Vijf misverstanden over de Roma

Roma beheersen nu al weken het Europese nieuws. En daarmee ook de hardnekkige, wijdverspreide stereotiepen over ‘de zigeuner’. Leo Lucassen ontkracht een handvol mythes.

Ingekleurde zwart-witopname van Spaanse zigeunermeisjes, begin 1900. Foto National Geographic Magazine, 1917

Hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Promoveerde in 1990 op de geschiedenis van zigeuners in Nederland, 1850-1940.

De uitzettingen van Roma uit Frankrijk in de afgelopen weken hebben niet alleen bijzonder veel media-aandacht gegenereerd, maar ook de gemoederen tot op het hoogste Europese niveau in beroering gebracht. Nadat eurocommissaris voor Vrijheid en Fundamentele rechten Viviane Reding een het Franse uitzettingsbeleid had vergeleken met de deportaties in de Tweede Wereldoorlog, barstte een waar pandemonium los, met de Franse president Sarkozy in de hoofdrol. Bovendien meenden ook Nederlandse politici, zoals Tweede Kamerlid Mirjam Sterk (CDA), zich met populistische flinkheid en niet gehinderd door kennis van zaken in het debat te moeten mengen door Nederlandse Roma de wacht aan te zeggen. Wat de vele berichten en uitspraken over Roma kenmerkt, is het groot aantal misverstanden over deze groep en daarnaast het gebrek aan concrete en realistische oplossingen. Laten we de misverstanden eens langsgaan.

Vervolg Roma: pagina 2

Vergeet nu de mythes, zoek een oplossing

Misverstand 1

: Roma zijn één volk

Dit is een wijdverspreid misverstand dat een zeer hardnekkig bestaan leidt. Het is geworteld in het romantisch nationalistische idee dat volkeren een lange gemeenschappelijke taal en geschiedenis hebben. Toen wetenschappers aan het einde van de achttiende eeuw ontdekten dat het dialect (‘Romani’) van bepaalde ‘zigeuner’-groepen opmerkelijke gelijkenissen vertoonde met Indiase talen werd al snel de conclusie getrokken dat het om een volk ging dat zijn wortels in het Oosten had. Vervolgens ging men op zoek naar andere parallellen op het terrein van fysiek uiterlijk (huidkleur), kleding en zeden en gewoonten (rondtrekkend, bedelarij). Hoewel veel als ‘zigeuner’ of ‘gypsy’ bestempelde groepen hier niet of maar zeer ten dele aan voldeden, was het idee van één zigeunervolk al snel geboren. Zoals mijn Leidse collega Wim Willems in zijn proefschrift heeft aangetoond (In search of the true Gypsy), was dit stereotype en op wetenschappelijk drijfzand gebaseerde idee blijkbaar zo aantrekkelijk dat het de beeldvorming in Europa diepgaand heeft beïnvloed. Bovendien blijkt het vrijwel immuun voor correcties, ook al weten we dat achter de labels ‘Roma’ of ‘zigeuner’ zeer uiteenlopende groepen schuilgaan. Het enige wat hen verbindt, is dat het gaat om families die (ooit) op zichtbare wijze rondtrokken en die – terecht of onterecht – een buitenlandse herkomst wordt toegedicht.

Misverstand 2: Roma zijn nomaden

Zit het rondtrekken bij de Roma in het bloed? Nee. In Oost-Europa, waar dergelijke groepen met de term ‘Roma’ worden aangeduid (in tegenstelling tot ‘Sinti’ in West-Europa), woonde reeds aan het einde van de negentiende eeuw het merendeel in huizen. Momenteel geldt dit in landen als Roemenië, Bulgarije, Slowakije en voormalig Joegoslavië voor meer dan 90 procent van de Roma-bevolking. Het feit dat Roma in West-Europa momenteel als ‘nomaden’ te boek staan, heeft vooral te maken met de slechte toegang tot permanente woonruimte, waardoor men aangewezen is op zelf getimmerde hutjes, wrakke caravans en tenten. Een goed voorbeeld zijn Joegoslavische Roma die in de jaren zeventig van de vorige eeuw in caravans in Nederland rondtrokken. Bij navraag bleken ze die in West-Europa tweedehands te hebben gekocht na generaties lang in Belgrado en Sarajevo in huizen te hebben gewoond. Sommigen trokken ook wel rond om geld te verdienen met ambulante beroepen, maar ook zij keerden steeds naar een vaste plek terug.

Misverstand 3: Roma zijn asocialen, bedelaars en bandieten

De sociaal-economische status van Roma is zeer divers. In Oost-Europa leven zeer succesvolle musici, handelaren en ambachtslui zij aan zij met een veel grotere groep van Roma die het minder getroffen hebben. De meesten hebben weinig opleiding en verdienen de kost als ongeschoold arbeider of met seizoensarbeid in de landbouw. Sinds de val van het communisme, dat Roma nog een zekere vorm van bescherming en banen bood, is hun sociale situatie verder verslechterd met als gevolg dat een groot deel van hen een onderklassebestaan leidt. Vooral in landen als Slowakije en Roemenië wonen velen in getto’s, zowel op het platteland als in de stad, in zeer slechte huizen, met nauwelijks voorzieningen en onderwijs. Hun situatie is tot op zekere hoogte te vergelijken met die van arme zwarten in Amerikaanse achterbuurten of van de onderklasse in Braziliaanse steden: gestigmatiseerd en nauwelijks kansen om op een legale wijze vooruit te komen in het leven. Criminaliteit en bedelarij zijn wijdverbreid en bestendigen het idee dat ze niet willen deugen. Hoewel het te ver gaat hen alleen maar als slachtoffers te zien zonder enige persoonlijke verantwoordelijkheid, wordt te gemakkelijk voorbijgegaan aan de structurele kansloosheid waar veel Roma mee te maken hebben. In plaats daarvan kunnen we bij veel overheden en niet-Roma het mechanisme constateren dat psychologen aanduiden als blaming the victim. Daar komt nog bij dat in de afgelopen jaren Roma in toenemende mate het mikpunt vormden van racistische en pogrom-achtige aanvallen, die de tegenstellingen (en mogelijk de wens naar West-Europa te vertrekken) alleen maar versterkten.

