Alonso kan ook winnen zonder bedrog

Fernando Alonso is na zijn tweede zege in Singapore favoriet voor de wereldtitel in de Formule 1.

Ward op den Brouw

Twee jaar geleden was er nog bedrog van zijn toenmalige team Renault voor nodig om hem de eerste Grote Prijs van Singapore te laten winnen. Gisteren behaalde Fernando Alonso, nu in een Ferrari, de zege in Singapore op eigen kracht. Met nog vier van de negentien races te gaan is de Spanjaard favoriet voor de wereldtitel in de Formule 1. In de slotfase van de titelstrijd zijn er nog vijf kanshebbers voor de eindzege: Alonso, de Australiër Mark Webber (Red Bull) en zijn Duitse teamgenoot Sebastian Vettel en de Britse teamgenoten Lewis Hamilton en Jenson Button (McLaren), de regerend wereldkampioen. Ferrari-kopman Alonso heeft de beste auto, zo bewijzen zijn polepositions en overwinningen op een van de snelste circuits (Monza, twee weken geleden) en een van de langzaamste (Singapore) van het jaar.

Nadat hij gisteren in het WK-klassement Hamilton had gepasseerd, heeft Alonso alleen zijn collega Webber nog voor zich. Terwijl de Ferrari-coureur zijn tweede achtereenvolgende race won, viel Hamilton opnieuw uit, net als twee weken geleden in Monza. Webber behield zijn koppositie door achter teamgenoot Vettel derde te worden. Doordat Hamilton de finish niet haalde en naar de derde plaats in de WK-stand zakte, vergrootte de Australiër zijn marge met de (nieuwe) nummer twee (Alonso) van vijf naar elf punten. Dat is nog steeds een minimale voorsprong; een racezege levert 25 punten op.

Twee jaar geleden werd er voor het eerst geracet op het stratencircuit in Singapore. Met als bijzonderheid dat de race in de avonduren wordt verreden, bij kunstlicht. Een jaar na de race in 2008 liet Alonso’s toenmalige teamgenoot bij Renault, de Braziliaan Nelsinho Piquet, weten dat hij van de teamleiding de opdracht had gekregen tijdens de race te crashen. Hij voerde zijn opdracht op een strategisch gekozen moment uit en doordat de safetycar op de baan kwam kreeg Alonso, gestart vanaf de vijftiende plek, de kans naar voren op te schuiven en de race te winnen. Hij deed dat vanuit een van tevoren kansloos geachte positie. Toen het schandaal een jaar geleden aan het licht kwam, betekende dat het einde van de Formule 1-carrière van Renault-teambaas Flavio Briatore, die aan de basis stond van de twee wereldtitels van Alonso in de Formule 1, in 2005 en 2006, beide bij Renault. Voor Alonso had ‘crashgate’ geen consequenties.

Vorig jaar kende hij een onopvallend slotjaar bij de Franse renstal en haalde Ferrari hem met de nodige egards binnen. Na de succesjaren van Michael Schumacher in Italiaanse dienst was het de beurt aan Alonso om de ‘scuderia’ nieuwe glorie te bezorgen. Hij won meteen zijn eerste race, in Bahrein. Zijn volgende overwinning liet lang op zich wachten: de GP van Duitsland, in Hockenheim, de elfde race van 2010. Voor de tifosi in Monza volgde zege nummer drie en gisteren kwam hij met zijn vierde zege op gelijke hoogte met Webber, die dit jaar ook vier races won. Het aantal gewonnen races kan de doorslag geven als coureurs aan het eind van het jaar evenveel WK-punten hebben.

Alonso behaalde gisteren een jubileumzege: met zijn 25ste overwinning kwam hij op gelijke hoogte met racelegenden Jim Clark en Niki Lauda.