Indeling links-rechts is primaire behoefte

Bioloog.

Het gedoe rond de links-rechts- polariteit waar Marc Chavannes melding van maakt is niets nieuws. Halverwege de vorige eeuw gaf de Franse socioloog Mounier een overzicht van definities van het linkse en rechtse denken, die bij nader inzien niet deugden en waarvan een enkele ons nog aanspreekt: linkse vrijheid tegen rechtse dictatuur? En de Sovjet-Unie dan? Of linkse wetenschap en technische vooruitgang tegenover rechts obscurantisme?

De belangrijkste oorzaak van de telkens terugkerende verwarring ligt in de behoefte, bij zowel politicologen als het publiek, om een exacte definitie te hebben voor een tegenstelling die primair emotioneel is. In mijn onlangs verschenen boek Is Links beter dan Rechts? laat ik zien dat de grond voor die emotionele zekerheid in essentie te vinden is in de klassieke studie van Robert Hertz uit 1909: La prééminence de la main droite (De voorrang van de rechterhand). Hij beschreef hoe overal op aarde grote en kleine culturen belangrijke begrippen in hun universum ordenden in twee sferen, een linkse en een rechtse.

Kernbegrippen voor ‘rechts’ waren bijna altijd kracht, mannelijk, orde, hiërarchie, en voor links de tegengestelde of complementaire begrippen als zwak, vrouwelijk, wanorde, gelijkheid. Andere begrippen zaten minder stevig verankerd, en werden aan de twee sferen toebedeeld op basis van de context waarin men ze zag. Zo kon in een Aziatische cultuur de hemel met haar wolken, die worden bestraald door de zon, als vrouwelijk en dus links worden gezien – maar ten opzichte van de aarde, die door de wolken wordt beregend en bevrucht, als mannelijk en rechts.

Ook in onze cultuur heerst de Hertziaanse ordening.

Het rechtse, op basis van bovenbeschreven kernbegrippen, berust op de aanvaarding van de wereld als het vanzelfsprekend aanwezige, zoals het water voor de vis: het is zoals het is. Pas je aan, is de rechtse aanbeveling, het is de enige manier om te overleven. Links ziet het onrecht dat in deze wereld heerst, en weigert dit klakkeloos te aanvaarden: niet ik moet mij aanpassen aan de wereld, maar de wereld moet zich voegen naar mij, dat wil zeggen: mijn ideeën, die zich verdichten tot Idealen.

De Sovjet-Unie is hier weer een mooi voorbeeld. Het doel van dat systeem was het vestigen van het socialisme, het alternatief voor het westers monopoliekapitalisme. Zag men de Sovjet-Unie als zijnde op weg naar de realisering van dat ideaal, dan percipieerde men het regime als links. Wie echter keek naar wat in de dagelijkse werkelijkheid gebeurde, zag een dictatuur van (extreem) rechts. Links waren in deze laatste visie juist de dissidenten, als bestrijders van machtsmisbruik en ander onrecht.

Een voorbeeld van nu, en dichterbij huis, is de positie van de SP inzake het behoud van de AOW-gerechtigde leeftijd van 65 jaar. Ziet men ‘behoudend’ als het belangrijkste aspect van dit standpunt, dan kan men het als rechts beschouwen. Ziet men ‘65 jaar’ als een belangrijke linkse verworvenheid, dan is het links om die niet prijs te willen geven.

Deze keuzes zijn niet geheel willekeurig. Wat het publiek als links en rechts wenst te ervaren berust op een emotionele keuze, gebaseerd op een misschien niet meteen evidente, maar toch coherente logica.