Maximaal 15 seconden

Hoe verkoopt een aanhanger van de Tea Party zijn boodschap via de ‘mainstream media’, die hij veracht? Op cursus.

Joseph O’Leary hoef je niets uit te leggen over de media. Zoals het een aanhanger van de Tea Party betaamt, spreekt hij van „de main-stream media”. En die bestaan uit een verzameling aartsprogressieve, goddeloze graaiers.

„The mainstream media make us look French”, zucht Joseph. Frans lijken. Iets ergers kun je een conservatieve Amerikaan nauwelijks aandoen.

Joseph O’Leary (33) voerde campagne voor Christine O’Donnell, de Tea Party-kandidaat die vorige week, tot schrik van de ‘old school’ Republikeinen, de Republikeinse nominatie won voor een senaatszetel voor Delaware. Joseph O’Leary werkt nu bij de National Guard, maar is van plan om bij de verkiezingen van november te worden gekozen als de nieuwe sheriff van New Castle County in Delaware. De vraag is nu: Hoe gaat Joseph kiezers winnen via de mainstream media, die hij veracht? „Ik moet het zuivere conservatisme leren beschermen tegen hun aanvallen”, zegt Joseph. Hij is het type stoer maar charmant. Hij zet zijn geloof in God, vaderland en het zuivere conservatisme graag even aan de kant om de mainstream media mee uit lunchen te vragen.

Maar helaas, we kunnen niet. We moeten na een korte pauze alweer soundbites oefenen, op The Leadership Institute, een conservatieve organisatie die trainingen geeft in politieke en mediatechnieken. De oprichter, Morton Blackwell, hielp zes jaar geleden het Vietnamverleden van Democratisch presidentskandidaat John Kerry besmeuren. En de undercover filmmaker James O’Keeffe, die in januari vermomd als telefoontechnicus inbrak in het kantoor van een Democratische senator en daarvoor is veroordeeld, werkte er twee jaar. The Leadership Institute houdt kortom van onorthodoxe types en legt zich tegenwoordig dan ook speciaal toe op het trainen van de ongeregelde, boze conservatieven uit de Tea Party.

De televisietraining van vandaag bestaat uit een paar uur theorie en praktijktraining in een televisiestudiootje. De cursus wordt gegeven door Beverly Hallberg, een voormalige NBC-producer die de essentie van moderne televisie fantastisch in oneliners weet samen te vatten:

„Televisie is de laatste plaats waar je iets moet willen uitleggen.”

„Televisie laat geen context zien.”

„Het komt er echt op neer wie het minst verknalt.”

„Bij de televisie hopen we dat je het verknalt. Dát zenden we uit.”

„De gemiddelde Amerikaan zapt 100 keer per uur naar een ander kanaal.”

„Verander je statistiek afhankelijk van je publiek.”

„Gebruik grammatica voor dertienjarigen.”

En mijn persoonlijke favoriet:

,,You need to dumb down your vocabulary for television.”

Mooi zo. Als dat allemaal is genoteerd, moeten we een stelling voorbereiden die we in de tv-studio voor de camera uiteen gaan zetten. De stelling mag niet langer dan vijftien seconden duren. De vooringenomen mainstream media versla je namelijk met soundbites waaraan ze niets meer kunnen inkorten of veranderen. Vijftien seconden dus, graag inclusief uitleg, argumentatie en iets persoonlijks met het woord ‘ik’ erin. Het gaat er niet om kijkers te laten merken dat we weten waarover we het hebben. Dat vindt de kijker elitair en onsympathiek. Het gaat erom te tonen dat we om ze geven. That we care.

Hoe vergaat het zodoende de boodschap van Joseph O’Leary? „Moeilijk”, kreunt hij, vlijtig krabbelend in zijn blocnote. „Ik moet het indikken tot één onderwerp. Maar ik heb filosofie gestudeerd. Ik houd ervan eloquent te zijn.”

Joseph wil het onder meer hebben over inbeslagname van woningen door banken, over „transparantie en efficiency” en over zijn heetste hangijzer, ‘nullification’, het ongeldig verklaren van federale wetten door afzonderlijke staten. Iets waarop zijn potentiële kiezers uit de Tea Party dol zijn. Maar het is een juridische truc die zich moeilijk in vijftien seconden laat samenvatten zonder slim te lijken.

Joseph krabbelt en krast en zucht.

„Eén onderwerp, Joseph”, zeg ik bemoedigend. „Dik het in.”

Hij geeft me een wervende glimlach, slaat zijn ogen ten hemel en schrapt dan bijna al zijn tekst door. Wat blijft over? Eén woord.

„Vrijheid.”

Natuurlijk.

„Vrijheid”, zegt Joseph even later in de camera, „beschermt je eigen rechten het beste. En als sheriff zal ik je vrijheid beschermen.”

Hij legt niets uit. Hij laat geen context zien. Hij verknalt het niet en een dertienjarige kan het begrijpen. Iets zegt me dat Joseph O’Leary hoge ogen gaat gooien, in november.