Populisten EU: een familie met veel verschillen

De nieuwe rechts-populistische partijen in Europa hebben succes, maar de oudere hebben het moeilijk, zegt politicologe Sarah de Lange.

De familie van rechts-populistische partijen in Europa wordt steeds groter en machtiger. Maar de verschillen tussen sleetse oudgedienden en succesvolle nieuwkomers zijn groot. En samenwerking is nog ver weg.

In Zweden, traditioneel bastion van sociaal-democratie en uitvinder van de moderne verzorgingsstaat, trokken populisten deze week het parlement binnen. In navolging van Denemarken krijgt ook Nederland mogelijk een door de populisten van Geert Wilders gedoogd kabinet. En zelfs in Duitsland, historisch belast, wordt dezer dagen een rechts-populistische partij opgericht.

Veel rechts-populistische partijen zijn al in de jaren tachtig en negentig ontstaan: het Front National, de Lega Nord, de FPÖ, het Vlaams Belang. Daar zijn vanaf de late jaren negentig partijen nieuwe partijen bijgekomen, zoals de LPF, PVV en de Deens Volkspartij.

„De nieuwe partijen doen het goed”, zegt de Amsterdamse politicoloog Sarah de Lange. „De oude partijen verliezen nu juist. Het Vlaams Belang kreeg een enorm pak slaag dit voorjaar en de FPÖ ging door een geweldige crisis. Samen leveren ze een diffuus beeld op”, aldus de politicologe.

Wat zijn de verschillen tussen oud rechts en nieuw rechts?

„De oude partijen hebben wortels in het extreemrechtse milieu, in nationalistische subcultuur. Zij begonnen in de jaren tachtig hun ideologie te herzien. Ze gingen expliciet aandacht besteden aan immigratie en ze omarmden het populisme. Ze voerden campagne tegen de politieke elite die niet meer in touch was met samenleving. De nieuwe partijen hebben een andere achtergrond. Wilders komt voort uit het liberalisme, de Zwitserse Volkspartij was een conservatieve agrarische partij die geradicaliseerd is.”

Maar ze hebben vergelijkbare opvattingen?

„Ze hebben hetzelfde ideologische profiel: migratie, veiligheid, criminaliteit, islam. Economisch gezien worden de meeste partijen steeds minder liberaal en hangen nu het welvaartschauvinisme aan: behoud van de verzorgingsstaat, maar niet voor iedereen. De Deense Volkspartij heeft deze week voorgesteld mensen pas na zeven jaar belasting betalen het recht op een uitkering toe te kennen.”

Ze zijn ook nationalistisch?

„De oude partijen zijn vaak wel territoriaal nationalistisch, maar de PVV en de Deense Volkspartij niet. Zij zijn nationalistisch in de zin dat ze de eigen identiteit, de eigen cultuur centraal stellen. Onderdeel van die identiteit is vaak religie.”

Vervolg Aanval op traditionele politiek: pagina 4

Religie nu troef bij populisten

Ze zijn anti-islam?

„Niet alleen dat. Ze doen ook steeds vaker een beroep op de eigen religieuze wortels en leggen sterk de nadruk op de joods-christelijke traditie. Je zie bij meerdere partijen dat ze zich steeds meer als christelijk gaan profileren.”

Er zijn nu ongeveer 15 rechts-populistische partijen in Europa. Vormen ze ook al een politieke familie?

„Iedereen is anti-islam en populistisch, maar daarnaast zijn er veel nationale schakeringen. Zoals in andere politieke families in Europa. Ze zijn niet goed georganiseerd, maar daar werken ze heel hard aan. Achter de schermen zijn er veel contacten tussen de oude partijen en tussen Nederland en Zweden. Maar die twee groepen kunnen niet goed met elkaar overweg. PVV en Deense Volkspartij zijn bang dat contact met partijen die problemen hebben gehad met racisme en antisemitisme hen in diskrediet kunnen brengen. Filip Dewinter van het Vlaams Belang stuurt Wilders wel een openbaar gelukstelegram, omgekeerd gebeurt dat niet. Het zijn bovendien partijen met charismatische leiders die niet eenvoudig samenwerken. De partijen vaardigen daarom vaak de nummer twee af.”

Betekent het succes van de nieuwkomers een Europese ruk naar rechts?

„Er is electoraal potentieel voor populisten in heel Europa, maar er zijn ook nog veel landen zonder rechts-populistische partijen. De partijen vertonen een diffuus beeld en het is een ontwikkeling die al decennia aan de gang is. Zweden krijgt veel aandacht, maar

de Zweden-Democraten haalden net 5,7 procent van de stemmen, dat is niet veel. De Zwitserse Volkspartij en de Noorse Vooruitgangspartij halen 30 procent van de stemmen. En voor Zweden is het ook niet nieuw. In 1991 veroverden rechtse populisten al eens parlementszetels.

„Europa rukt wel naar rechts gelet op de reacties van de andere rechtse partijen. Liberale en conservatieve partijen hebben immigratie als thema ontdekt en nemen harde posities in: minder immigranten, strengere inburgeringseisen.”

Kleine rechtse partijen werden lang als afwijking gezien, een tijdelijke ziekte van het systeem. Dat is niet meer zo. Wanneer sloeg dat om?

„Dat is per land verschillend. Landen met een onverwerkt oorlogsverleden, Oostenrijk en Italië, hebben altijd meer opengestaan voor rechts. De Lega Nord kwam al in 1994 aan de macht, dat was weinig controversieel. In Nederland is na de moorden op Fortuyn en Van Gogh het publieke debat volkomen veranderd omdat we meer nadruk zijn gaan leggen op de vrijheid van meningsuiting. Het uitsluiten van partijen is hier niet meer geaccepteerd. In Vlaanderen denkt men daar anders over.”

Wat betekent de opkomst van nieuw rechts voor andere partijen?

„Sommige sociaal-democratische partijen verliezen laaggeschoolde aanhang. Christen-democratische partijen zitten moeilijk omdat ze wel een strakker immigratiebeleid willen voeren maar ook hechten aan de vrijheid van godsdienst. Bovendien is de onderhandelingsmacht in veel landen verschoven naar de liberalen.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Populisten EU: een familie met veel verschillen (25 september, pagina 4) staat een verkeerde foto. Hiernaast de bedoelde afbeelding van de Italiaanse filosoof Raffaele Simone.