Loezjkov versus de rechterlijke macht

De Moskouse burgemeester Joeri Joezjkov heeft vanochtend gezegd niet vrijwillig te zullen opstappen. Hij weigert dus te wijken voor de druk van het Kremlin en daagt daarmee  president Medvedev uit, die al twee jaar van hem af wil en hem de afgelopen twee weken, met behulp van een tot in de puntjes geregisseerde lastercampagne op de televisie, waarin geen enkel concreet bewijs is getoond, uit het zadel wilde stoten.

Blijkbaar hoopt Loezjkov nog altijd op steun van zijn oude politieke vriend Poetin, maar die laat zich niet over de kwestie uit. Grote vraag is hoe lang de huidige patstelling  voortduurt, want hoe langer Loezjkov blijft zitten, hoe verder  de toch al niet sterke politieke positie van president Medvedev wordt beschadigd. Want als Loezjkov blijft zitten, heeft de president eens te meer laten zien dat hij een man van veel woorden en weinig daden is. De cynici onder ons denken er anders over. Volgens hen is het allemaal deel van het politieke spel om Poetin in 2012 weer als president terug te krijgen.

Intussen wordt er van alles gedaan om Loezjkovs gezag te ondermijnen, wat soms interessante gevolgen heeft. Zo oordeelde afgelopen vrijdag de Moskouse rechtbank, een van de belangrijkste machtsmiddelen van de Russische regering, dat de op 20 maart door het stadhuis verboden oppositiebetoging van de ‘Dag van de Woede’ op het Poesjkinplein illegaal was.

Met die uitspraak lijkt nu een precedent te worden geschapen, want oppositiebetogingen waarbij op iedere 31ste van de maand eerbiediging van artikel 31 van de Grondwet (vrijheid van bijeenkomst) wordt geëist, zijn om dezelfde reden als die van ‘Dag van de Woede’ ook altijd verboden. Niet voor niets zijn de organisatoren van de ’31ste’ tegelijkertijd met die van de ‘Dag van de Woede’ ook naar de rechter gestapt om het demonstratieverbod te betwisten.

Straks leidt de kwestie-Loezjkov er nog toe dat de rechterlijke macht ineens de Grondwet ontdekt en de oppositie ineens officieel de kans krijgt om haar grieven te uiten.