NDT zonder vorm

Nederlands Dans Theater: Tone Bone Kone van Johan Inger. Gezien: 23/9. Inl: ndt.nl. **

Voor de Zweed Johan Inger het Nederlands Dans Theater verwisselde voor het Cullberg Ballet in Stockholm, waren zijn balletten vaak verhalend, licht van toon en vol beeld- en bewegingsgrapjes. Ook in zijn danstaal toonde hij zich een artistieke bloedverwant van zijn land- en vakgenoot Mats Ek.

Tegenwoordig lijkt Inger, intussen weer in Den Haag terug als huischoreograaf, bedachtzamer geworden, somberder ook. Weg zijn de feestmutsen en de neurotische maffe loopjes; in plaats van uitbundig is de humor in zijn werk ingetogen, tongue in cheek. Ook heeft hij de anekdote losgelaten.

Zonder het decorontwerp, waarin twee bewegende witte koorden en een verlichte horizonlijn voor steeds wisselende perspectieven zorgen, zou zijn nieuwe werk Tone Bone Kone een blik in de studio kunnen zijn, waar zeven dansers passen uitproberen, meestal alleen, soms in duet.

Vooral de solo’s van de eveneens teruggekeerde (hoera!) Parvaneh Scharafali zijn prachtig. Als een bezetene gebaart ze onbegrijpelijke, dringende boodschappen, wijst ze naar onzichtbare zaken, nu en dan zacht kermend. Ook de anderen tasten hun mogelijkheden af, aarzelend of flitsend snel, en schijnbaar doelgericht.

Hoe bewonderenswaardig de individuele prestaties ook zijn, Tone Bone Kone blijft een zoektocht zonder vorm of richting. Dat past uitstekend bij de even pretentieuze als holle neuzelmuziek van de Amerikaanse singer-songwriter Arthur Russell, maar je zou wensen dat Inger weer houvast zocht in een verhalende structuur. Waarschijnlijk zou zijn rijke danstaal dan beter tot zijn recht komen.