Twee Parijse musea ruziën over Monet

Impression: soleil levant

In het Grand Palais in Parijs ging dit weekeinde de grootste tentoonstelling ooit open van werken van Claude Monet (1840-1926), vader van het impressionisme. Van heinde en ver hebben musea en verzamelaars ongeveer tweehonderd schilderijen in bruikleen gegeven. De expositie is opgebouwd rond het ooit schandaalverwekkende doek Le déjeuner sur l’herbe (1865), uitgeleend door het Poesjkin-museum in Moskou, en La Terrasse de Sainte-Adresse (1867), uit het MoMA in New York.

Maar de naar verwachting ongeveer 700.000 bezoekers van het Grand Palais zullen een aantal belangrijke werken van Monet moeten missen, waaronder Impression, soleil levant uit 1872, dat aan de beweging van het Impressionisme zijn naam gaf. Dat doek hangt namelijk een paar straten verderop in Parijs, in het Musée Marmottan. Dat museum opent op 6 oktober een eigen Monet-tentoonstelling, enigszins provocerend ‘Claude Monet, son musée’ geheten.

Het Grand Palais en het Musée Marmottan zijn er namelijk niet in geslaagd overeenstemming over de bruikleen te bereiken. Het Musée Marmottan bezit veel Monets, die afkomstig zijn uit een schenking in 1966 door Michel Monet, zoon van de befaamde schilder.

Het gekibbel gaat voort. Het Grand Palais put mede uit de collecties van het Musée d’Orsay voor 19de-eeuwse kunst, dat trots is op de „beste collectie Monets ter wereld”, aldus directeur Guy Cogeval dit weekeinde. Het Musée Marmottan pocht op zijn website over „de rijkste collectie Monets”.

In tegenstelling tot het Grand Palais en het Musée d’Orsay, prestigieuze Franse staatsinstellingen, is het Musée Marmottan een particulier museum. Combi-kaartjes voor de twee exposities worden niet verkocht.

Raymond van den Boogaard

Kijk op nrc.nl/cultuurblog voor links.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het bericht Twee Franse musea ruziën over Monet (kunstpagina 27/9) is sprake van het ‘schandaalverwekkende doek’ Le Déjeuner sur l’herbe. Het schandaal gold echter vooral het gelijknamige doek van Édouard Manet, waarop dat van Claude Monet een antwoord was.