De nieuwe Leider krijgt een gezicht

In Noord-Korea begint morgen waarschijnlijk het ‘grote en unieke’ partijcongres.

Dan krijgt Kim Jong-un, de beoogde opvolger van de Geliefde Leider, een gezicht.

Zijn overleden grootvader leeft voort als de Grote Leider, zijn zieke vader is al de Geliefde Leider van Noord-Korea – welke titel ligt er voor hém in het verschiet? Welke stalinistische koosnaam krijgt die mysterieuze jonge knul, die volgens speculaties deze week wordt voorgesorteerd om zijn vader Kim Jong-il (68) op termijn op te volgen? Zodat hij straks mogelijk de leiding krijgt over een land dat de wereld voortdurend tart met provocaties?

De propagandamakers in hoofdstad Pyongyang zouden het al weten: ‘Jonge Generaal, Onze Commandant’. Volgens buitenlandse volgers van het meest gesloten land ter wereld is deze titel opgenomen in strijdliederen, gedichten en hymnen die met het oog op de Grote Lancering al zijn gecomponeerd en in miljoenvoud klaarliggen. Want als het eenmaal zo ver is, zal het volk moeten paraderen, marcheren en scanderen. De staatsveiligheidsdienst zal scherp in de gaten houden of iedereen maat houdt.

Natuurlijk, zijn titel moet vooral affectie oproepen onder de 22 miljoen benarde zielen, die lijden onder voedseltekorten en repressie. Want zijn vader heeft er een potje van gemaakt en het land aan de rand van de afgrond gemanoeuvreerd. Nee, dan deed zijn opa en grondlegger van Noord-Korea, Kim Il-sung, het beter. Die wist het kapitalistische Zuid-Korea tot in de jaren zeventig economisch af te troeven.

Kim Jong-un moet ergens in de twintig zijn, maar niemand weet dat zeker. Niemand weet hoe hij er precies uit ziet. Zijn biografie is een bijna archeologische collectie van oude zwart-witfoto’s, waarvan de authenticiteit nooit is bevestigd, en een stapel speculatieve rapporten – met toewijding verzameld door veiligheidsdiensten en internationale media.

Wat gezegd wordt, is dat hij van skiën en basketball houdt, fan is van Michael Jordan, en waarschijnlijk onder een schuilnaam in Zwitserland heeft gestudeerd. Kim Jong-un is de jongste van drie zoons, die zijn vader bij twee vrouwen heeft. De oudste is een losbol die graag in het Chinese gokparadijs Macao verkeert, de middelste zou te ‘verwijfd’ zijn voor het leiderschap. De oude Kim kwam zo op zijn jongste zoon uit.

Kim krijgt misschien deze week eindelijk een gezicht. De dictatoriale arbeiderspartij van Noord-Korea begint morgen volgens staatspersbureau KCNA aan het grote, unieke congres dat kort geleden om onduidelijke redenen werd uitgesteld. Het congres gaat over het leiderschap van de natie, vermomd in waarschijnlijk honderden benoemingen in de partij en in staatsorganen, telkens met ‘instemming’ begeleid door militaristisch handgeklap.

Misschien verschijnt Kim Jong-un morgen voor het eerst in het openbaar, zoals zijn vader op het partijcongres in 1980 zijn publieke debuut maakte als start van een opvolgingsproces dat veertien jaar duurde.

Er zouden al tien miljoen foto’s van hem zijn gedrukt, die straks in elke woning, fabriek, kantoor en legerplaats moeten komen te hangen, naast de portretten van Kim Il-sung en Kim Jong-il. Aan dezelfde muur mogen geen andere foto’s of schilderijen hangen, want de iconen van Noord-Korea verdragen geen concurrentie. Wie verhuist, heeft maar één opdracht: zorgen dat de portretten ongeschonden worden verplaatst, zoals bijvoorbeeld het boek North of the DMZ van de Russische Noord-Korea-expert Andrei Lankov schetst.

De jonge Kim wordt mogelijk de leider van een leger van dik een miljoen soldaten en een handvol kernkoppen. Van een land ook waar de stalinistische ideologie, in het vacuüm van internationaal isolement, net zo goed geconserveerd is gebleven als het lichaam van grondlegger Kim Il-sung, de ‘zon van de natie’, in het mausoleum.

Over zijn karakter wordt alleen maar gespeculeerd. Hij zou in de vijf jaar dat hij op de militaire academie was ingeschreven natuurlijk leiderschap hebben getoond. Maar Kim zou ook de hardheid met zijn vader delen. Zuid-Koreaanse media, vooral de conservatieve krant de Chosun Ilbo, staan bol van dit soort observaties van kenners, overlopers en vermeende bronnen in Noord-Korea.

