Pistool in Rijks leidt tot conflict

Het tentoonstellen van het pistool waarmee Pim Fortuyn werd gedood, past niet bij de aard van het Rijksmuseum. Dat vindt Frits van Oostrom, lid van het raad van toezicht van het Rijksmuseum en voorzitter van de commissie die de canon van de Nederlandse geschiedenis vaststelde: „Het is geen geschiedenismuseum. Dat kan het niet zijn en dat moet het ook niet willen zijn.”

Zijn opvattingen gaan in tegen die van directeur Wim Pijbes. Vorige week liet Pijbes weten het pistool bij de heropening van het Rijks te willen exposeren. Pijbes wijst erop dat zijn museum óók het museum voor vaderlandse geschiedenis is. Van Oostrom veegt dat van tafel: „Er is toch niemand die denkt aan het Rijksmuseum als een geschiedenismuseum. Het is een privédingetje van Wim. Hij haalt er dan graag de statuten bij, dode letters uit de 19e eeuw. Ik ga dit ook aan de orde stellen in de raad.”

Van Oostrom heeft zich gestoord aan de ophef over het pistool. „Wat komt hierna? Het racket van Krajicek in het Rijksmuseum? Ik ben niet tegen verwerving, het pistool moet ergens bewaard blijven. Maar het Politiemuseum lijkt me een uitstekende plek.” De rest van het bestuur is het met hem eens, denkt hij. Wordt Pijbes dan gecorrigeerd? Van Oostrom: „Wij zijn wel zijn baas.”

Pijbes: „Ja, gut, wat zal ik zeggen. Ik kan de statuten niet veranderen.” Is het geen probleem als de raad van toezicht anders over de identiteit van het museum denkt dan de directeur? Pijbes: „Dat is voorbarig. Daar moeten we dan een discussie over voeren. Kunst is ook geschiedenis. De Nachtwacht is een voorbeeld van fraaie penseelvoering, maar ook van burgertrots. Ik zie het museum als én-én, niet als óf-óf. Het stokje van Van Oldenbarneveldt past bij ons.”

Voor Van Oostrom zijn historische objecten bijzaak. „Ik juich toe dat het Rijksmuseum kunst in de context van haar tijd gaat tonen, maar dat is van een andere orde. Je moet het publiek niet verwarren door iets anders te willen zijn. Het publiek komt voor Rembrandt en de schitterende collectie schilderijen uit de 17e eeuw.”

Volgens Van Oostrom komt Pijbes met zijn plannen in het vaarwater van het toekomstige Nationaal Historisch Museum. Van Oostrom, ook lid van de raad van toezicht van het NHM, stoort zich eraan dat Pijbes gisteren bij Buitenhof verklaarde dat dit nieuwe museum overbodig is. „Hij moet dat niet doen. Zo’n uithaal is verkeerd en oncollegiaal.”

Vervolg Met pistool in vitrine verbeeld je geen historie: pagina 9

Pijbes: ‘NHM is illusie’

Het NHM hoeft het ook niet te hebben van objecten als het pistool van de moord op Fortuyn, zegt Van Oostrom. „Een vitrine met een pistool”, schampert hij. „Dat is niet de manier om de geschiedenis te verbeelden. Met moderne media is er zoveel meer mogelijk en dat zal het Nationaal Historisch Museum laten zien.”

Pijbes wil het geld van de investering in het NHM liever anders besteden. Zoals hij ook graag liever zelf directeur van het NHM was geworden, naast zijn baan als directeur van het Rijksmuseum, liet hij gisteren bij Buitenhof weten. „Ik heb gesolliciteerd op de baan en wilde het erbij doen. Maar dat werd niet begrepen.”

Tegelijk vindt hij dat de oprichting van het NHM de verkeerde oplossing is voor het probleem van gebrekkig historisch besef bij het publiek. En hij zegt dat graag hardop. „Het is vervelend dat ik kennelijk de boodschapper ben. Maar veel collega’s van andere musea zeggen het al vanaf de eerste plannen voor dit museum.”

Het NHM is de verkeerde oplossing voor het probleem van een gebrekkig historisch besef, stelt Pijbes. „Los dat op in het onderwijs. Die megalomane plannen voor een gebouw van zes keer de Kunsthal in Rotterdam en een parkeerplaats drie keer zo groot als bij het Rijksmuseum zijn buiten proporties. Geef dat geld aan projecten van bestaande musea.”

Het Rijksmuseum pretendeert niet het ‘hele verhaal’ te kunnen vertellen. Pijbes: „Het is een illusie dat van één instelling te willen. Maar er is in Nederland een ongelofelijk dicht netwerk van musea die dat samen wel kunnen.”

Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (CDA, Cultuur) heeft 50 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het NHM.