Iran betekent voor Turkije: geld verdienen

Tot afgrijzen van westerse machten haalt Turkije de banden met Iran steeds verder aan. Niet alleen om de diplomatie. „Alles wat deze regering doet, gaat om geld.”

Het hek op de grens tussen Turkije en Iran staat wagenwijd open. De verkeersstroom uit beide richtingen is hier in Esendere dezer dagen zo groot, dat de grenswachten niet meer aan sluiten toe komen. Daar, boven op de heuvel, kondigen de manshoge afbeeldingen van de ayatollahs Khomeiny en Khamenei het begin aan van de islamitische republiek. En hier, aan de Turkse kant, lacht de grondlegger van de seculiere republiek Mustafa Kemal Atatürk minzaam op een muurschildering. „Kijk naar het Westen”, gebood Atatürk de Turken in 1923, maar in Esendere kijkt hij de ayatollahs recht in de ogen. De Turken kijken sinds kort gretig met hem mee.

Ver hier vandaan, bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York verdedigde de Turkse president Abdullah Gül deze week in felle bewoordingen de nieuwe vriendschapsband met het buurland Iran. Tot afgrijzen van Europa en de Verenigde Staten stemde Turkije eerder tegen nieuwe VN-sancties die Irans nucleaire ambities moeten indammen. Turkije wil niet alleen de diplomatieke weg openhouden naar Teheran. Turkije verzet zich tegen maatregelen die de levendige handel over deze grenzen schaden en hoopt dat die handel in de komende vijf jaar zal verdrievoudigen. Wie profiteert van dat voornemen?

Twee oude mannen strompelen voorbij het hek. Ze slepen met hun benen. Smokkelaars zijn ze, die een hoge prijs betaalden voor hun grenshandel. De oudste liep op een landmijn toen hij een van de bergpaden nam om zijn waar te halen in Iran. „Mijn been ging deze kant op en mijn lijf de andere kant.” De jongste, Nuretin Berkyer, trekt zijn broekspijp op en laat de plek zien waar een kogel zijn scheenbeen deukte. Hij had te lang gedaan over zijn nachtelijke tocht naar Iran en keerde pas terug toen de zon al boven de bergkammen was geklommen. „De grenswachten openden het vuur. Ze brachten me wel naar het ziekenhuis.”

Ook al loopt hij nu wat moeilijker, Nuretin Berkyer maakt die tocht nog steeds. Hij jaagt op textiel, op groente, fruit maar vooral benzine in Iran. „Benzine is daar zo goedkoop als water.” Maar de tocht is de afgelopen jaren steeds lastiger geworden. Het mijnenveld is nog fijnmaziger geworden, en grenswachten aarzelen niet het vuur te openen op de smokkelaars. De regeling die kleine handelaren toestond om dagelijks met 300 euro aan waren legaal de grens over te steken is afgeschaft.

„Tien jaar geleden hadden we hier aan de grens een bazaar waar de Iraanse detailhandel aan de Turken kon worden verkocht. Maar die markt is op last van Ankara gesloten”, zegt de burgemeester van het grensstadje Esendere, Hursit Alteköy. Hij moet opzij stappen voor een konvooi van grote opleggers die richting Iran gaan. Turks staal en Turks beton. Het afgelopen jaar was de handel tussen Turkije en Iran 10 miljard dollar (7,5 miljard euro) waard. De regering bepaalt hier wie er profiteert. Niet de kleinhandelaren. „De grote bedrijven verdienen miljoenen”, vertelt de burgemeester, „en de kleine handelaren worden gestopt of doodgeschoten door de grenswachten. Veertig doden heb ik al geteld.”

De burgemeester is een Koerd. Hij heeft familie in Iran en familie in Syrië. Zijn droom van een groot Koerdistan is de nachtmerrie van Ankara. Hij wijst op het manshoge hek tussen Turkije en Iran. „Dat is onze Chinese muur. Die grenzen horen hier niet te zijn. Iran en Turkije zijn dikke vrienden geworden en ze zijn het er over eens dat de Koerden uit elkaar gehouden moeten worden. Wie er profiteert? Niet de Koerden in elk geval.”

Het is de grote paradox van het Turkse buitenlandbeleid. Ankara wringt zich in allerlei bochten om de decenniaoude problemen met de buurlanden op te lossen. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de ‘nul problemen-politiek’ tot het motto van zijn beleid verheven en reist van de Balkan tot de Kaukasus, van Europa tot Afrika. Iran is een van de 58 landen waarvoor Turkije de visumplicht afschafte. Maar in eigen land sukkelen oude problemen voort. De strijd met de Koerden kostte in de zomer aan tientallen Turkse soldaten het leven en botst met de Turkse ambities een transitland te worden voor gas en olie uit Iran. Vorige maand kwamen in het zuidoosten van het land twee monteurs om het leven toen een landmijn ontplofte bij een pijpleiding voor Iraans gas. Een maand eerder werd in Noord-Irak een pijpleiding opgeblazen die Iraakse olie naar Turkije transporteert. Beide aanslagen werden opgeëist door de militante Koerdische beweging PKK.

De grote stad het dichtst bij de grens heet Van. De directeur van de Kamer van Koophandel legt je daar graag uit dat de Turkse toenadering tot Iran niets met islam te maken heeft. En dat toetredingskandidaat Turkije evenmin Europa de rug toedraait nu de onderhandelingen met Brussel zo stroef gaan. „Het gaat om de handel”, zegt Zahir Kandasoglu.

Koopmansgeest drijft Turkijes regionale ambities, legt hij uit. „Alles wat deze regering doet, gaat om geld.” Eenvijfde van de Turkse gasbehoeften wordt nu gedekt door Iran. De straten van Van liggen open. Er steken gele gasleidingen uit de diepe schachten. De helft van de huishoudens in Van wordt deze maand nog aangesloten op het Iraanse gas.

Terwijl de VS aandringen op meer sancties tegen Iran, hoopt Van te profiteren van Irans isolement. „Hoe moeilijker ze het krijgen aan de andere kant van de grens, hoe beter voor onze handelaren”, zegt de directeur van de Kamer van Koophandel. Hij laat trots het nieuwe gebouw zien waarin hij nu kantoor houdt. Acht verdiepingen van blinkend spiegelglas. Iran mag in het Westen synoniem zijn voor gevaar, hier betekent het nieuwe kansen.