Artsen in zes ziekenhuizen zijn niet goed

Zorgverzekeraars beschikken over veel informatie over de kwaliteit van ziekenhuizen. Weinig patiënten doen daar iets mee.

Sommige artsen in Nederland zijn zo slecht dat verzekeraar CZ met hen geen zaken meer wil doen. Klanten van CZ krijgen vanaf volgend jaar borstkankeroperaties in zes slecht presterende ziekenhuizen niet meer vergoed. Om welke ziekenhuizen het gaat wordt later deze week bekendgemaakt. Het is voor het eerst sinds de invoering van de marktwerking in de zorg in 2006 dat een zorgverzekeraar ziekenhuizen uitsluit. Opvallend dat dit nu pas gebeurt. Want concurrentie was het sleutelwoord van die wet. Marktwerking zou de kwaliteit verbeteren en de kosten verlagen. Maar zorgverzekeraars durfden al die jaren niet te kiezen. Ze waren bang om klanten te verliezen die gehecht waren aan hun ziekenhuis. Ook als ze slecht presteerden, mochten klanten zich er laten behandelen.

Bovendien blijkt de patient oerconservatief. Hij kiest niet alleen bijna altijd voor het dichtstbijzijnde ziekenhuis (handig voor het bezoek), maar gaat vooral af op informatie van de huisarts die een ziekenhuis adviseert. Terwijl die meestal afgaat op onvolledige en vaak oude informatie. De beste informatie heeft de zorgverzekeraar, maar die heeft een geloofwaardigheidsprobleem. „Klanten vertrouwen ons toch veel minder dan een inspectie voor de gezondheidszorg of de huisarts”, zegt een woordvoerder van Achmea.

Verzekeraar Menzis weet net als Achmea hoe goed artsen zijn in de behandeling van negen veelvoorkomende ziekten, zoals staar, hernia, knieën, heup, spataderen en borstkanker. Ze hebben websites, balden en callcenters die iedereen kunnen vertellen waar ze de beste of snelste hulp kunnen krijgen. „Het gaat om wezenlijke verschillen”, zegt bestuurder Bas Leerink van Menzis: „Toch maken ze in 97 procent van de gevallen hun eigen keuze.” Slechts een kleine minderheid gaat op basis van de informatie van verzekeraars naar een andere arts.

Vreemd want het onderzoek van die verzekeraars laat bijvoorbeeld zien dat bepaalde artsen sneller en beter zijn: dat wijst bijvoorbeeld het aantal complicaties uit. Verzekeraars stellen ook eisen aan voorlichting door een arts aan zijn patiënt. Toch gaat die patiënt zijn eigen weg. Leerink zegt dat dit kleine percentage van 2 à 3 procent dat overstapt toch grote impact heeft op de mindere ziekenhuizen: „Ze werken met smalle marges, dus als er patiënten verdwijnen zie je ze bijna allemaal forse aanpassingen doen om ons label van ‘Topzorg’ weer terug te krijgen. Overigens krijgen ziekenhuizen die beter dan het gemiddelde presteren een extra vergoeding van Menzis, die kan oplopen tot 10 procent.

Omdat patiënten de beoordelingen van zorgverzekeraars niet vertrouwen, gaan verzekeraars sinds kort de boer op bij huisartsen. Zij houden nu regionale bijeenkomsten waarin ze huisartsen tonen wat de prestaties zijn van de artsen in hun gebied: hoe goed ze zijn, hoe goed ze hun patiënten inlichten, hoe lang hun wachtlijsten zijn en hoe vaak zij opnieuw moeten opereren, omdat de behandeling niet goed verliep.

Het beoordelen van ziekenhuizen is al jaren een heet hangijzer. De overheid wil dat alleen de beste nog bepaalde operaties mogen uitvoeren. Ziekenhuizen moeten zich specialiseren. Andere operaties moeten ze afstoten naar andere. „Er zijn te veel ziekenhuizen die behandelingen blijven doen waar ze niet goed in zijn. Die moeten zich specialiseren in behandelingen waarin ze wel goed zijn”, zei bestuursvoorzitter Van der Meeren van CZ gisteren.

Andere verzekeraars gaan niet zo ver. Ze proberen het met zachte dwang. Hoewel Menzis vorig jaar al wel zeven van de tien ziekenhuizen uitsloot voor de operaties van maagverkleining. Leerink: „Voorlopig blijft het daarbij. We werken voor onze klanten. Die willen heel vaak niet eens weten hoe goed of slecht hun ziekenhuis is.”