Veroordeeld, verguisd en toch op zoek naar acceptatie

Al meer dan een jaar zwerft pedoseksueel Sytze van der V. door het land zonder dat er toezicht op hem is. Dat had de rechter opgelegd, maar Van der V. traineert dat. Hij wil niet veranderen, hij wil zijn recht halen.

De veroordeelde pedofiel Sytze van der V. wil niet afspreken op een station, want daar komen te veel mensen die hem kunnen herkennen. En al helemaal niet waar hij nu woont of verblijft. Dan weet hij zeker dat hij daar snel weer moet vertrekken.

Dus komt Sytze van der V. op een dinsdagochtend binnenlopen in een gehuurd zaaltje langs een snelweg ergens in Nederland. Lachend, joviaal. Hij draagt een wollen spencer over een gestreept overhemd. Als hij tijdens het gesprek iets opzoekt, zet hij een leesbril op met een dun goudkleurig randje. Hij ziet er uit als een vriendelijke, gezette opa.

Maar hij is geen opa. Hij heeft geen kinderen. Hij heeft nog nooit een seksuele relatie met een volwassene gehad. Hij valt op jongens tussen de twaalf en zestien jaar en vindt het niet verkeerd om seks met ze te hebben. Hij wil „liefdevolle relaties met pubers” opbouwen waarin dwang geen rol speelt.

In de jaren tachtig kon Van der V. overal vertellen dat hij pedoseksueel was. Hij publiceerde er een boek over, onder zijn eigen naam. Nu vind je 700.000 haathits als je hem googelt. Een jaar na zijn vrijlating heeft Sytze van der V. nog altijd geen vaste woonplaats. „Ik leef als een plant”, zegt hij.

Nederlands meest bekende pedoseksueel is een publieke anonimus. Hij leeft in een schemerzone. Altijd bang voor herkenning, permanent in gevecht met de autoriteiten. Vooral met de reclassering en de gemeente Eindhoven, die hem tot nog toe vergeefs probeert een gebiedsverbod op te leggen. Burgemeester Van Gijzel overweegt een derde poging, liet zijn woordvoerder vanochtend weten.

Van der V. onderscheidt zich van andere pedofielen omdat hij weigert te accepteren dat seksuele moraal is veranderd. Hij huilt niet, zoals zwemleraar Benno L. in de rechtszaal, omdat hij zich schaamt. Hij is strijdbaar. Hij vindt dat híj het slachtoffer is, van verkeerde wetgeving. En hij weigert te erkennen dat hij kinderen met zijn handelen beschadigt. Zijn situatie tekent de onmacht van de autoriteiten: iedereen is het erover eens dat hij onder toezicht zou moeten staan, maar dat is al een jaar lang niet het geval. Wie is, kortom, Sytze van der V.?

Het valt niet mee met mensen over hem te spreken. Weinigen willen met hem geassocieerd worden. Met velen verkeert hij in staat van oorlog. De gemeente Eindhoven wil niet meewerken. „Alle publiciteit frustreert het werken aan een oplossing”, zegt een woordvoerder. Dus praten we met hem. We lezen vonnissen, rapporten, e-mails en zijn strafblad. We spreken één van zijn drie zussen, de reclassering en pedoseksuelen die hem van vroeger kennen. Langzaam ontstaat een beeld.

Van der V. vertelt dat hij, zoals alle pubers, op zijn twaalfde seksuele gevoelens kreeg. Hij merkte dat hij opgewonden werd van kinderen, en experimenteerde met ze. Een agent betrapte hem. Hij kreeg de Raad voor de Kinderbescherming op zijn dak.

Thuis in Sliedrecht was het volgens hem „kil”. Een vader die hard werkte. Een moeder die „liefdeloos” was. Zijn jongste zus bevestigt dit. Volgens haar had Sytze het als enige jongen tussen drie meiden extra zwaar. „Hij kreeg de meeste klappen.” De kinderen trokken niet echt samen op. „Ieder van ons probeerde zo snel mogelijk groot te worden.” Sytze van der V. zette zich af. Op zijn 17de vochten hij en zijn ouders elkaar „de tent uit” en werd hij uit huis geplaatst. Tot zijn 21ste verbleef hij in kindertehuizen. Met zijn zussen verloor hij het contact.

Begin jaren zeventig – hij moet ongeveer 23 zijn geweest – kreeg hij een baan bij het Jongeren Advies Centrum (JAC) in Eindhoven. Een oud collega bevestigt dit in een e-mail. „Bij medewerkers was het bekend dat Sytze een pedofiel was. (...) Wij dachten toen dat rehabilitatie zou moeten kunnen.”