Misverstand 4: Je mag de Franse uitzettingen niet met WO II vergelijken

Dat ligt er maar aan. Als de vergelijking van de huidige uitzettingen door de Franse overheid met de deportaties in de Tweede Wereldoorlog dient om op het algemene mechanisme te wijzen waarbij mensen afwijkend worden behandeld op grond van een vermeend groepslidmaatschap (in dit geval Roma), dan vertoont de Franse aanpak zeker parallellen met het oppakken van zigeuners in de door de nazi’s bezette landen. Uiteraard is er ook een groot verschil met de razzia’s gedurende de Tweede Wereldoorlog, aangezien die als doel hadden zigeuners naar vernietigingskampen te sturen. Iets wat 245 Nederlandse zigeuners op 16 mei 1944 overkwam en van wie slechts een dertigtal de verschrikkingen in Auschwitz overleefde. Sarkozy heeft op zich gelijk door verontwaardigd te reageren op de suggestie dat zijn motieven overeenkomen met die van de nazi’s, maar aan de andere kant komt deze rel hem ook wel weer erg goed uit, omdat het verhult dat hij wel degelijk voor een etnische groepsaanpak heeft gekozen die indruist tegen Europese wetgeving.

Misverstand 5: Roma vormen in Nederland een groot probleem

In de afgelopen weken is naar aanleiding van het Franse uitzettingsbeleid onrust onder Nederlandse Roma (en Sinti) ontstaan over de kans dat hun hetzelfde zou kunnen overkomen. Zo verklaarde Stevica Nikolic-Djula, president van het Internationaal Romano Comité in Nederland in dagblad BN/De Stem van 16 september dat het uitzetten van Roma ook zomaar naar Nederland kan overslaan. Hij werd vervolgens op zijn wenken bediend door het CDA-Tweede Kamerlid Sterk dat op 21 september liet weten dat Roma die geen werk hebben Nederland uitgezet zouden moeten worden. Op wie zij precies doelde is niet helemaal duidelijk. Roma die hier al decennialang legaal wonen, of een kleine groep straatmuzikanten die vooral in de zomer probeert wat geld te verdienen? Feit is dat in Nederland zeer weinig Roma permanent wonen, naar schatting zo’n 2.000 en niet 20.000, zoals diverse media de afgelopen weken meldden (waarschijnlijk omdat ze ook woonwagenbewoners meetellen). Het gaat daarbij allereerst om een groep van circa 1.000 voornamelijk Joegoslavische zigeuners die in 1977 en 1979 zijn gelegaliseerd en in een aantal opvanggemeenten (Ede, Nieuwegein, Oldenzaal e.a.) in huizen zijn ondergebracht. Een aantal van hen heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit, terwijl anderen een zodanig sterke verblijfstitel hebben dat uitzetting, zoals in Frankrijk, onmogelijk is. Hetzelfde geldt voor een tweede groep van gemiddeld veel hoger opgeleide Macedonische zigeuners die het geweld van de Joegoslavische burgeroorlog zijn ontvlucht en inmiddels als vluchtelingen zijn erkend. Een aantal families in de eerste groep levert ontegenzeggelijk problemen op voor buurtbewoners en overheden, maar het gaat veel te ver hier, gezien de kleine aantallen, van een groot probleem te spreken. Etnische registratie, zoals voorgesteld door de burgemeester van Nieuwegein, werkt stigmatiserend. Als Roma problemen veroorzaken of hulp nodig hebben, dan dienen ze niet anders dan andere burgers te worden behandeld. Laat staan dat uitzetting een reële optie zou zijn.

En ten slotte: een oplossing

De beroerde sociale positie van veel Roma in Oost-Europa vertoont veel overeenkomsten met de problemen van bewoners in de Braziliaanse favela’s en Amerikaanse getto’s.

Alleen met een beleid op de lange termijn waarbij de bestrijding van criminaliteit gelijk opgaat met de bestrijding van discriminatie en racistische aanvallen en het tegelijkertijd verbeteren van hun omstandigheden (wonen, scholing, werk) kan er op den duur iets aan veranderen. Hierbij stuiten we overigens op een laatste misverstand, namelijk dat Roma helemaal niet in onderwijs zouden zijn geïnteresseerd. Hoewel sommigen onder hen hun kinderen, met name meisjes, inderdaad nauwelijks stimuleren en van school weghouden, geldt dit zeker niet voor de groep als geheel. Veel Roma zien wel degelijk het belang van goed onderwijs, maar ervaren tegelijkertijd ook dat hun kinderen op school worden gediscrimineerd en niet voor vol worden aangezien. Geloof in opwaartse sociale mobiliteit via het onderwijssysteem heeft bij velen dan ook een stevige knauw gekregen en tot een vorm van fatalisme geleid dat de Amerikaanse antropoloog Oscar Lewis op grond van zijn onderzoek in Mexicaanse sloppenwijken ooit typeerde als een culture of poverty. Om deze hardnekkige problemen op te lossen doet de EU er beter aan om de nieuwe EU-staten in Oost-Europa aan te spreken op en te helpen bij het bestrijden van onderklassenvorming onder Roma, in plaats van te verzanden in semantische ruzies over parallellen met de Tweede Wereldoorlog.