Kunst heeft niets te maken met rechts of links zijn

De astronomische herfst brak aan. Nog voordat het koufront de grens zou bereiken en de bovenluchttrog uitgroeide tot een zelfstandige koude put, besloot ik de deur uit te stappen om een wandeling te maken. Weg met het institutionele proza op mijn werktafel. Weg met bureaucratie en bestuur. Er waren melkwagens, er waren schapen en houtzagerijen: de wereld van het concrete avontuur lag om de hoek op me te wachten en ik moest maar eens kijken hoe het ermee stond.

Terwijl ik een landweg insloeg hoorde ik diep in me hitzangeres Des’ree jubelen: ‘Life! Oh li-ife! Oh li-i-i-i-ife! Oh life!’ En precies hetzelfde had filosoof Alain Finkielkraut ook al gezegd, zij het iets plechtiger, in NRC Handelsblad van vrijdag, toen hij wees op het verschil tussen Jean-Paul Sartre en Albert Camus. Waar Sartre de werkelijkheid alleen nog kon zien als politieke geschiedenis, had Camus een ruimere blik behouden. „Ook voor hem is er de geschiedenis, maar er is ook nog iets wat zich daaraan onttrekt, hartstocht, schoonheid, de natuur.” Life! Oh life! Oh li-i-i-i-ife!

Nu zou ik hier de theorieën kunnen citeren van wetenschappers die zeggen dat het simpele feit van ons bestaan inderdaad uitstijgt boven onze sociale identiteit. Maar omdat ik door weilanden liep, en langs zonnebloemen, en de wereld steeds paradijselijker aan me voorkwam, schoot me allereerst een documentaire te binnen van beeldend kunstenaar Anne Verhoijsen. Zij vroeg mensen gewoon of ze zich het leven konden voorstellen buiten de beperkingen van de actualiteit. Wat waren hun idealen, wat vonden ze van waarde, waaraan hechtten ze betekenis? Ze vroeg, kortom, naar hun voorstelling van het paradijs.

Het werd een uitgebreid project, waarvoor Verhoijsen zes jaar lang over de hele wereld trok, naar Hawaï, Letland, Suriname, Turkije en verder, om met mensen te praten over hun levensvisie. Bij twee groepen deed ze vergeefs een beroep op hun voorstellingsvermogen. Een orthodoxe moslim haakte al af bij het woord paradijsverhaal. ‘Het is geen verhaal. Het is echt.’ En een atheïstische Italiaan hield het simpel: ‘Ik geloof niet in het paradijs. We zijn slechts materie. Ik geloof niet in de ziel. Ik geloof nergens in.’

Maar al diegenen die wel iets zagen in de culturele vraag die het paradijsverhaal opwerpt, probeerden mee te denken over het leven. Vooral in landen als Letland en Bosnië, waar het bestaan duidelijk hard was voor de mensen, werd de zaak serieus genomen. Hoe slechter de omstandigheden, hoe gedetailleerder het paradijsverhaal. Een jonge Letse soldaat raakte zichtbaar ontroerd bij de gedachte dat hij ‘ergens anders’ zou kunnen zijn. Zou hij in het paradijsverhaal de rol willen spelen van God, Adam, Eva of de slang? ‘Ik zou een engel willen zijn.’

De film Visions of Paradise van Verhoijsen kwam al uit in 2008, maar is sindsdien met de dag relevanter geworden. Vooral omdat hij laat zien dat de meeste mensen tegelijkertijd behoren tot een cultuur én eraan proberen te ontkomen. Het viel op dat de meeste mensen in Marokko het paradijs zagen als een plaats waar je niet langer bang hoeft te zijn. ‘Een plaats zonder regels, waar niemand je straft.’ ‘Ik wil leven zonder grenzen. Ik wil zelf bepalen wat ik mag en niet mag. En dan zou ik niet van het juiste pad afraken.’

Er is meer dan alleen geregel en gedoe: er is ook nog een leven dat buiten de greep van de maatschappij blijft en waarin het individu zelf regeert. Deze conclusie, die zo indringend naar voren kwam in de gesprekken over het paradijs, ontbrak uiterst pijnlijk in de discussie die deze dagen oplaaide over bezuinigingen op kunst en cultuur. Voorstanders en tegenstanders leken veroordeeld tot de politieke visie: cultuur werd ofwel gezien als nationale kostenpost, of als geldmachine, maar nergens brak het besef door dat kunst behoort tot dat deel van het leven dat vooraf gaat aan de maatschappelijke ordening.

Deelname aan de kunst heeft dan ook niets te maken met rechts of links zijn. Is het links om belastinggeld uit te geven aan kunst? Best, schaf de belastingen af, hef voor mijn part het Rijksmuseum op. Je hoeft niet alles te bewaren. Maar kom ter rechterzijde niet aan met rare beweringen over hobby’s. Leven is geen hobby, kunst is geen hobby, laat staan een linkse hobby. Kunst komt voort uit onze fundamentele vrijheid onderzoek te doen naar ons eigen bestaan.

Kom ter linkerzijde ook niet met de jij-bak dat sport een rechtse hobby is. Sport is net zo goed als kunst een zoektocht naar waarde en betekenis: een oefening in volharding en de vorming van eigenwaarde. Zoals een stoere Bosniër op het strand zegt in Visions of Paradise: ‘Iedereen heeft zijn eigen paradijs. Voor mij betekent het lichamelijke en morele kracht en vreugde.’

In een pleidooi voor toenadering tussen kunst en politiek wees kunstenaar Jonas Staal vorige week op het kunstproject Model Citizens van Osterholt en Uitentuis – ze lieten bewoners van Kaïro voorstellen doen voor verbeteringen in hun wijk, „waaronder de komst van een Kentucky Fried Chicken”. Mooi. Maar de broodnodige volgende stap lijkt me een kunstproject dat de politiek dwingt te erkennen dat de mens meer is dan een burger.

Dan zal blijken dat de mens in de vrijheid van het paradijs aan zeer uiteenlopende dingen waarde hecht. Een levenslustige moslima belooft ons ‘melk en honing en zoveel seks als je wilt’. Maar een Italiaanse dame zou nooit van de appel proeven: „Nee hoor, ik ben een keurig iemand. En ik ben getrouwd.” Life, oh life, oh li-i-ife!