Zelfs de armen raken uitgekeken op Chávez

Voor het eerst in tien jaar neemt de oppositie in Venezuela het weer op tegen president Chávez. Onder zijn regie is de economie verslechterd en is de criminaliteit gegroeid.

De oppositie in Venezuela doet voor het eerst in tien jaar mee aan de parlemenstverkiezingen. Aanhangers gingen donderdag de straat op in de hoofdstad Caracas. Foto AP ** CORRECTS CITY TO LOS TEQUES ** Opposition members shout during a campaign rally ahead of legislative elections in Los Teques, Venezuela, Thursday Sept. 23, 2010. Venezuela will hold legislative elections on Sunday. (AP Photo/Leonardo Ramirez) AP

Ooit verafgoodde Jesús Ávila de Venezolaanse president Hugo Chávez. Maar nu haat de voormalige havenarbeider hem. Een ander woord heeft hij er niet voor. Door Chávez heeft hij alles verloren. Eerst zijn baan in de haven, nadat de staat er op last van Chávez het management had overgenomen. Daarna zijn benzine slurpende Chevrolet en zijn vrouw. Vervolgens zijn huis.

In de noordelijke havenstad La Guaira staat Ávila op een groentemarkt te graaien in een vuilnisbak, op zoek naar iets eetbaars. Sinds de haven door de federale overheid wordt geleid is de overslag dramatisch ingezakt. „Tal van bedrijven zijn failliet gegaan en zo ben ik op straat komen te staan”, zegt Ávila (48). „Er is geen ander werk hier. Ik slaap bij een vriend op de sofa.”

Chávez was de eerste president die opkwam voor de armen, vertelt hij, maar hoe langer hij aan de macht is, hoe meer hij ze vergeet. Een jeep van een politieke partij met ballonnen en grote speakers waaruit knallende salsamuziek komt, scheurt voorbij. „Overheidsbemoeienis met de economie is geen garantie voor succes”, vervolgt Ávila. Morgen bij de parlementsverkiezingen zal hij voor het eerst sinds 1998 niet op de socialisten van Chávez stemmen.

Het zijn voor de Venezolaanse oppositie zeer belangrijke verkiezingen. Tien jaar geleden deed zij voor het laatst mee. In 2005 pleegde de oppositie collectief politieke zelfmoord door de verkiezingen op het laatste moment te boycotten. Reden: zij vermoedde dat er gefraudeerd zou worden.

Chávez heeft sindsdien vrij spel in het parlement. Zo kon hij zijn in 1999 gelanceerde socialistische revolutie, geïnspireerd op het Cubaanse model, verder uitbouwen. Zonder tegenstand loodste hij talrijke wetten door het parlement. De havens en vliegvelden bracht hij onder toezicht van Caracas, complete bedrijfssectoren werden genationaliseerd en instituten als de verkiezingscommissie en het hooggerechtshof verloren hun onafhankelijkheid.

Om deze ontwikkeling af te remmen moet de oppositie in ieder geval meer dan eenderde van de zetels winnen – voor belangrijke wetten en decreten is een tweederde meerderheid nodig. De verwachting is dat het erom gaat spannen of de horde van eenderde gehaald wordt.

In onder meer de deelstaat Vargas, waarvan La Guaira de hoofdstad is, hoopt de oppositie haar slag te slaan. Een van de oppositiekandidaten is Juan Guaidó van de centrum-linkse partij Venezuela de Primera, dat onderdeel is van de Coalitie van Democratische Eenheid. Hij zegt: „Ik kom uit deze stad en het is triest om te zien hoe het hier is ontspoord. We maken een goede kans. In het hele land is de populariteit van Chávez afgenomen door alle problemen.”

La Guaira (grofweg 400.000 inwoners) is een stad in verval. Grote gaten in de wegen, met rottend en stinkend afval langs de kant. Net als de rest van Venezuela lijdt de stad onder de economische malaise. Het eerste kwartaal van dit jaar kromp de nationale economie met bijna 6 procent, terwijl de officiële werkloosheid dit jaar naar verwachting zal oplopen tot bijna 11 procent (8,4 in 2009).

De rappe teloorgang van de haven van La Guaira heeft het economisch fundament van deze regio verder aangetast. Terugkerende water- en elektriciteitstekorten, waarmee ook de rest van het land kampt, vergroten de misère.

De oplopende werkloosheid heeft het stadje ontwricht. In de sloppenwijken bereikt het geweld wekelijks nieuwe records. Na de hoofdstad Caracas is La Guaira de gevaarlijkste plaats van Venezuela. Als het niet hoeft, laten de inwoners zich ’s avonds na negenen niet meer op straat zien.

„Het is al een paar jaar gaande en het loopt uit de hand”, zegt de 27-jarige Guaidó. Hij staat symbool voor de nieuwe lichting politici in Venezuela. De traditionele oppositie heeft volgens hem Chávez in het verleden niet serieus genomen, gezien als een clown en onderschat. „Het was misplaatste arrogantie van een elite die voorheen de dienst uitmaakte. Ze begrepen niet dat Chávez de arme bevolking voor het eerst sinds decennia een stem had gegeven en dat ze dat serieus moesten nemen”, zegt hij.

Ondanks de jeugdpuistjes op kin en neus weet Guaidó waaraan hij begonnen is. Zijn tegenstander is de president, want Chávez’ partij, de PSUV, voert campagne alsof het gaat om presidentsverkiezingen. In 2007 was Guaidó een van de leiders van de studentenbeweging in Caracas. Met succes mobiliseerden de studenten toen genoeg kiezers tegen Chávez’ voorstel om de grondwet zo te veranderen dat hij zich oneindig herkiesbaar zou kunnen stellen. Chávez verloor dat referendum, maar twee jaar later kreeg hij alsnog zijn zin. „Wij zijn in 2007 door Chavistas geïntimideerd en bedreigd. Nu gebeurt dat ook, maar ik laat me niet meer van de wijs brengen”, zegt hij.

Lastig wordt het wel, opboksen tegen Chávez en zijn partij. Officieel krijgen politieke partijen geen subsidie meer van de staat, maar de president zet steeds weer zonder schroom het gehele staatsapparaat in om verkiezingen te winnen. Een oneerlijk gevecht.

Op de groentemarkt waar Jesús Ávila rondstruint, lopen ze ook rond, de Chavistas in hun rode T-shirts. Eentje van hen, Reinaldo Bastos, is een goede bekende van Ávila. Bastos zegt: „Je moet de president blijven steunen, anders kan hij zijn socialistische project niet afmaken.” Ávila haalt zijn schouders op en zegt: „Venezuela is toe aan verandering, het is tijd voor Chávez om in te binden.”