Met kinderen op de crèche kun je ook fijn gaan shoppen

Gezinnen met hoge inkomens maken het meest gebruik van de kinderopvang. Zij merken het minst van minder subsidie.

Baby’s horen thuis, op schoot bij mama. Peuters ook. In elk geval niet in een crèche, met 4,5 baby’s op één leidster. En later eigenlijk ook niet in de naschoolse opvang. Dat vindt de orthodox christelijke Staatskundig Gereformeerde Partij. Ouders die hun verantwoordelijkheid uit handen geven, krijgen een scheut subsidie, schampert de partij in verklaringen over de kinderopvangtoeslag.

De ChristenUnie en het CDA zijn genuanceerder: zij vinden dat ouders zelf moeten weten hoe ze zorg en werk combineren. Maar om nou als staat eindeloos te betalen voor de ambities van dubbelverdienende ouders, nee. In hun verkiezingsprogramma’s stond het al: zij willen het recht op kinderopvangtoeslag per kind beperken tot vier dagen (CDA) en drie dagen (CU) in plaats van de huidige 55 uur per week per kind. Als ouders per se allebei willen werken, is het idee, dan moeten ze die vierde of vijfde opvangdag zelf maar betalen.

Op de valreep heeft het demissionaire kabinet van ChristenUnie en CDA het mes gezet in de riante fiscale vergoeding van de kinderopvang. Voor de tweede keer dit jaar (zie kader). Telkens blijken meer ouders gebruik te maken van kinderopvang dan verwacht. En dat geeft tegenvallers voor het Rijk dat een groot deel van de kosten draagt.

Dit jaar wordt de helft van alle kinderen tot 12 jaar oud wel ergens opgevangen omdat beide ouders werken. Dat loopt in de papieren. De overheid is er drie miljard euro per jaar aan kwijt.

De nieuwe bezuinigingen zijn werkende ouders én de kinderopvangsector in het verkeerde keelgat geschoten. Zij vragen zich af: is dit zomaar een lastenstijging of een ideologische kwestie? Vindt het demissionaire, christelijke, kabinet wel dat een moeder net zo veel buitenshuis moet werken als haar man? De linkse en liberale partijen vinden dat: het bevordert de arbeidsparticipatie en de emancipatie.

En als de meerderheid vindt dat beide ouders moeten werken, moet de overheid de opvang voor het kind dan vergoeden? Of is hun professionele ambitie een particuliere kwestie? Het groeiend leger kinderlozen vindt dat laatste: waarom meebetalen aan die crèchekosten. Mensen kiezen toch bewust voor kinderen? Wel de lusten, dan ook de lasten.

De hogere inkomens merken volgend jaar weinig van de bezuiniging (zie rekenvoorbeeld). Als je samen een ton verdient, dan is vijftig euro extra per maand geen probleem, zegt een moeder die net als haar man in het reclamevak zit. „Maar ik heb vriendinnen die het vak zijn uitgegaan toen ze moeder werden. Ze werken nu tien uur per week in een winkel en verdienen zelf 1.000 euro bruto per maand. Zij zien de kinderen lekker veel, die zitten maar twee dagen op de crèche. Voor hen zal de verhoogde eigen bijdrage veel uitmaken. Zij zeggen: wat heeft het voor zin om nog te werken als je netto bijna net zo veel verdient als je kwijt bent aan crèchekosten?”

Volgens de MO groep Kinderopvang, die de kinderopvangsector vertegenwoordigt, zullen in 100.000 gezinnen met een modaal inkomen of lager de moeders stoppen met werken als gevolg van de verhoogde eigen bijdrage in 2011. Voorzitter Ina Brouwer: „Nederland heeft werkende ouders keihard nodig en dus kinderopvang. In Duitsland en Scandinavië vindt iedereen het normaal dat er in wordt geïnvesteerd, hier wordt het altijd als een luxe gezien.”

De royale vergoeding voor hoge inkomens is te verklaren. Bij alle maatregelen om de kinderopvang te bevorderen, speelt inkomenspolitiek een rol. Meer vergoeding voor lage inkomens? Dan de hogere inkomens ook. Zo ging het de afgelopen jaren telkens als de kinderopvang ter discussie stond in de Trêves-zaal. En juist de hoge inkomens maken het meest gebruik van kinderopvang: de helft van de gezinnen die het gebruiken, verdient tweemaal modaal (70.000 euro) of meer. Nog geen kwart van de ouders die de kinderen laten opvangen, verdient anderhalf modaal (52.500 euro) of minder.

Daar komt bij dat de belastingdienst niet het bruto-inkomen als maatstaf voor de kinderopvangtoeslag gebruikt, maar het ‘verzamelinkomen’. Huizenbezitters kunnen hun hypotheekrente aftrekken van het inkomen waardoor ze weer méér kinderopvangtoeslag ontvangen. De jongste bezuinigingsplannen raken lage inkomens zowel absoluut als relatief harder dan de hoge inkomens.

