over eventuele daders.

Adviseur Jacob Loupatty zegt dat de Molukkers in „goede harmonie” leven met andere allochtone bevolkingsgroepen. „We wachten het politieonderzoek maar af. Daar hebben we vertrouwen in. De dader kan iedereen wezen.”

Als ze horen dat gesuggereerd is dat de dader in eigen kring gezocht moet worden, kijkt het viertal vol ongeloof. Sammy de Lima moet er hardop om lachen. „Ooohh, dit is nieuw voor ons”, reageert Mima Maelissa verbaasd. „Dat vind ik wel heel ongenuanceerd.”