Karel de Grote

Wetenschapspagina 23-09-10

Op de Wetenschapspagina van NRC Handelsblad staat een interview met prof. McKitterick die de Karolingische Tijd uit het duister haalt (‘Geen wilde Germaan die leefde voor de oorlog’). Ten aanzien van de toepassing van windmolens is ze echter iets te voortvarend: die deden in het gebied dat tot het Karolingische Rijk behoorde pas in de twaalfde eeuw hun intrede. Prof. McKitterick maakt hier vermoedelijk de wel vaker gemaakte fout molenvermeldingen te interpreteren als windmolenvermeldingen. Watermolens, al enkele eeuwen vóór het begin van onze jaartelling ontwikkeld, zullen wellicht in aantal toegenomen zijn in de Karolingische Tijd. Ook hier schuilt een addertje onder het gras: in veel pertinentieformules die betrekking hebben op de overdracht van grond worden molens genoemd. Die akten bewijzen echter niet dat er een molen was in het in de akte genoemde grondgebied; ze bewijzen slechts dat er ergens in het Karolingische Rijk molens waren en leggen het recht op het bezit daarop vast. Zulke akten bestaan ook voor plaatsen in de Lage Landen, maar door archeologische vondsten is het bestaan van watermolens in de negende eeuw hier nog nooit bevestigd.De toepassing van watermolens (en later van windmolens) hangt vooral samen met de bevolkingsdichtheid die nodig is om een dergelijke investering rendabel te maken. Dat staat los van economische dynamiek en het al dan niet voorkomen van (wind)molens is dan ook geen weerlegging of bevestiging van de conclusies van prof. McKitterick. In gebieden die nu tot Afghanistan en Iran behoren, bestonden in de Karolingische Tijd wel windmolens, maar die stonden technisch lager dan de in Europa toegepaste watermolens.

N.H. Jurgens

Adviseur monumentenzorg

Hoorn