Oude politieke vetes ontbranden snel

Lelijke woorden kunnen een hele kabinetsperiode doorzieken. Zoals in het kabinet-Balkenende IV. Ook de onderhandelaars van nu waren niet altijd even mild.

Geert Wilders is „een relschopper” en „een volstrekt onverantwoord politicus”. Mark Rutte is „de grootste draaikont van Den Haag”. En Maxime Verhagen is na Gordon Brown „de grootste lafaard van Europa”.

Het is een kleine bloemlezing van uitspraken die de partijleiders van VVD, PVV en CDA de afgelopen jaren over elkaar hebben uitgestort. Nu praten ze samen aan één onderhandelingstafel over een minderheidskabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV. Vergeten lijken de beledigingen uit het verleden.

Maar kan dat eigenlijk wel, scherpe persoonlijke aanvallen gewoon vergeten? Of spelen ze straks toch weer een rol?

„Het grootste risico is dat je net doet of niets aan de hand is”, zegt Tweede Kamerlid Arie Slob (ChristenUnie), die ten tijde van het kabinet-Balkenende IV fractievoorzitter van zijn partij was. „Je kan niet zomaar zeggen: dat was verleden tijd, dat vergeten we. Het is een soort veenbrand die weer opkomt als het kabinet in een moeilijke situatie verkeert.”

De invloed van de persoonlijke chemie tussen politieke hoofdrolspelers is groot. Ze moeten elkaar vertrouwen, en een kabinet moet als een team opereren. Persoonlijke aanvallen uit het verleden kunnen dat in de weg staan. Tijdens de harde verkiezingscampagne in 2006 zei CDA-leider Jan Peter Balkenende in een radiodebat tegen PvdA-leider Wouter Bos: „U draait en u bent niet eerlijk.” CDA en PvdA kwamen uiteindelijk, samen met de ChristenUnie, in een kabinet terecht. Maar de woorden van Balkenende werkten de hele kabinetsperiode door. In februari viel het kabinet over Uruzgan, toen ministers openlijk ruzieden over wie er loog over de totstandkoming van een NAVO-brief. Daarmee ging het weer over liegen. „We waren terug bij af”, zegt oud-fractieleider van de PvdA Mariëtte Hamer. „Zo werd de val van het kabinet onvermijdelijk.”

In een verder verleden, ten tijde van het kabinet Den Uyl (1973-1977), was de persoonlijke verhouding tussen CDA-leider Dries van Agt en PvdA-leider Joop den Uyl slecht. Het leidde ertoe dat het PvdA-partijbestuur Van Agt ruim tien jaar later (in 1988) dringend verzocht niet aanwezig te zijn op de begrafenis van Den Uyl, hoewel Van Agt wel een uitnodiging had.

Hoe gaat de beoogde coalitie voorkomen dat uitspraken uit het verleden de onderlinge verstandhouding schaden?

Uitpraten aan de onderhandelingstafel, in de beginfase, zegt Rinus van Schendelen, hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit. „Ik neem aan dat Opstelten dat al heeft aangekaart.” Zelf leidde Van Schendelen de onderhandelingen tussen Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD in 2002: „Leefbaar en de VVD hebben toen individuele gesprekken gevoerd over een oud vuiltje, onder het genot van een borrel.”

Maar, zo erkent hij, helpen doet het niet altijd. „Bij het grote publiek en de media blijven de oude beelden hangen. Die komen steeds weer terug, waardoor de oude wond elke keer opengaat.”

Het karakter van personen speelt ook een rol. Van Mark Rutte lijken aanvallen en beschuldigingen makkelijker af te glijden dan van Maxime Verhagen, zeggen Hamer en Slob. Wilders is lastiger te peilen. „Al is mijn ervaring de laatste jaren dat hij makkelijker uitdeelt dan incasseert”, zegt Slob.

Volgens VVD-Kamerlid Willibrord van Beek moet het effect van persoonlijke aanvallen niet worden overschat: „We zijn allemaal professionals, we krijgen allemaal weleens iets voor onze kiezen. Het komt zelden voor dat mensen zó zwaar worden aangepakt dat het blijvende schade oplevert.” Van Beek vergelijkt het met de voetbalbroers Ronald en Erwin Koeman: „De een heb ik de ander weleens zo hard zien neerhalen dat ik dacht: je zou niet zeggen dat het broers zijn. Maar na het douchen leggen die jongens dat gewoon weer bij.”

Ook de omvang van het kabinet kan een rol spelen. Minder bewindslieden betekent: een hechter team. „En vergeet niet wat er groeit als je zo lang met elkaar aan de onderhandelingstafel zit”, zegt Van Beek, twaalf jaar Kamerlid. Fractievoorzitters kunnen ook de helpende hand bieden als ze goed met elkaar opschieten, zoals Pieter van Geel (CDA), Slob en Hamer in de vorige kabinetsperiode. Ze kunnen bijvoorbeeld bemiddelen of een alternatief voorstel aanbieden als het kabinet er niet uitkomt.

En uiteindelijk, zegt Van Schendelen, is het Binnenhof gewoon „een bikkelhard bedrijf”. „Ik ken geen sector die zo hard is. Er wordt veel eelt gekweekt. Die mensen kunnen wel een stootje hebben.”

Wilders over Rutte

„Rutte is de grootste draaikont van Den Haag.”

Debat vrijheid van meningsuiting, januari 2009

Wilders over Verhagen

„Zo kennen we hem weer. De meest bange CDA’er die steeds knielt, buigt en trilt voor de islam.”

Reactie op uitspraak Verhagen die hem verweet de belangen van Nederland te schaden, Twitter, 11 maart 2010

Rutte over Wilders

„U maakt de problemen alleen maar groter. U bent een relschopper. U bent een politieke pyromaan. U steekt het vuur aan en daarna rent u weg. [...] Mijnheer Wilders, u bent niet alleen een pyromaan, u bent ook boos als vervolgens de eigenaar van het huis de brandweer belt. [...] U bent echt een zeer onverantwoordelijk politicus.”

Fitna-debat, 1 april 2008

„Wilders is voor mij niet melaats. Dan heb ik het niet over zijn economische plannen, want die zijn nog erger en linkser dan die van de PvdA.”

Interview de Volkskrant, 28 mei 2010

Verhagen over Wilders

„Zijn methode is simpel: hij speelt mensen uit tegenover elkaar – op een bijzonder smakeloze manier. Hij is niet van plan om naar gedeelde visies of waarden te kijken, of om te streven naar constructieve oplossingen. In feite is zijn benadering het tegenovergestelde van constructief: door angst en haat te verspreiden, vernietigt hij alleen, bouwt hij niets. Hij beschadigt de belangen van het Nederlandse volk en de reputatie van Nederland in de wereld.”

10 maart 2010, toespraak in Noordwijk bij opening conferentie over publieksdiplomatie (vertaald uit Engels)