Heldere, strenge eenvoud

Aldo van den Nieuwelaar ontwierp heldere lampen en meubels zonder opsmuk. Zoals zijn TC6: een doos met neoncirkel.

Lampen en meubels even streng als de monochrome witte reliëfs van ‘nul-kunstenaar’ Jan Schoonhoven. Aldo van den Nieuwelaar, die afgelopen donderdag op 65-jarige leeftijd in Amsterdam overleed, was een ontwerper en architect met een voorliefde voor eenvoudige, geometrische vormen, voor producten zonder frivoliteiten.

Neem zijn bekendste lamp, de TC6. Een vierkante doos waar een cirkelvormige tl-buis uitkomt: simpel, maar met een grote ruimtelijke werking. Of neem zijn bestverkochte ontwerp, de Amsterdammer. Deze zuilvormige kast voor meubelfabrikant Pastoe bestaat uit niet meer dan een paar houten planken met een kunststof rolluik. Maar in gesloten toestand is de Amsterdammer een krachtige, sculpturale vorm, die niets prijsgeeft over zijn functie. Want wat is de voorkant? En waar zijn de grepen?

Van den Nieuwelaar, een oud-student van de St Joost Academie in Breda, liet zich inspireren door Gerrit Rietveld en De Stijl, het Bauhaus uit de jaren twintig en de minimal art van tijdgenoten. Hij behoorde vanaf eind jaren zestig tot een groep ontwerpers die dwars tegen de tijdgeest inging. Net als graficus Wim Crouwel en de ontwerpers Kho Liang Ie en Bruno Ninaber van Eyben geloofde hij in een systematische aanpak. Producten eenvoudig en helder van vorm, die langer zouden standhouden dan de knusse lampen van aardewerk en riet die toentertijd in zwang raakten. Op Van den Nieuwelaars lampen van gebogen metalen buis met tl-licht die hij in 1969 uitbracht, zaten maar weinig mensen te wachten.

Van den Nieuwelaar begon zijn carrière bij architectenbureaus, onder andere dat van Premsela Vonk in Amsterdam. Met zijn eigen bureau, dat hij in 1968 had opgericht, ontwierp hij vooral lampen, meubels en tapijten. Ook voerde hij vele grote institutionele lichtprojecten uit. Zijn werk is opgenomen in de collecties van onder meer het Stedelijk Museum Amsterdam en het Museum of Modern Art in New York.

Zo streng als zijn ontwerpen zijn, zo zwierig was de levensstijl van de Brabander. Hij kwam voorrijden in een lichtblauwe Jaguar en gaf kleurrijke feesten waar het er onstuimig aan toeging. Met fabrikanten had hij het vaak aan de stok. Veel van zijn energie stak hij in juridische conflicten.

In de roman Het huis van de dichter van Jan Brokken stond Van den Nieuwelaar model voor romanfiguur Marco. Treffend was Brokkens karakterisering: „Hij ging gekleed in pakken van Italiaanse snit en had het flux de bouche van een gevierde operazanger. Hij wás theater, hij schertste, snierde, trompette, en hij kon ook nog aandoenlijk snikken. Hij zat geen seconde stil, zwaaide met zijn armen en schudde met hoofd en bovenlijf. Hij dronk stevig wat hem alleen maar uitbundiger of scherper maakte, niet vervelender.”