Witte en zwarte dromen

Als moslims belangrijke beslissingen moeten nemen, gaan ze vaak af op hun dromen. Volgens antropoloog Iain Edgar is de islam ’s werelds grootste droomcultuur.

Is hij de ware? Moet je die baan nemen of niet? Is die investering wel zo veelbelovend? Iedereen die voor een belangrijke beslissing staat, is wel eens onzeker. Westerlingen zeggen dan dat zij er nog een nachtje over moeten slapen. Wanneer moslims niet zeker weten wat de juiste keuze is, vragen ze God om een teken. En vaak verwachten ze die vingerwijzing in hun nachtelijke dromen.

Moslims doen het overal, van West-Afrika tot de Filippijnen. Het gebruik heeft de vorm aangenomen van een ritueel – in het Arabisch istikhara, de weg vragen aan God. Het varieert per land, maar het stramien is steeds hetzelfde. Na het vijfde plichtgebed, net voor het slapen gaan, spreekt de gelovige een extra gebed uit terwijl hij zich concentreert op de vraag die hem bezighoudt. Hij gaat dan op zijn rechterzij liggen en probeert de vraag ‘vast te houden’ tot hij inslaapt. Soms geeft de droom van de eerste nacht al uitsluitsel, soms duurt het ritueel zeven nachten. Sommige moslims vragen een imam, soefi (mysticus) of gebedsgenezer om het voor hen te doen.

De Britse antropoloog Iain Edgar, verbonden aan Durham University, noemt dit ritueel ‘droomincubatie’. Hij doet al een kwart eeuw onderzoek naar dromen in verschillende culturen en beschouwt de islam als de grootste droomcultuur ter wereld.

INKIJKJES Dat zou heel goed kunnen. In alle religies leven ideeën over dromen, en die variëren nogal. Zo beschouwen boeddhisten dromen als ‘illusies van de menselijke geest’ en calvinistische theologen waarschuwen, net als de profeet Jeremia, voor ‘valse dromen’. Zij beklemtonen dat ‘de Geest Gods vóór alles werkt door het geopenbaarde Woord’ en niet door dromen. De rabbijnse traditie in het jodendom erkent dat God via dromen tot de profeten sprak, maar beschouwt droombeelden toch vooral als inkijkjes in de menselijke ziel. Net als Sigmund Freud, die dromen omschreef als ‘de koninklijke weg naar het onderbewuste’. Van alle grote religies is de islam het minst terughoudend over de mogelijkheid dat dromen goddelijke boodschappen bevatten. En moslims voeren overal ter wereld hetzelfde ritueel uit om toegang te krijgen tot die kennis.

Edgar verzamelde etnografisch materiaal van andere onderzoekers uit Marokko, Senegal en Sierra Leone en hield diepte-interviews met moslims in Pakistan, Turkije, Cyprus, Bosnië en Groot-Brittannië. Zij vertelden wanneer ze in hun leven om een goddelijke ingeving hadden gevraagd, wat ze zagen in hun droom en hoe die hun beslissing had beïnvloed. In het tijdschrift History and Anthropology (september 2010) beschrijft Edgar rituelen en droomverhalen.

Het onderzoek is bijzonder, want het treedt in de individuele geloofsbeleving van moslims. Anders dan de publiekelijk vervulde geloofsplichten – gebed, moskeebezoek, vasten, aalmoezen en bedevaart – behoort istikhara tot de mystieke kant van de islam, de persoonlijke relatie van de mens tot God, en daar zijn moslims niet zo mededeelzaam over. Het onderzoek van Edgar laat zien hoe wijdverbreid het gebruik is. Gelovigen uit alle delen van de wereld en uit heel uiteenlopende – ook ‘moderne’ – milieus laten zich leiden door dromen.

