Psychiatrische patiënten hebben vaak veel gebitsproblemen

Psychiatrische patiënten hebben dikwijls veel tandbederf, ontstoken tandvlees en kunstgebitproblemen. Bij een deel van hen treedt door de medicatie een tekort of juist soms een teveel aan speeksel op. Dat tekort aan speeksel is opvallend bij patiënten die Clozapine, een antipsychoticum, of Lithium krijgen voorgeschreven en vooral bij hen ziet men mede door de geringe mondhygiëne in korte tijd veel tandbederf optreden. Onderzoekers zien bij deze groep ook veel rokers en een veranderde beleving van gebitsklachten waardoor pijnklachten en droge monden pas laat bij de tandarts worden gemeld. Ten slotte hebben deze patiënten dikwijls hevige angsten waardoor zij het tandartsbezoek zoveel mogelijk vermijden. Deze gegevens worden vermeld in het Nederlands Tandartsen Blad van begin september 2010. De auteurs pleiten allereerst voor een beter preventief tandheelkundig beleid: voor strikte mondhygiënische maatregelen als fluoride toepassingen, speekseldiagnostiek en daarnaast het gebruik van bijvoorbeeld mondspoelmiddelen, zoals chloorhexidine, dat naast een bacteriedodende- en schimmeldodende werking in de mond ook een cariësreducerend effect heeft. Naast deze maatregelen kan de droge mond worden behandeld door de stimulatie van de speekselklieren met behulp van het gebruik van suikervrij snoep of kauwgom met de suikervervanger xylitol dat de vorming van de schadelijke vorming van tandplak sterk remt. Zij pleiten ervoor om deze risicopatiënten standaard te screenen op de snelheid van de speekselvorming, de zuurgraad ervan en de buffercapaciteit van de mondvloeistof om te zien of de zuurgraad van het speeksel binnen de grenzen blijft.

De auteurs wijzen daarnaast op het belang van de georganiseerde opvang van deze patiënten. In de, in ons land, 37 geïntegreerde Geestelijke Gezondheid Zorginstellingen, de 8 psychiatrische ziekenhuizen en de 11 aparte klinieken voor verslavingszorg bestaat meestal wel tandheelkundige opvang. Maar doordat deze patiënten meestal geen aanvullende tandheelkundige verzekering hebben, is het lastig hen onder controle te houden. Ondanks het feit dat zij na opneming in een instelling, via de AWBZ, recht hebben op tandheelkundige zorg blijkt dat zij tegenwoordig meer decentraal en beschermd gaan wonen waardoor hun AWBZ aanspraken komen te vervallen. Een probleem is voorts dat psychiatrische afwijkingen door enkele zorgverzekeraars niet worden erkend als reden voor aanspraken op bijzondere tandheelkunde.

M.A.J. Eijkman