Laagopgeleid, hoogopgeleid – ze zijn allemaal nodig want de komende vijftien jaar gaan massa’s mensen met pensioen. De overheid wil dat meer ouders gaan werken. Maar deskundigen vragen zich af welke subsidie daar bij hoort. Eerder dit jaar concludeerde het Centraal Planbureau dat de opvangkosten voor ouders zo laag zijn geworden dat nóg meer subsidie ouders niet meer zou stimuleren om te gaan werken. Voor het kabinet is dat een van de argumenten om in de subsidie te snijden. Maar omgekeerd geldt die relatie ook: het arbeidsaanbod daalt steeds sneller bij iedere euro subsidie die verlaagd wordt.

De kinderopvangsector in zijn huidige omvang had zonder de overheid nooit bestaan. Jarenlang kregen crèches subsidie van de gemeente. Soms zaten ze voor een habbekrats in mooie gemeentelijke panden.

De Wet Kinderopvang in 2005 veranderde alles (zie kader). Crèches en naschoolse opvang werden aan de markt toevertrouwd. Ouders krijgen sindsdien maandelijks via de belastingdienst een toeslag en betalen zelf de rekening van de opvang.

Vóór die wet, begin dit decennium, was er een moeizaam compromis gesloten: de werkgevers zouden eenderde van de opvanglasten dragen, de staat eenderde en ouders eenderde. Niet alleen ouders met een laag inkomen konden een fiks bedrag bij de fiscus declareren, maar voortaan ook hogere middeninkomens. Het kon niet op. Er kwam een vliegwiel op gang: steeds meer ouders gingen werken én ze kregen steeds hogere toeslagen.

Ondernemers roken een kans. Alleen al tussen begin 2007 en eind 2008 nam het aantal locaties voor buitenschoolse opvang met 58 procent toe, het aantal kinderdagverblijven met 16 procent.

Maar de tucht van de markt ontbreekt. Ouders zijn niet gevoelig voor prijsverhogingen of, wat vaker voorkomt, voor een uitbreiding van de uren op kinderdagverblijven. Want de overheid draait toch voor de sterke kosten op.

Van de verdeling tussen werknemer, werkgever en overheid is niet veel overgebleven. Al een aantal jaren betaalt het Rijk bijna 60 procent en wordt de rest van de lasten verdeeld tussen ouders en bedrijfsleven. Het grootste gemis, zegt voorzitter van Boink (alle ouderverenigingen) Gjalt Jellesma, is dat er in 2005 geen toezicht is geregeld op de concurrentie en de prijzen in de kinderopvang.

En dan is er de ‘informele sector’ die vijf jaar geleden plots mocht meegenieten van de fiscale generositeit: de gastouderopvang. Ouders met een onregelmatig schema vinden een gastouder fijn, omdat die flexibeler is dan een crèche waar de deuren om zes uur sluiten. Aan crèches bestaat in veel regio’s ook een tekort, aan gastouders niet. Op het hoogtepunt vorig jaar vingen gastouders 212.000 kinderen op, zo’n kwart van alle opgevangen kinderen.

Maar de regeling bleek in de praktijk te worden misbruikt. Veel grootouders pasten gratis op de kleinkinderen en stortten de vergoeding op de rekening van de kleinkinderen omdat ze eerder ook gratis oppasten. Of buren hielden een paar uurtjes een oogje in het zeil en ontvingen daar dan overheidsgeld voor. Allerhande bemiddelingsbureaus verdienden eraan. Begin dit jaar zijn de regels voor gastouderopvang verscherpt.

In de ‘shoppersubsidie’, zoals ze in kinderopvangkringen heet, zit volgens gastouderbureaus het echte oneigenlijke gebruik van de kinderopvangwet. Dat zit zo: een moeder brengt haar kind naar een gastouder, of crèche, voor een aantal uren in de week. Zodat zij kan shoppen. Of naar de fitness. Of dat ze gewoon even de handen vrij heeft om koffie te drinken met een vriendin. Dáár is de kinderopvang niet voor bedoeld. Laat staan de toeslag. Maar het mag. Al heb je maar tien uur gewerkt dat jaar, je hebt recht op kinderopvangtoeslag voor het aantal uren dat je opvang inkoopt. Niemand controleert of je dan werkt.

De belastingdienst heeft lange tijd gezegd dat koppeling van het aantal gewerkte uren per gezin aan het aantal uren recht op toeslag, een onmogelijke opgave was. Maar eind vorig jaar werd duidelijk dat het wel kan. Wanneer het ook gebeurt, is onduidelijk.