Mongolië opent aandelenbeurs

De Mongoolse veroveraar Djengis Khan mag dan een vurig pleitbezorger zijn geweest van een vroege vorm van globalisering, Mongolië heeft de tijd genomen om de internationale kapitaalmarkten te omarmen. Nu kon deze ‘metselspecie-economie’ – het land is ingeklemd tussen Rusland en China – misschien wel eens snel gaan groeien.

Mongolië zal binnenkort een aandelenbeurs openen. Deze markt zal het van zee verstoken land op het internationale financiële netwerk aansluiten, waardoor privatiseringen, beleggingen en kapitaalstromen naar de aspirant-ondernemers onder de 3 miljoen ingezeten zullen worden vergemakkelijkt.

En het geld zal vrijwel zeker gaan stromen. Hoewel het met zo’n 6 miljard dollar nog steeds klein is, zal het bruto binnenlands product van Mongolië volgens Renaissance Capital de komende vijf jaar het snelst groeiende ter wereld zijn en in 2013 een omvang van 23 miljard dollar hebben bereikt.

Gelukkig voor Mongolië hoeft het land voor zijn beurs het wiel niet opnieuw uit te vinden. De London Stock Exchange (LSE) ligt voorop in de strijd van vier gegadigden om de beurs van Ulan Bator te mogen runnen. In theorie kan het land daardoor binnen een mum van tijd de sprong maken van een bazaar naar een schermenbeurs.

Dat zou de regering moeten helpen haar privatiseringsprogramma uit te voeren. De regering wil een tiende van de opbrengst aan de burgers geven, waarvan ongeveer een derde nog steeds een nomadisch bestaan leidt. Het ontwikkelen van een beurs betekent dat Mongolen verhandelbare effecten kunnen ontvangen in staatsbedrijven met marktkoersen. Dat moet de fouten kunnen voorkomen die in Oost-Europese landen zijn gemaakt. De daar uitgedeelde ‘vouchers’ zonder duidelijke waarde werden al snel opgekocht door de hedendaagse oligarchen. Er is ook een overvloed aan onderzoeksmateriaal om Mongolië te helpen de kapitaalstromen te beheersen en de mogelijke invloed daarvan op de munt – de tugrug – en de economie te neutraliseren.

Misschien eerder door geluk dan wijsheid zou de verlate terugkeer van Mongolië op het wereldtotaal ook wel eens goed getimed kunnen zijn. Het land heeft naar schatting ’s werelds op één na grootste reserves aan koper en uranium, en de op tien na grootste voorraad kolen.

Als je dat allemaal bij elkaar voegt, staat Mongolië acht eeuwen na Djengis Khan op het punt te gaan profiteren van het samengaan van drie factoren: de groei in China, de bloei op de grondstoffenmarkt en de bloei in de meest perifere ontwikkelingslanden.

Rob Cox

vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar

uit Londen:

www.breakingviews.com