In vier weken legden drugsbendes vier burgemeesters om

De kartels infiltreren zelf diep in de ‘bovenwereld’.

De corruptie is groot, vooral in de kleinere gemeentes. De burgemeesters daar zijn daarom extra kwetsbaar.

Burgemeesters in Mexico zijn steeds vaker het doelwit van drugscriminelen. Afgelopen vrijdag was Ricardo Solis, de aankomend burgemeester van het Mexicaanse dorpje Gran Morelos in de Noordelijke deelstaat Chihuahua, aan de beurt. Op brute wijze werd hij neergeschoten op straat. Solis eindigde met enkele kogels in zijn hoofd in het ziekenhuis. Zijn situatie is precair.

De aanslag op Solis kwam 24 uur nadat een andere burgemeester in een stadje vlak bij Monterrey was vermoord. In minder dan een maand tijd zijn er vijf aanslagen door drugsbendes gepleegd op burgemeesters, waarvan vier met fatale afloop. Het is alsof de kartels steeds openlijker de overheid aanvallen en de openbare macht proberen te ondermijnen.

Toch willen ze niet de macht overnemen, stelt George Grayson, onderzoeker en auteur van het boek Mexico: Narco-Violence and a Failed State?. Volgens Grayson willen ze alleen een signaal afgeven – namelijk: bemoei je met je eigen zaken. „Drugskartels willen het oude model handhaven, waarbij de drugsorganisatie zich als een parallelle macht bezighoudt met afpersing en drugsverkoop zonder dat de overheid zich ermee bemoeit.”

Sinds president Felipe Calderón in 2006 de drugsbendes de oorlog heeft verklaard, is Mexico in een ongekende geweldspiraal beland. De strijd heeft ruim 28.000 mensen het leven gekost. Hoewel er afgelopen weekeinde weer een drugsbaas aangehouden – het zou gaan om een van de leiders van het beruchte Sinaloa-kartel – lijkt het einde van de strijd ver weg.

De drugsoorlog heeft verschillende gezichten. De overheid en de bendes bevechten elkaar, maar de gangs zijn onderling eveneens in een machtsstrijd verwikkeld. Een kartel, verzwakt door optredens van politie of leger, loopt het risico aangevallen te worden door een concurrent.

De uit de hand gelopen drugsoorlog is mede het gevolg van de afwezigheid van een goede, niet-corrupte politiemacht in Mexico. Van oudsher staat de politie vooral in dienst van politieke en economische belangen van burgemeesters en zakenlieden. De corruptie is groot, vooral in de kleinere gemeentes, waardoor de burgemeesters daar extra kwetsbaar zijn, maar ook in de hogere echelons van de bestuurlijke macht.

„Bestuurshervorming is essentieel. Maar de politieke klasse heeft geen behoefte aan een sterke onafhankelijke politie of veiligheidsdienst”, zegt Grayson. De infiltratie van de kartels in de bovenwereld, in het openbaar bestuur, gaat daarbij soms ver. „Er zouden teveel lijken uit de kast komen, mocht er onderzoek naar politici en bestuurders worden gedaan.”

Het gebrek aan een goed functionerende politiemacht probeert Calde-rón te verhelpen door het leger in te zetten. In een stad als Ciudad Juárez, waar een dodelijke machtstrijd tussen het Juárez kartel en het Sinaloa-kartel gaande is, patrouilleren dagelijks duizenden soldaten door de straten. „Maar militairen zijn niet opgeleid om onderzoek te doen, om misdaden op te lossen. Die schieten er meteen op los. Bovendien heeft het leger zich al tal van keren schuldig gemaakt aan schendingen van mensenrechten”, zegt Grayson.

Het toenemende geweld in Mexico heeft tot grote bezorgdheid geleid in Washington. Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, sprak eerder deze maand van een „opstand” in Mexico. Hoewel Washington president Calderón altijd heeft gesteund, blijkt het vertrouwen in een goede afloop van de oorlog minder te zijn geworden.

De VS zijn bang dat het geweld overslaat naar de andere kant van de grens, zegt Grayson. Zo’n 80 tot 85 procent van de geconsumeerde drugs in de VS komt via Mexico het land binnen. Grayson: „Washington zou eens serieus moeten nadenken over het decriminaliseren van bezit van drugs, in ieder geval van marihuana. Want een oorlog tegen drugs levert zolang er zoveel winst mee te behalen valt nooit een winnaar op.”