Istikhara wordt meestal gepraktiseerd bij het kiezen van een huwelijkspartner, maar ook bij politieke en zakelijke beslissingen. Wevers van de Tukulor in Senegal noemen het ritueel listikhaar en laten zich in hun handwerk inspireren door dromen. Een Pakistaanse vrouw vertelde Edgar dat zij wilde weten of haar dochter de juiste man had gekozen. Na het istikhara-gebed droomde ze van een schaal met dadels die er mooi uitzagen, maar niet zo goed smaakten. Haar dochter zag af van het voorgenomen huwelijk. Een bekende journalist van de BBC in Pakistan, Rahimullah Yusufzai, kreeg een zetel aangeboden in de regering van de North West Frontier Province. Na istikhara weigerde hij de post.

NEGATIEF TEKEN

Voor de duiding van dromen kent de traditie een bepaalde waardering toe aan kleuren, symbolen en emoties. Wit (melk, papier, wit licht, witte kleren), groen (gras, bomen, groene kleren, groen licht), mooie dingen en vooraanstaande religieuze personen betekenen dat het voornemen in kwestie gunstig is. Rood (bloed, rode vruchten, rode kleren, rood licht), zwart (een zwarte hemel, zwart water, zwarte kleren), onaangename personen of lelijke dingen betekenen dat het beter is af te zien van de onderneming. Als een droom verontrust, is dat een negatief teken. Werkt hij kalmerend, dan is de boodschap gunstig.

Istikhara is even oud als de islam zelf. De profeet Mohammed, zo wil de traditie, was een groot dromer. Volgens de hadith (overleveringen over het leven van de profeet) die onder moslims als betrouwbaar gelden, zoals die van de schriftgeleerde Al-Bukhari (810-870), had Mohammed zes maanden voordat de openbaringen van de Koran begonnen ‘ware’ (door God geïnspireerde) dromen. En een deel van de Koran – volgens de traditie 1/46 – zou in dromen zijn geopenbaard. Mohammed zou zijn volgelingen hebben aanbevolen om bij moeilijke beslissingen istikhara te bedrijven en leerde hun daarvoor een speciaal gebed.

De islamitische droomduiding gaat terug op de geschriften van Ibn Sirin uit Basra (653-728). Hij onderscheidde drie soorten dromen: ruya (een ‘ware’, spirituele droom die inzicht geeft in de wil van God), dromen die zijn ingegeven door de duivel, en dromen die voortkomen uit nafs (letterlijk: heet, stromend bloed), het menselijke ego. Dat laatste type dromen geldt als betekenisloos. Volgens de islamitische droomtheorie kan iedereen een ‘ware droom’ hebben. Vrome lieden maken meer kans, maar zulke dromen kunnen ook tot grotere vroomheid en zelfs tot bekering leiden.

Dromen kunnen ook inspireren tot extreme daden, zoals geweld tegen ‘ongelovigen’ en zelfmoordaanslagen. Overwinnen van de weerzin tegen doden en van de angst voor de eigen dood vraagt om een buitengewone motivatie en die putten jihadisten ook uit dromen. In eerdere artikelen schreef Edgar over de rol van dromen in de jihadideologie.

ZWAARD

Mullah Omar, de spirituele leider van de Taliban, begon die beweging op aanwijzing van een heilige die hem in een droom verscheen. Osama bin Laden vertelde de journalist Robert Fisk dat hij de dag begint door dromen van de voorgaande nacht te bespreken met zijn kameraden. De Jordaniër Abu Mussab al-Zarqawi, tot zijn dood in 2006 leider van Al-Qaeda in Irak, zou volgens een gewezen celgenoot zijn bekeerd tot de radicale islam nadat zijn zuster had gedroomd van een zwaard. Daarop stond aan één kant het woord JIHAD en aan de andere kant het Koranvers: ‘God zal u nooit in de steek laten en u nooit vergeten.’ De moraal van dit droomverhaal: de goddelijke instructie luidde dat jihad gewettigd is en die boodschap is aangekomen.

Zulke dromen worden openbaar gemaakt op jihadistische websites. Ook al zijn ze verzonnen voor propagandistische doeleinden, schrijft Edgar, dan nog kunnen ze helpen nieuwe rekruten te werven. ‘Ware dromen’ zijn voor moslims immers een bron van religieus gezag, want ze kunnen inzicht geven in de wil van God.