Trilvenen leggen het af tegen muskusratten, mest en vervuiling

Teleurstellend, zo eindigden de meeste pogingen om in Nederland nieuwe trilvenen aan te leggen. Dat schrijft bioloog Judith Sarneel in haar proefschrift (Universiteit Utrecht, 8 september). Deze bijzondere drijvende venen met hun gevarieerde flora hebben weinig kansen in het huidige Nederlandse landschap. Om meerdere redenen, ontdekte Sarneel. De belangrijkste: watervervuiling, mest en muskusratten.

Trilvenen zijn drijvende veenmatten waarin allerlei bijzondere plantensoorten groeien. Zoals de krabbescheer met zijn lange stekelbladen en witte bloemen, het waterdrieblad of de slangewortel die op een aronskelk lijkt.

Trilvenen waren algemeen in de afgelopen eeuwen, toen er in de laagveengebieden in het westen en noorden van Nederland nog turf werd gestoken. De ondiepe petgaten – rechthoekige meertjes – die daarbij ontstonden, vulden zich met drijvende vegetatie, ook wel kraggen of zodden genoemd. De kraggen trillen en golven als je erop loopt.

Rond 1940 stopte de turfwinning en met de petgaten verdwenen ook de kraggen.

Sinds 1980 zijn pogingen gedaan om nieuwe kraggen te laten groeien. Door oude petgaten weer uit te graven of nieuwe te maken. Sarneel onderzocht 62 petgaten, vooral in de Weerribben en de Wieden (Overijssel) en Utrecht.

Slechts zeven petgaten herbergden geslaagde kraggen, volgens Sarneel. De meeste meertjes lagen er, onbedoeld, nog altijd open bij.

Waarom ontstaat een landschap dat begin vorige eeuw gewoon was, nu niet meer? Er zijn te veel muskusratten, die pas sinds 1941 in Nederland leven. Die eten de planten op. Ten tweede is de bodem overbemest, wat vooral soorten als riet, braam en brandnetel aantrekt. En ten slotte is het water vaak te vervuild, omdat in de zomer in landbouwgebieden rivierwater wordt ingelaten om het waterpeil te verhogen.

Hoopgevend vindt de bioloog dat de aantrekkelijkste planten vaak nog wel in de buurt groeien. En de jongste petgaten, gegraven nu de vervuiling vermindert, zien er wat beter uit. Maar geduld blijft hard nodig. Sarneel schat dat er over ruim dertig jaar trilveen in kan zitten. Hester van Santen