Schimmenrijk

Zou Mario Been er al aan gedacht hebben de handdoek te werpen? In al zijn geloofsijver, met aanverwante bravoure, heeft hij Feyenoord (nog) niet uit het diepe moeras kunnen trekken. En dan komt toch eens de dag dat je voor de spiegel staat en denkt: waar is nou die mooie jongenskop van vroeger?

Na de afgang tegen Ajax en de uitschakeling voor de KNVB-beker hoorde ik de coach van Feyenoord ineens lyrisch losbranden over de nieuwe spelersbus. Het moet een indrukwekkend gevaarte zijn, want Mario jubelde: „Er komt wel wat binnen als wij met deze bus ergens op bezoek gaan.”

Een nieuwe spelersbus.

De dag dat een coach staat te dansen voor een stuk mobiel is hij óf wanhopig óf kinds. Ook als de bus uiteindelijk weer niet zo nieuw blijkt te zijn. Waar eindigt de luxeparade? Bij een chaise longue van Le Corbusier in de kleedkamer van de trainer? Ik heb het niet met graseters à la Gertjan Verbeek, maar de staat van gras is wel belangrijk. Iets belangrijker dan heteluchtovens en magnetrons in een spelersbus.

Om juist nu, in volle Feyenoordcrisis, te gaan pronken met design van een hotelbus is ook niet erg kies. Voor dat goede geld had de club een creatieve middenvelder en een spits kunnen binnenhalen. Of, nog beter, het zwaard van Damocles boven de spelerssalarissen kunnen weghalen. Een club die worstelt met een schuldenlast van 40 miljoen kan best wel in een gure winter de dag doorkomen zonder briljantje op vier wielen. Met de fiets kom je tegenwoordig ook overal.

Maar ja, patsertjes zijn dus de voetbalwereld nog niet uit.

Feyenoord mag de handjes kussen dat het niet bestookt wordt door een boze genius als Johan Cruijff, die de leer van de verschroeide aarde predikt. De gezaghebbendste criticaster van de Kuip is Willem van Hanegem en die schrijft en spreekt als een zondagsschilder: altijd in hemelsblauw. En als er toch eens een enkel spatje zou vallen, is het alleen maar als filosofische stijlvorm. Tot enige casuïstiek van het bloed komt Willem niet.

Toch: Mario Been heeft een probleem.

Hij is verduisterd tot een man van achterafpraatjes. Een enkele keer nog snedig, maar meestal nietszeggend. En altijd met een plakje cake bij de hand, ook als hij zogenaamd boos is. Mario is nu de gevangene van zijn eigen, rozige clichés uit de onderbuik: Feyenoord als grootste club, met de beste supporters, met een prima bestuur. En ook nog met aartsvader Leo Beenhakker, die het halen van het linkerrijtje al een godswonder zou noemen. Tja, dan wordt het sprintje van Leroy Fer en Georginio Wijnaldum vanzelf wat korter.

Altijd hoor je dat de selectie van Feyenoord nog te jong is. Leeftijd als excuus voor het falen. Zou het? De ster van Anderlecht en van de Rode Duivels is de zestienjarige spits Romelu Lukaku. Alreeds topscorer. En nee, de Belgische competitie doet niet meer onder voor de Eredivisie. Feyenoord zal zich nog lang heugen dat het Europees werd uitgeschakeld door AA Gent.

Het probleem van Feyenoord is zelfgekweekte larmoyantie. Te jonge spelers, geen geld voor transfers, impotente investeerders, zogenaamd rijke vrienden die alleen maar verwarring stichten. Wat DSB in de bankwereld was, dreigt Feyenoord in het voetbal te worden: een schimmenrijk. Dat zie je ook aan Mario Been af: zo langzamerhand meer silhouet dan man van stavast. De evacuerende grapjes die hij een tijdlang redelijk onder bedwang had, komen nu terug.

En dus ook: de tristesse van een clown.

De ziel is eruit, en dat is zeker niet alleen de coach aan te rekenen. Been past nog steeds in het profiel van Feyenoord, maar past Feyenoord nog wel bij hem? Nooit zie je nog eens een ouderwetse spektakelmatch in de Kuip. Veel gelachen wordt er ook niet. Het legioen is lamgeslagen door een opeenstapeling van tegenvallers. Deze week roerde de harde kern zich even, maar één zalvend praatje van Mario Been volstond om de storm uit de heethoofden te ranselen. Nou ja, een briesje.

Soms denk ik: Feyenoord is een club met doodsverlangen. Het hoeft niet meer zo nodig. Alle geledingen zijn vermolmd en der dagen zat. De rouwkamer is alreeds geschikt, het is nog alleen wachten op de euthanasiedokter.

In anderhalf jaar tijd is Mario Been een oud menneke geworden. Alleen als analist in de tv-studio fleurt hij nog even op. Worden de oogjes vinnig, speelt een schraal lachje om de mond. Terug in de dug-out zie je weer een immens verdriet door de afhangende schouders schuiven. En knelt de vraag: wie verlost Mario uit zijn lijden? Misschien moet een Christusfiguur als Leo Beenhakker daar maar eens over nadenken. Mario is tenslotte een vriend. Dan hoor je handen te reiken in een staat van ontbinding.