Wie waarschijnlijk echt iets over Kim kan melden is de vroegere Japanse sushikok van Kim Jong-il, Kenji Fujimoto, die het land ontvluchtte en in 2003 zijn memoires schreef. Volgens Fujimoto had zoonlief toen hij zeven was al een „dreigende blik”. Ook toen het jongetje, gestoken in militair uniform, hem eens de hand schudde. „Ik zal nooit de blik in zijn ogen vergeten die leken te zeggen: jij bent een verderfelijke Japanner.” Volgens Fujimoto is de jonge Kim de evenknie van zijn vader, qua uiterlijk, postuur en karakter.

Machtswisseling is in Noord-Korea een delicate en riskante kwestie. Het land is een soort stalinistische monarchie, waarin de troon tot dusver van vader op zoon is overgegaan. In de partij, het leger en de veiligheidsdiensten lijkt de steun er voor de eeuwigheid ingehamerd. Maar je weet het natuurlijk nooit, zeker niet als het economisch belabberd gaat en allerlei materiële privileges voor de top op de tocht staan.

De persoonlijkheidscultus rond de leider heeft religieuze dimensies en dat maakt het extra lastig om een opvolger in het zadel te helpen. Vandaar de mystiek en de geheimzinnigheid over de nieuwe leider, die bijna vanaf een andere planeet in de harten van zijn onderdanen zal moeten afdalen.

Zo ging het ook met Kim Jong-il, die volgens historici in 1941 werd geboren in het dorp Vyatskoye in de vroegere Sovjet-Unie, waar zijn vader commandant was van een bataljon uitgeweken Chinezen en Koreanen. Maar in de Noord-Koreaanse werkelijkheid werd de Geliefde Leider op 16 februari 1942 geboren in een blokhut op een heilige berg in Noord-Korea. Bij zijn geboorte, aangekondigd door een zwaluw, verlichtte een fonkelende ster de hemel en verscheen er een dubbele regenboog. Noord-Koreaanse schoolkinderen krijgen dat erin gestampt in het belangrijkste vak op school: Kim Jong-il.

De machtsovername, die bij Kim Jong-il jaren in beslag nam, gaat gepaard met zuiveringen in de partij en andere staatsorganisaties. En met inleidende beschietingen in de richting van de buitenwereld. De ramp met het Zuid-Koreaanse marineschip de Cheonan in maart – volgens een internationaal onderzoek het gevolg van een Noord-Koreaanse torpedoaanval – zou daar een voorbeeld van zijn. Toen Kim Jong-il het in 1994 van zijn overleden vader Kim Il-sung overnam, verzekerde hij zich snel van de steun van het leger. Niet de arbeiderspartij, maar het leger werd de ideologische voorhoede van het land. Kim was daar duidelijk over. „Zonder het leger bestaat er geen volk, geen staat en geen partij”, zo citeerde het dagblad van de arbeiderspartij, de Rodong Sinmun, de Geliefde Leider.

Om een machtsvacuüm te voorkomen had de propagandamachine van Kim Jong-il nog een vondst: zijn vader die aan een hartaanval overleed, werd na zijn dood grondwettelijk benoemd tot president voor de eeuwigheid – en bleef vanuit zijn kist over een verweesde natie waken.

Niemand verwacht dat de jonge Kim Jong-un de komende week het roer al zal overnemen. Daar is hij nog te onervaren voor. Experts rekenen erop dat zijn oom Jang Song-thaek (63) hem de eerste jaren als mentor zal bijstaan. Deze Jang, getrouwd met de zus van Kim Jong-il, keerde op spectaculaire wijze in het machtscentrum van Pyongyang terug nadat hij in 2004 door Kim wegens ‘factievorming’ was weggezuiverd. Hij dreigde toen te populair te worden en een geduchte concurrent van Kim Jong-il.

De buitenwereld zal met scherpe interesse alle ‘benoemingen’ volgen. Want Noord-Korea is meer dan een obscure ideologische biotoop, ergens in Azië. Het land wordt gezien als bedreiging voor de veiligheid in een regio die economisch het centrum van de wereld aan het worden is. Hoewel de ineenstorting van regime al vaak is voorspeld, zoals in de jaren negentig toen hongersnood aan vermoedelijk een miljoen Noord-Koreanen het leven kostte, heeft de Kim-dynastie tot dusver een ijzeren continuïteit getoond. Vooral met hulp uit China. In Pyongyang staat de ‘jonge generaal’ al te trappelen.