Ed zei nooit 'fuck off'. En dat is uitzonderlijk

Labour verloor vijf miljoen kiezers aan de Conservatieven en de Liberaal-Democraten.

De nieuwe partijleider, ‘Red Ed’, wil nu het contact met de vakbonden herstellen.

„De andere Miliband.” Zo stelde Ed Miliband zich vaak voor. Zijn broer David was immers minister van Buitenlandse Zaken en bekender. David deed als oudere broer bovendien alles eerder: een studie politicologie, filosofie en economie in Oxford en het adviseren van een minister. David was eerder auteur van het partijprogramma en parlementslid. Ed volgde.

Tot zaterdagavond, toen de verbeten strijd tussen de twee broers om het leiderschap van de Britse Labourpartij eindigde in een nipt voordeel voor Ed. Hij zag er enigszins geschrokken uit toen de uitslag – 50,65 procent voor hem en 49,35 procent voor zijn broer – bekend werd gemaakt. „Zelfs niet in mijn stoutste dromen heb ik gedacht dat ik deze partij zou leiden”, zei hij in zijn overwinningstoespraak, nadat hij zijn broer had omhelsd en bedankt.

Ed Miliband (1969) is sinds zijn zeventiende jaar lid van de Labour-partij. Die partijkeuze was weinig verrassend. Milibands vader Ralph, een Poolse jood die het nazisme ontvluchtte, was een bekende marxist. Thuis in Primrose Hill, in Noord-Londen, werden verhitte debatten gevoerd over het socialisme en de rol van de Labour-partij bij het realiseren van een socialistische staat. Politici als Tony Benn en Neil Kinnock kwamen geregeld langs, en tijdens een zomervakantie werkte Ed voor Benn toen deze minister was.

Benn omschreef hem in zijn dagboek als „een aardige jongen”, en zo wordt hij door velen gezien. Miliband houdt niet van show en aandacht, tijdens een staande ovatie bij een campagneoptreden voelde hij zich duidelijk ongemakkelijk. Hij is ook trots op zijn ‘gewone’ afkomst. De broers gingen naar een openbare school, en nog steeds koopt hij zijn pakken in de winkel in plaats van ze te laten maken, vertelde hij onlangs in een interview.

Na zijn studie aan Corpus Christi College in Oxford, in de jaren tachtig een bastion van links denken, voerde Miliband campagne voor de partij. En terwijl David politiek adviseur werd van Tony Blair, werd Ed speech-schrijver voor Gordon Brown, en in 2007 diens minister van Energie. In het Blair-kamp werd hij ‘de afgezant van Planet Fuck’ genoemd, de enige Brownite die nooit tegen de Blairites ‘fuck off’ zei. Hij wordt daardoor nu ook minder met een van de twee kampen geassocieerd dan zijn broer.

Bovendien kon Ed, in tegenstelling tot minister van Buitenlandse Zaken David, gemakkelijker afstand nemen van Blair en Brown. Zo heeft hij kritiek op de inval in Irak en noemt dit een „morele mislukking”.

Desondanks is Milibands eerste taak, zei hij zelf ook zaterdagavond, om eenheid in de partij te brengen. De campagne om het leiderschap zette verschillende kampen opnieuw tegen elkaar op, en hoewel zijn medekandidaten en partijprominenten hun steun uitspraken voor de nieuwe leider werd de legitimiteit van Milibands winst onmiddellijk ook in twijfel getrokken. David kreeg vooral steun van partijleden, parlementsleden en Europarlementariërs, Ed won dankzij de steun van vakbondsleden.

Het leverde hem onder Conservatieven en in verschillende anti-Labourkranten gisteren al de bijnaam ‘Red Ed’ op. Inderdaad wil Miliband het contact met de bonden, in deze tijd van bezuinigingen, herstellen. Onder Tony Blair werden deze op afstand gezet. De vakbonden hadden ook al vroeg in de campagne aangegeven een voorkeur voor de jongere broer te hebben. Maar zal hij een economische koers durven varen die ingaat tegen de wensen van de bonden?

De belangrijkste taak voor Miliband is om een antwoord te geven op de bezuinigingsmaatregelen die de regeringscoalitie van David Cameron eind oktober zal opleggen. Tot nu toe voerde Labour vooral oppositie, zonder zelf met een oplossing voor het Britse begrotingstekort te komen.

Miliband plaatste tijdens zijn campagne de kritiek op Cameron in een breder perspectief: „De vraag is of we een Amerikaanse versie van het kapitalisme willen: ongelijker, oneerlijker en redeloos. Of dat we een nieuw model bouwen, een vorm van kapitalisme waarbij het om mensen gaat.” Hij wil de kloof tussen arm en rijk dichten, en pleit voor een ‘menswaardig’ loon in plaats van een minimum loon. Nu zal hij ook met concrete plannen en een strategie moeten komen.

Opnieuw erkende Miliband dat Labour de steun van de working class te veel als vanzelfsprekend heeft beschouwd en vergat naar die kiezersgroep te luisteren. Hij vindt dat de partij moet leren van de nederlaag in mei, een opmerkelijke reactie van de man die het verkiezingsprogramma schreef. Nu noemt hij dat programma „te weinig radicaal”.

Hij sprak de vijf miljoen kiezers die Labour verloor aan de Conservatieven of de Liberaal-Democraten zaterdag rechtstreeks aan: „Ik weet dat we de verkiezingen verloren. Ik weet dat we uw vertrouwen hebben verloren. Dit is een nieuwe generatie die de partij leidt, en we zullen veranderen. Vandaag begint die verandering.”

Morgen staat hem een belangrijk moment te wachten waarop hij kan tonen dat hij het meent. Dan zal hij in zijn eerste toespraak als leider van de Labour-partij moeten laten zien dat verandering niet alleen een campagneslogan is, maar ook inhoud heeft.