Japan eist dat China schade aan schepen betaalt

Met de triomfantelijke terugkeer van de Chinese visserskapitein Zhan Qixiong uit Japanse detentie is het scherpe, diplomatieke conflict tussen China en Japan verre van afgelopen.

Japan eiste vanochtend dat China de schade aan de twee Japanse patrouilleboten die achttien dagen geleden bij de Diaoyu/Senkaku-eilanden in botsing kwamen met een Chinese visserstrawler vergoedt.

China heeft, nadat visser Zhan Qixiong in zijn dorp in Fuzhou als een held was binnengehaald, voor de tweede keer geëist dat Japan excuses aanbiedt voor het incident en „het schenden van de Chinese territoriale soevereiniteit”. Ook eist China financiële compensatie.

In Peking werd gisteren ook een officieel regeringsdocument gepubliceerd waarin wordt gesteld dat de Visserseilanden (Diaoyu) sinds 1368 tot Chinees territorium behoren.

In Chinese steden en ook in Hongkong werd gisteren opnieuw op kleine schaal gedemonstreerd tegen Japan. Concerten van Japanse orkesten en popgroepen op de wereldexpo in Shanghai zijn voor komende week afgezegd.

De Chinese douane voert sinds enkele dagen striktere controles uit op de goederenstroom tussen de twee landen en de export van zeldzame metalen naar de Japanse elektronica- en auto-industrie is stilgelegd.

De nieuwe Japanse premier Naoto Kan zei gisteren niet van plan te zijn excuses aan te bieden of China financieel te compenseren. „De Chinese eisen zijn totaal onaanvaardbaar”, aldus Kan.

De vrijlating van de Chinese kapitein, zei Kan, moet gezien worden als een Japans gebaar om het conflict in der minne te schikken. Hij wilde voorkomen dat de historisch fragiele Japans-Chinese betrekkingen verder zouden verslechteren en de economische banden beschadigd zouden raken.

In de Japanse media wordt Kan scherp bekritiseerd omdat hij zou zijn bezweken onder Chinese diplomatieke pressie.

De Liberale Democratische Partij (LDP) die de oppositie vormt heeft een parlementair onderzoek aangekondigd naar de vrijlating van de Chinese visser. De regering zou de openbare aanklagers op het zuidelijke eiland Okinawa op ongeoorloofde wijze onder druk hebben gezet.