Zinloze broederstrijd

Dat Labour na de verkiezingsnederlaag dit voorjaar en het vertrek van premier Gordon Brown zou worden geleid door een Miliband stond bijna vast. De vraag was alleen of die David of Ed zou heten, zoons van de marxist Ralph Miliband, wiens boek The State in Capitalist Society ook in Nederland vele jaargangen politicologiestudenten heeft beziggehouden. Na een lange campagne won Ed Miliband zaterdag met 50,65 procent van de stemmen, 1,3 procentpunt meer dan zijn broer.

Beiden waren de gedoodverfde leiders, bij gebrek aan meer charismatische kandidaten. En ook omdat de anderen vooral het visioen opriepen dat Labour, net als na 1979, weer decennia zou moeten ronddolen in een onmachtige oppositie tegen de Conservatieven.

Maar dat wil niet zeggen dat het ‘koekoek één zang’ is. David Miliband, die drie jaar minister van Buitenlandse Zaken was, representeert meer de middenkoers waarmee Tony Blair in 1997 de macht veroverde. De vier jaar jongere Ed (40) heeft zich linkser laten kennen, ook als hij daarmee afstand moest nemen van de regering waarin hij diende als minister van Energie.

Beide broers deden alsof het om accenten ging. Maar de minuscule overwinning van Ed Miliband heeft de onderlinge verschillen binnen de familie én de partij toch aangescherpt. Als alleen de partijleden of parlementariërs van Labour hadden mogen stemmen, zou David Miliband zijn gekozen. Ed won het zaterdag in de laatste ronde echter dankzij de stemmen van een aantal grote vakbonden, die statutair nog steeds een aparte positie binnen Labour innemen. Dankzij dit succes kunnen de bonden weer de traditionele en vooral heilloze machtsposities opeisen, die ze sinds Blair in New Labour waren kwijtgeraakt. Tegelijkertijd heeft de partij door haar voorkeur voor David kenbaar gemaakt daar weinig voor te voelen.

Die tegenstelling tussen partijleden en vakbonden ondergraaft de status van oppositieleider Ed Miliband, die de Labourfractie in het Lagerhuis snel con amore achter zich zal moeten krijgen om niet al te kwetsbaar te worden voor de spot van de Conservatieven: dat eigenlijk zijn broer die positie zou hebben moeten innemen.Ed Miliband heeft mede daarom weliswaar meteen verklaard dat hij een ‘man in his own right’ is, met warme aandacht voor de beknelde middengroepen, en dat hij dus niet naar de pijpen van de vakbonden zal dansen. Maar deze spanning zal vermoedelijk toch de partij als geheel gaan belasten.

Labour is geen uitzondering. Internationaal worden bijna alle sociaal-democratische partijen sinds de kredietcrisis en economische recessie verscheurd.

De behoefte aan macht dwingt hen het politieke midden op te zoeken, waar het verschil tussen regeren en oppositie gemaakt wordt. Door het banenverlies en de opkomst van eclectische anti-immigrantenpartijen die aan de oude, werkende bevolking appelleren voelen ze zich tegelijkertijd echter ook genoodzaakt om een volksere koers te varen die zich uit in een linksere ideologie.

Die verscheurdheid zal niet snel worden geheeld. Simpelweg omdat er geen helder omlijnde ideologie voorhanden is. Ook Ed Miliband zal daar snel achter komen.