Stroperig en gepolariseerd

De premier liet zich scherp uit over het functioneren van de Verenigde Naties.

Maar zijn kritiek is niet nieuw en baarde weinig opzien in het buitenland.

De toon waarop demissionair premier Balkenende zaterdag in New York het functioneren van de Verenigde Naties hekelde, was ongebruikelijk scherp. Maar de voorstellen die hij deed tot verbetering van de situatie sloten nauw aan bij opvattingen die Nederland al jaren uitdraagt.

De Verenigde Naties zijn hun positie als vanzelfsprekend podium voor discussie en besluitvorming in de wereld aan het kwijtraken, zei Balkenende in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN in New York. „Ik zeg dat met een bezorgd hart, maar tegelijkertijd met het rotsvaste vertrouwen dat de VN hun belangrijke rol als alomvattende organisatie in de toekomst kunnen blijven waarmaken.” Daarvoor is echter wel nodig dat de volkerenorganisatie zich hervormt, aldus Balkenende. Want nu wordt haar functioneren vaak gehinderd door „stroperige besluitvorming, een ondoorzichtige bureaucratische structuur en gepolitiseerde verhoudingen”.

De VN zijn wel gewend op deze punten kritiek te krijgen, het meest van gastland en grootste financier, de Verenigde Staten. Dat een Nederlandse premier zich zaterdag in het koor van critici schaarde, baarde elders in de wereld dan ook weinig opzien.

Ook volgens vrijwel iedereen die er werkt of mee te maken krijgt, is de VN-organisatie een bestuurlijk monstrum. Dat heeft er onder andere mee te maken dat de secretaris-generaal niet de baas is van de VN, maar alleen van het secretariaat – en zelfs daar heeft hij voor veel besluiten instemming nodig van de lidstaten. Zijn positie in de organisatie is daardoor niet te vergelijken met die van directeur van een bedrijf of een president van een land. Bij de VN zijn de lidstaten de baas, en dat zijn er 192.

Verder komt de Veiligheidsraad, het belangrijkste politieke orgaan, vaak moeilijk tot besluiten, omdat elk van de vijf permanente leden (de Verenigde Staten, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) een veto heeft en de politieke verdeeldheid vaak groot is. Bovendien heeft de VN een groot aantal nogal onafhankelijke onderdelen, zoals de ontwikkelingsorganisatie UNDP en het kinderfonds UNICEF . De politieke tegenstelling tussen de rijke en de arme landen staat daadkrachtig optreden van VN-onderdelen vaak in de weg.

Premier Balkenende prees overigens de vredesmissies van de VN. Er zijn nu meer dan 100.000 blauwhelmen actief en „niemand kan ontkennen dat de Verenigde Naties op dit terrein een leidende rol spelen”.

Maar ook noemde hij drie voorbeelden van noodzakelijke hervormingen van de VN. Als eerste pleitte hij ervoor dat de slagkracht van de mensenrechtenraad versterkt wordt. Het was Nederland jaren een doorn in het oog dat de voorganger van de raad, de mensenrechtencommissie, verlamd werd doordat er steeds landen in gekozen werden die er vooral opuit waren te voorkomen dat hun eigen schendingen van mensenrechten gekritiseerd werden. De nieuwe raad is er in de vier jaar van zijn bestaan tot ergernis van Den Haag nog niet in geslaagd wél effectief op te treden.

Ten tweede zei Balkenende dat de positie van internationale tribunalen als het Strafhof verstevigd moeten worden. „Voor de Nederlandse regering is het niet acceptabel dat mensen zoals president Bashir van Soedan, tegen wie een arrestatiebevel loopt, zich vrijelijk kunnen bewegen in een land dat zich bij het Strafhof heeft aangesloten.” Nederland werpt zich graag op als pleitbezorger van de tribunalen, en laat zelden een kans schieten zo even reclame te maken voor Den Haag als „juridische hoofdstad van de wereld”.

Tot slot zei Balkenende dat de samenstelling van de Veiligheidsraad aangepast moet worden aan de huidige machtsverhoudingen in de wereld. Er moet ruimte zijn voor meer landen om invloed uit te oefenen, aldus Balkenende. „Ruimte voor grote landen die in 1945 [bij de oprichting van de VN, red.] nog niet groot waren of nog geen VN-lid. Maar ook ruimte voor kleinere landen die als leverancier van troepen of als belanghebbende in een bepaalde regio recht van spreken moeten krijgen.” Al jaren wordt hierover binnen de VN een debat gevoerd, waar Nederland ook aan deelneemt.

De VN-organisatie is „aan een verbouwing toe”, vatte Balkenende zijn kritiek samen. Maar hij onderstreepte dat Nederland zich „vanuit zijn lange internationale traditie voor de kwaliteit van het VN-huis zal blijven inzetten”.