Exclusieve lifestyle, fascinerende sport

Ruim 2.000 toeschouwers bezochten de elfde editie van de Amsterdam Polo Trophy. Champagne en witte wijn op de tribune, adrenaline op het veld.

In volle galop denderen acht polopaarden achter een wit balletje aan op een omgeploegd veld tussen de bomen van het Amsterdamse Bos. Schouder tegen schouder, de ruiters vervaarlijk zwaaiend met een lange stick. Ruim tweeduizend toeschouwers laten hun drankje even onaangeroerd en houden de adem in. Scoren de polospelers van Nederland.FM hier de beslissende goal in de finale van de Amsterdam Polo Trophy tegen het Belgische Scapa Sports? Dan maakt de Belgische grootgrondbezitter Gery de Cloedt een scherpe draai, in een uiterste poging de bal weg te meppen. Tot ontzetting van het publiek glijdt zijn paard op het gladde gras hard onderuit. Als ruiter en paard even later weer heelhuids opstaan, klinkt voor het eerst deze zaterdagmiddag een daverend applaus vanaf de tribune.

„Dit is de gevaarlijkste sport ter wereld”, zegt de Nederlandse polospeler Martijn van Scherpenzeel, die eerder op de middag uitkwam in de troostfinale van het Amsterdamse demonstratietoernooi. „Een vriendje van mij liep een dwarslaesie op en is gedeeltelijk verlamd, een ander vriendje brak zijn nek. Toch blijft het voor mij ook de gaafste sport die er is. Fysiek, snel, mentaal zwaar. De adrenaline spuit uit je oren. Wie het één keer heeft gespeeld, is gelijk hooked. In polo zeggen we: je stopt er alleen mee als je dood bent of bankroet. En in dat laatste geval stop je slechts tijdelijk.”

Polo heeft in Nederland het imago uit de film Pretty Woman, waarin hoofdrolspeler Richard Gere zijn vriendin Julia Roberts bij een polowedstrijd introduceert in de upperclass. Of desnoods van de Engelse prins Charles en zijn zonen Harry en William, allen enthousiaste spelers. Een besloten sport van een steenrijke elite, van gezien en gezien worden, op het snobistische af.

In het Amsterdamse Bos is dat clichébeeld nooit ver weg. Engelssprekende stewards in rood-zwart jacquet en witte handschoenen wijzen genodigden de weg. ‘Smart casual’ is de officiële dresscode. Ondanks het herfstachtige weer domineren de witte broeken en gekleurde shirts van McGregor, Marco Polo of sponsor Scapa Sports, dat in een stand exclusieve polokleding verkoopt. Zonnebrillen van Ralph Lauren, horloges van Cartier. Bij de viptenten is zelfs de bril van het kraakheldere mobiele toilet van hout. Op de tribune koelers met Veuve Clicquot-champagne of desnoods een witte wijn.

„Polo is een lifestyle”, verzekert Van Scherpenzeel. „Het is iets anders dan dammen of darten. Op dit niveau heb je minimaal vier tot zes paarden nodig om aan wedstrijden mee te doen. Dat houdt in dat je doordeweeks moet trainen en moet zorgen voor de juiste voeding en vitaminen. Om het te doen is het een kostbare sport. Maar om naar te kijken is het juist heel toegankelijk. Soms zijn wedstrijden alleen voor genodigden. Maar hier in Amsterdam kan iedereen gratis komen kijken. Dan krijg je een leuke mix.”

Paardenliefhebbers genoeg in Nederland, waar in de paardensport 1,5 miljard euro omgaat. Achter het toernooiveld kunnen ze rond de wedstrijden de dieren van dichtbij bewonderen bij de grote trailers met opschriften als Host Conejos Polo Team en Mendoza Polo y Mucho Mas. „Polopaarden zijn een kruising tussen Engelse volbloeds en het Argentijnse ponyras Criollo”, vertelt de Argentijnse gastspeler Marcelo Puga. „Ze zijn wat kleiner dan normale paarden, moeten snel kunnen accelereren en wenden. Ze zijn helemaal getraind in het spel. Soms draaien ze eerder naar de bal dan de ruiter.”

Argentinië geldt als mekka van het polo. „Bij de Palermo Open in Buenos Aires zitten 50.000 mensen op de tribune”, vertelt Puga na afloop van de wedstrijd, terwijl hij trots zijn bebloede shirt toont. „Tough game. Mooi evenement ook. Ik wil niet zeggen dat het in Argentinië een volkssport is, maar er is wel een vast publiek van echte pololiefhebbers. Hier is dat minder. Maar door een toernooi als dit komen er meer mensen op af.”

Het publiek dat aanwezig is bij de elfde editie van de Amsterdam Polo Trophy wordt voorgelicht door de in Schotse kilt geklede Britse speaker Michael Hobday, die zijn deskundige commentaar lardeert met dubbelzinnige grappen. „Het idee bij dit toernooi is ‘polo to people’. Ik probeer het op een leuke manier te brengen, zodat de mensen onder het genot van een drankje een leuk dagje uit zijn. Polo heeft in Nederland geen traditie zoals in Engeland. Bij ons is deze sport een sociaal gebeuren, met drieduizend spelers en het belangrijkste toernooi in de achtertuin van de koningin.”

In Nederland zijn momenteel drie clubs, in Wassenaar (Duindigt), Vreeland (op het landgoed van vastgoedmagnaat Cor van Zadelhoff) en Deuverden. „In totaal zijn dertig tot veertig spelers actief”, zegt Pascal Zantman, die dit jaar met het Nederlands team zevende werd op het EK. De spelers worden internationaal gerangschikt naar handicap, die loopt van -2 tot 10. Zantman (zelf handicap 1): „De spelers met 10 zijn de Tiger Woods of Johan Cruijff van onze sport, meestal Argentijnen.”

Uitblinker in het Amsterdamse Bos is Aki van Andel (handicap 3), die in de finale opvalt met schitterende solo’s en harde, verre klappen. Ook bij snelheden van meer dan vijftig kilometer per uur raakt hij het balletje van negen centimeter doorsnee loepzuiver. Fascinerende sport. Zijn ploeg wint in de verlenging met 7-6. Voor het feest dat volgt, is de uitslag van geen belang. Zantman: „Wij zien elkaar ieder weekend en zijn een hechte vriendengroep.”