De jaren zeventig en tachtig waren de jaren van de vrije seksuele moraal. Eerste Kamerlid Brongersma (PvdA) pleitte voor de legalisering van seksuele contacten tussen meerderjarigen en minderjarigen. „In die tijd”, zegt Sytze van der V., „was ik net zo bekend als nu. Maar dan in positieve zin. Ouders nodigden mij uit om hun kinderen te laten zien dat pedoseksuelen geen monsters waren.” Met die kinderen van ontwikkelde, elitaire ouders werd het overigens nooit wat. „Die hadden mij niet nodig.” Sytze van der V. valt op kinderen die aandacht te kort komen of hulp nodig hebben, zegt hij zelf. „Zij roepen iets in mij op; ik wil voor ze zorgen.” Het maakt critici als zelfbenoemd pedojaagster Yvon van Hertum woedend. Hij zou de meest kwetsbare kinderen uitkiezen.

In 1981 publiceerde hij een boek met de titel: Wat doe jij met mijn kind Hierin vertelt pedofiel Sytze van der V. zijn levensverhaal. Althans dat zegt de achterflap. Zelf zegt hij nu: „Het zijn mijn ervaringen en die van anderen, gesmeed tot één verhaal.” Hij schreef het om een bijdrage te leveren aan de discussie over pedofilie – „één van de weinige taboes op seksueel gebied die nog bestaan”.

Na de publicatie van het boek werd Van der V. gevraagd voor radio- en tv-interviews. Hij lichtte Nederland maar al te graag voor over pedofilie. Frans Gieles, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH), zegt dat Van der V. „zeker een bijdrage heeft geleverd aan het begrip voor pedoseksualiteit”. Maar in 1988 kwam hieraan abrupt een einde. Van der V. werd veroordeeld. Twaalf maanden cel voor ontucht met een minderjarige.

In 1991, onder het CDA-PvdA-kabinet Lubbers III, leidde de vrije seksuele moraal tot nieuwe zedelijkheidswetgeving. Die moest een betere balans brengen in de bescherming tegen seksueel misbruik enerzijds en het recht op seksuele zelfbeschikking anderzijds. Seksuele handelingen met kinderen tussen de twaalf en zestien jaar konden alleen nog worden bestraft als er een klacht was ingediend. De wijziging werd in 2002 teruggedraaid. Seksuele handelingen met jongeren tot zestien jaar zijn nu weer strafbaar, ook als niemand klaagt.

Volgens Ad van den Berg, voorzitter van pedofielenvereniging Martijn, is de publieke opinie omgeslagen nadat halverwege de jaren negentig in België Marc Dutroux werd aangehouden. Hij bleek meerdere meisjes te hebben misbruikt en vermoord. Sindsdien is het woord pedoseksueel volgens Van den Berg synoniem geworden aan ‘kinderverkrachter’. „Steeds minder mensen durfden nog te zeggen dat ze pedofiel zijn.” Martijn had begin jaren negentig 650 leden. Nu zijn dat er nog 70.

De maatschappij is verhard ten opzichte van pedoseksuelen, zegt ook Sjef van Gennip, algemeen directeur van Reclassering Nederland. Van Gennip: „Er is een beweging die denkt dat alle problemen zullen verdwijnen als je maar repressief genoeg optreedt.” Van Gennip kent de zaak van Van der V. goed. Hij heeft hem zelf twee keer telefonisch gesproken. Hij vindt dat Van der V. „in zekere zin” gelijk heeft als die de reacties op zijn geaardheid ‘overdreven’ noemt.

Tussen de eerste en de tweede veroordeling van Van der V. zit bijna twintig jaar. Hij zegt er spijt van te hebben dat hij in 2007 twee 13-jarige jongens heeft gepijpt in een kleedhokje van een Eindhovens zwembad. Niet van het pijpen an sich, maar van de gevolgen die dat heeft gehad voor de jongens. Zij werden door rechercheurs verhoord op het politiebureau.

En van de gevolgen voor hemzelf. Hij werd veroordeeld. Ook voor feiten die hij ontkent te hebben gepleegd. Zo zou hij zich hebben laten aftrekken door een jongen van 9 jaar. En hij zou het lichaam zijn binnengedrongen van een puberjongen, met een vinger.

De rechters legden hem naast gevangenisstraf een uitzonderlijk lange proeftijd op van vijf jaar. Hij zou verplicht onder toezicht van de reclassering komen. De rechters vonden dat nodig omdat verdachte „geen lering” had getrokken uit een eerdere veroordeling.

