PVV vreesde dat Fitna de partij fataal werd

PVV-leider Wilders hield er rekening mee dat het uitbrengen van de anti-islamfilm Fitna (2008) zijn groeiende partij fataal kon worden.

Dat zegt Martin Bosma, Wilders’ secondant en PVV-Kamerlid, in deze krant. Door de zware druk waaronder Wilders en hij stonden, kwam „voortbestaan van de hele operatie” – het uitbouwen van de PVV – volgens hem op het spel te staan. „Terwijl Geert op zijn vrije avonden een filmpje in elkaar zette, bemoeide de baas van de VN zich ermee. Met allerlei incidenten had het heel anders kunnen uitpakken”, zegt Bosma. Zo vreesde de PVV voor een rechtszaak, een partijverbod en een grote schadeclaim.

Politicoloog en oud-journalist Bosma geldt als de denker van de PVV-fractie. Hij schrijft Wilders’ speeches en was campagneleider voor de verkiezingen. Hij publiceerde gisteren het boek De schijn-élite van de valse munters, een titel die Bosma ontleende aan de sociaal-democratische denker Jacques de Kadt (1897-1988). Bosma schrijft dat Wilders tijdens een discussie of ze Fitna moesten uitbrengen, uiteindelijk zei: „Dit is precies waarvoor we hier zitten. Al houden we één zetel over, dit is nu eenmaal onze taak.”

Bosma betoogt dat de ‘linkse elite’ na de klap van de „marxistische mallemolen” in ’68 blind is geraakt voor de gevaren van de islam. Hij trekt de vergelijking met het communisme en het nationaal-socialisme. „De enige mensen die door de geschiedenis zijn vrijgesproken, zijn zij die zich rücksichtslos hebben uitgesproken tegen.” Hij schrijft dat je nooit weet of gematigde moslims hun ware aard laten zien. „In de islam bestaat het fenomeen taqiyya. Voor zowel shi’ieten als sunnieten geldt de opdracht – niet alleen de mogelijkheid, maar echt de opdracht – om je ware bedoelingen te verdoezelen.”

Martin Bosma denkt dat het gelijk zijn kant opkomt: Weekblad