Nog even een pandje kraken nu het nog kan

Krakers zijn hyperactief nu vrijdag de antikraakwet van kracht wordt. Wie dan nog in een kraakpand wordt aangetroffen, is strafbaar. Maar gemeenten doen er voorlopig niets tegen.

Voormalig brandweerkantoor aan de Amsterdanse Weesperzijde werd gisteren gekraakt. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Amsterdam 27-09-2010 Voormalig Brandweerkantoor aan de Weesperzijde gekraakt Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Haar met zwart potlood omrande ogen puilen bijna uit hun kassen van verbazing. In de vier jaar dat Stacey (22) in Amsterdam kraakt en krakers helpt kraken zag zij dit nog nooit. Net liep er een kerel de deur uit die kwam melden dat hij een leegstaande islamitische basisschool wil kraken. En nu komt er een stel binnen dat zegt dat het een leegstaande islamitische basisschool wil kraken. Het gaat volgens haar kraakkaartenbak om hetzelfde pand.

Toeval, ja. En nee. Het is de laatste weken druk op het kraakspreekuur in de Amsterdamse Pijp. Geïnteresseerden staan erop voor 1 oktober ‘een kraak te zetten’ – nu het nog kan. Stacey hoeft niemand te wijzen op de aanstaande antikraakwet. Ze doet het toch, uit plichtsbesef. „We zeggen dat zelfs aanwezigheid in een kraakpand verboden wordt. Dat dus ook je ouders strafbaar zijn als ze je komen bezoeken.”

De Wet kraken en leegstand heet in de volksmond kraakverbod omdat kraken vanaf vrijdag niet langer een overtreding is, maar een misdrijf. De rechter kan krakers straks een boete of een gevangenisstraf opleggen tot maximaal twee jaar en acht maanden.

Wat dat in de praktijk zal veranderen, is nog onduidelijk. Van een afschrikwekkende werking lijkt in ieder geval geen sprake. Gisteren werden met veel bombarie, en een beetje bluf, twee grote panden in Amsterdam en Utrecht gekraakt.

Stacey vindt het logisch dat het animo voor kraken niet afneemt. Want veel krakers kraken niet omdat het kan, maar omdat ze geen ander huis kunnen vinden. Daar verandert een kraakverbod weinig aan, zegt Stacey. „Ik heb vrijdag nog steeds geen rijke ouders. En met vier jaar inschrijftijd bij de woningbouwvereniging kan ik hooguit een huis krijgen aan de rand van de Bijlmer.” Ze kijkt erbij alsof ze zure melk ruikt.

Andere krakers in de Pijp zijn idealistischer. Neem Sjoerd (25). Ook als hij nu een reguliere huurwoning zou hebben, zou hij toch kraken om iets te doen tegen speculatie op de huizenmarkt, zegt hij. „Kraken blijft een goed actiemiddel om misstanden aan de kaak te stellen.” Bang voor straf of ontruiming is hij niet, zegt Sjoerd. „De gemeente heeft echt geen geld om elke week langs te komen met een helikopter en een waterkanon.” Het klinkt alsof hij zichzelf moed moet inpraten.

Niemand weet precies wat er gaat gebeuren. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de G4, de vier grote steden, hebben in de aanloop naar het kraakverbod stevige kritiek op de initiatiefwet geuit. Niet noodzakelijk. Contraproductief. Onuitvoerbaar.

Het kraakverbod is echter maar tot op zekere hoogte een zaak van gemeenten. Het verbod valt onder het strafrecht en daarom ligt handhaving bij het Openbaar Ministerie (OM). Hoe strikt het OM de wet wil handhaven, maakt het waarschijnlijk pas donderdag bekend.

Gemeenten spelen een beperkte, maar geen onbelangrijke rol bij die handhaving. In de lokale ‘driehoek’ bepalen politie, justitie en gemeente samen wanneer de politie wordt ingezet. Toch hebben veel gemeenten nog geen idee wat ze met de nieuwe wet aanmoeten. Zwolle moet er nog over beslissen, net als Apeldoorn. En ook de Amsterdamse driehoek zou de handhaving van de kraakwet pas vanmiddag bespreken.

