Een vrouw als wurgkoord

Theater

Mensenkinderen van J.J. Voskuil. Tournee t/m 26 dec. **

Mensenkinderen van J.J. Voskuil is een van de vele varianten op Albee’s toneelstuk Wie is er bang voor Virginia Woolf: een kinderloos echtpaar houdt de relatie gaande met felle ruzies, met als aanjagers een bezoekend ander echtpaar. Maar anders dan bij Albee maken zij het niet te laat en ze serveren blokjes kaas van Kaasland bij de witte wijn.

Dit toneelstuk heeft vooral waarde als literair curiosum. Het zouden zo een paar bladzijden uit Voskuils autobiografisch aanvoelende romans kunnen zijn, die immers voor een groot deel uit kale, geestige dialogen bestaan. Het stuk hoort vooral bij Binnen de huid, de vorig jaar postuum gepubliceerde overspelroman. Brandstof voor de echtelijke ruzies is de seksuele interesse die de echtgenoot heeft voor de vrouw van zijn beste vriend.

Net als zijn romans zijn er twee grote hindernissen om dit toneelstuk te kunnen waarderen. Allereerst wat Potgieter de ‘Hollandsche copieerlust des dagelijks levens’ noemde. Je krijgt een zeer herkenbare uitsnede uit een langlopend huwelijk. Je raakt getroffen, maar er zit verder niets onder. Niets groots, dieps of duisters dat het stuk zou kunnen dragen.

Het tweede probleem is de doffe haat die de echtgenote oproept. Een onverzoenlijke, jaloerse vrouw voor wie ‘gesprek’ een synoniem is voor ‘ruzie’, voor wie iedere andere vrouw een ‘hoer’ is, en iedere andere man een ‘rechtse klootzak’. Als een wurgkoord hangt ze om de nek van haar echtgenoot, ze dwingt hem zelfs om de vriendschap met zijn beste vriend op te zeggen.

Ja, haar onredelijke ruzie zoeken is geestig, en ja, zij is de motor van het stuk. Maar uiteindelijk is zij een oninteressante kleine kwelduivel naar wie je snel niet meer kan luisteren. Net als eerdere vertolker Marja Kok, in de toneelbewerking van Het Bureau, doet Els Ingeborg Smits geen moeite om daar een tegenkleur aan toe te voegen. Iedere zin geeft zij een eendere schelle toon en verongelijkte melodie.

Kees Hulst is de juiste man als de echtgenoot, een goedmoedige sombere sukkelaar, wiens dieper verborgen venijn wordt bovengehaald door zijn vrouw. Hulst plaatst volmaakt alle geestige zinnen en voegt daar ook zijn komisch harkerige lichaamstaal aan toe. Vooral de wijze waarop hij zijn vrouw negeert tijdens het bezoek van zijn vriend is meesterlijk.

Wilfred Takken