Stinkende bloem des velds

Kent gij de bloemkool mijn zoon? ’t Is ene stinkende bloem des velds, dewelks onwelriekende koolgeur u licht het huis uit zoude jagen zoo uw moeder dezelve koken zoude!

- O neen, vader, zegt u dat niet, de bloemkool zoals mama ons die bereidt, verblijdt mijn hart en maag!

- Ik kan u maar moeielijk geloven jongen, ’t moet zijn dat ge gedurende mijne afwezigheid van uw mamaatje een gerecht hebt opgediend gekregen dat ik nog nimmer onder de naam van bloemkool op mijn bord aantrof!

Ach nu ja, als je nergens een treffende historische bloemkooldialoog aantreft dan begin je zelf maar aan een de ogen openend gesprek over deze zo vaak verafschuwde koolsoort. Want ik ken maar weinig mensen die blij opveren bij het woord ‘bloemkool’. Ze vinden hem stinken (wat gewoon waar is) en vies smaken (wat niet waar is) en een rare structuur hebben (wat eraan ligt) (aan hoe gaar of niet gaar je hem maakt).

En dan komt ook al snel het begrip ‘bloemkoolsaus’ om de hoek kijken, en bloemkoolsaus is dan, merk je, een slecht uitgevoerde béchamelsaus die als een lijmlaag over de bloemkool gegoten wordt.

Moderne bloemkoolbehandeling vraagt nogal eens om het roerbakken van de bloemkool – hmm. Zelfs iemand die, zoals ik, niet onwelwillend tegenover deze koolsoort staat raakt hier niet erg enthousiast van.

De bloemkool is mooi. Dat is eigenlijk zijn eerste verleidelijke punt. Mooi op een rare manier dan, hij lijkt op een enorme nog niet tot bloei gekomen schermbloem die om een of andere reden dik en wollig geworden is.

Nu ja, dat kan niemand wat schelen die een hekel heeft aan bloemkool. We willen gewoon een beetje lekker eten. En mijn mening is: dat kan. Er zijn bloemkoolrecepten die iedereen over de streep trekken, van bloemkoolsoep tot de pittige mediterrane bloemkool die ik vandaag in de aanbieding heb en waarmee ik al verscheidene bloemkoolhaters heb overtuigd.

Het recept is afkomstig uit het Griekse kookboek van Rianne Buis. Ik maak het ietsje anders, maar haar komt wel de eer toe, en zij geeft de eer weer aan de moeder van Manousos Daskalogiannis met wie ze het boek samen schreef, en die moeder zal de eer wel weer aan nog iemand anders geven en zo kan die eer best eens heel ver teruggaan waarmee maar duidelijk is geworden dat de bloemkool al zeer lang een hooggewaardeerde groente is.

Verdeel de bloemkool in roosjes en kook, of nog liever: stoom, die tien minuten. Bestrooi met zout.

Hak de ui en snijd de paprika en de tomaat in stukjes. Hak ook de lente-ui en de peterselie.

Bak de rode ui tot die ietsje zacht wordt en doe er een kleine theelepel (of minder, beetje afhankelijk van hoe pittig je het wilt hebben) chilivlokken bij. Voeg de paprika toe en laat even bakken tot de paprika wat zachter is geworden. Doe de tomaat erbij en laat die ook zachter worden. Voeg de tomatenpuree en een snuifje suiker toe, kruid met peper en zout en doe de lente-ui en de peterselie erbij. Voeg de bloemkoolroosjes toe en schep goed om.

Gooi eventueel wat blokjes feta in de pan (vind ik zelf erg lekker) en eet met korsterig brood.