Zijn proeftijd begon in september 2009 toen Van der V. vrijkwam. Omdat hij in cassatie was gegaan tegen zijn vonnis, kon hem geen verplicht toezicht worden opgelegd. Burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven zei te vrezen voor de veiligheid in zijn gemeente en bedacht een gebiedsverbod voor de hele stad.

Van Gijzel zou het gebiedsverbod willen intrekken als Van der V. een elektronische enkelband zou gaan dragen waarmee hij per satelliet in de gaten kon worden gehouden. Hij mocht niet naar de wijk waar zijn slachtoffers wonen en ook niet naar plaatsen waar veel kinderen komen, zoals speeltuinen, zwembaden en kinderdagverblijven. Er zouden – letterlijk – alarmbellen gaan rinkelen als hij in een verkeerd gebied kwam.

En toen deed Sytze van der V. iets wat een veroordeelde pedoseksueel vrijwel nooit doet. Hij kwam in opstand. Hij ging niet akkoord met de voorwaarden die Van Gijzel aan zijn terugkeer naar Eindhoven stelde. Hij lichtte zijn kant van het verhaal in de pers toe en ging in beroep tegen de beperking van zijn vrijheid.

„Opvallend”, vindt Sjef van Gennip van Reclassering Nederland. „De meeste veroordeelde pedoseksuelen houden zich stil. Ze wíllen veranderen. Ze zien in dat ze schade aanrichten bij kinderen en hun ouders. Van der V. ziet dat niet.”

De rechter gaf Sytze van der V. gelijk. Gebiedsverboden die de gemeente Eindhoven hem oplegde zijn tweemaal vernietigd. Ze zijn niet specifiek genoeg in tijd en gebied. Van der V. mag gaan en staan waar hij wil. Maar terugkeren naar Eindhoven kán niet meer, zegt hij. „Ik word herkend.”

De eerste nachten na zijn vrijlating sliep hij in zijn auto, daarna op campings en in een bungalowpark. „Ik had er leuk contact met de kinderen.” Tot de directie van het bungalowpark een foto van hem zag in De Telegraaf en hem vroeg te vertrekken. Waar hij nu verblijft, houdt hij geheim. Hij leeft van een kleine WAO-uitkering (860 euro per maand, zegt hij zelf).

Zijn sociale leven speelt zich af op Facebook en Twitter, zegt hij. Als hij niet twittert – „Mogguh tweepers en tweepertjes”, 55 volgers – kijkt hij uit het raam. Vrienden heeft hij niet. Hij heeft, na lange tijd, wel weer contact met zijn drie zussen. Ze luisteren en soms regelen ze iets voor hem. Zijn geaardheid kunnen ze niet accepteren, maar hém wel, zegt zijn jongste zus. Toen hij na dertig jaar op de stoep stond, zag ze een vreemde. „Maar er was ook herkenning.”

Dat er een jaar na zijn vrijlating nog altijd geen oplossing is voor Van der V.’s situatie, heeft ook met diens opstelling te maken, vindt Sjef van Gennip. Van der V. stelt zich volgens hem „principieel” en „niet flexibel” op. „Hij accepteert niet dat wij de regie voeren over het toezicht. Alleen als we aan zijn voorwaarden voldoen, wil hij meewerken.”

Van der V. noemt zichzelf „niet makkelijk”, maar zegt dat hij simpelweg niet kán instemmen met de voorwaarden die de reclassering en Eindhoven aan hem stellen. „Als je vrijwillig toezicht ondergaat, heb je samen de regie, lijkt mij.” Eén van de dingen die Van der V. niet wil, is dat de reclassering huisbezoeken aflegt. „Dat valt op waar ik nu woon. Mijn veiligheid loopt dan gevaar.”

Sytze van der V. praat met kranten en treedt op in tv-programma’s. Hij moet wel, zegt hij, om zich te verdedigen. Sjef van Gennip zegt dat Van der V. natuurlijk zijn kant van het verhaal mag vertellen. „Maar zijn bekendheid is inmiddels het grootste struikelblok bij het vinden van een verblijfplaats.” Geen gemeente wil bekendstaan als opvangplek voor pedofielen.

Sytze van der V. lijkt een kat in het nauw, vindt Ad van den Berg van vereniging Martijn. Hij zegt: „Ik heb het gevoel dat zijn strijd versmald is. Vroeger streed hij voor acceptatie van pedoseksualiteit. Nu strijdt hij om te overleven.”

Van der V. zegt dat hij de wanhoop buiten de deur houdt door zich vast te bijten in zijn strijd. Hij sluit niet uit dat er ooit weer vrijer gedacht zal worden over seks met jongeren. „Maar dat maak ik niet meer mee.”