In Breda zijn ze er wel uit, zegt Bob Bergkamp, wethouder wonen: „De wet hebben we mede aan het CDA te danken. Ik ben van het CDA, dus ik ben voorstander. Maar we gaan vrijdag geen kraakpanden ontruimen. Want ik wil het onderwerp niet alleen van de strafkant bekijken, ik wil kijken naar de geest van de wet. Het ontruimen van kraakpanden is geen middel om leegstand te voorkomen.”

Vervolg Utrecht wil geen heksenjacht op krakers: pagina 3

Gemeente Utrecht houdt de waterkanonnen op stal

Utrecht houdt vrijdag ook de waterkanonnen op stal. Wethouder wonen Harrie Bosch (PvdA): „De driehoek moet dit nog bespreken. Maar in mei is een motie in de gemeenteraad aangenomen met het verzoek om te handelen in lijn met de praktijk zoals die hier is gegroeid. De raad wil geen heksenjacht op krakers.” Utrecht heeft namelijk ook profijt van kraken, zegt Bosch. „Eigenaren laten hun panden vaak lang leegstaan omdat ze niet onder de prijs willen verhuren, want dan daalt de waarde. Bij gebrek aan betere instrumenten kan kraken een nuttig middel zijn tegen leegstand en speculatie.”

Emmen is ook positief over kraken. „Zo zit er een voedselbank in een kraakpand. Dat werkt erg goed”, zegt wethouder wonen Ton Sleeking (PvdA). „Wij hebben het idee dat de wet geen enkel maatschappelijk probleem oplost. Een nadeel van de wet is dat leegstand, en daardoor vandalisme en onveiligheid, kan toenemen.”

Ook Groningen zegt bij monde van wethouder wonen Frank de Vries (PvdA) dat de stad „helemaal geen last” heeft van de naar schatting tien kraakpanden. Ook daar komt geen ontruimingsgolf.

Het is lang zoeken naar een gemeente die onverdeeld positief is over de wet. Maar die bestaat. De gemeente Ede is blij met de wet, zegt PvdA-wethouder wonen Simon van de Pol. „Het geeft iets meer mogelijkheden om kraken te bestrijden.” Ede telt slechts één kraakpand, zegt Van de Pol. „Dat gaan we niet ontruimen. We hebben heel normaal contact met de krakers. Die gaan ook wel weg als we dat gewoon vragen.”

Een belangrijk argument voor de indieners van de antikraakwet was dat de kraakwereld zou zijn verhard. Die aanname geldt in elk geval niet voor Amsterdam, bleek kort nadat de wet in het parlement was aangenomen uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. De kraakbeweging is „gepacificeerd”, stellen de onderzoekers. De beweging is de laatste dertig jaar ook aanzienlijk geslonken – van meer dan duizend kraakpanden alleen al in Amsterdam in 1981 tot maximaal 275 kraakpanden in heel Nederland nu. Alleen de negatieve berichtgeving zou intussen zijn toegenomen.

„Als je een wet wil veranderen, moet je eerst de bestaande wet evalueren”, zegt Hugo Priemus, emeritus hoogleraar volkshuisvesting. „Je moet kijken in welke mate kraken voorkomt, waar, en wie de krakers zijn. Dat heeft Den Haag niet goed onderzocht. Geweldsincidenten zijn door de voorstanders opgeblazen om het eigen gelijk te halen. Maar het geweld is incidenteel. Je gaat toch ook niet voetbal verbieden omdat er incidenten zijn geweest met hooligans?”

Peter Boelhouwer, Priemus’ opvolger aan de TU Delft: „Je kunt straks nog beter een zedenmisdrijf plegen dan een kraak zetten, qua straf. Het risico is dat de kraakscène verhardt. Die zal grimmiger worden, dat zie je in andere landen. De meeste Nederlandse krakers zijn tegenwoordig pragmatici, veel studenten die een huis nodig hebben. Het feit dat ze voor hun poging in Amsterdam te wonen de bak in kunnen draaien, zal ze bevlogener en feller maken.”