Iedere kunstexpert is wel eens bedonderd

Een Duits veilinghuis werd opgelicht door gewiekste kunstvervalsers. Maar iedere kunstkenner kan bedrogen worden.

De deskundigen bij het Duitse veilinghuis Lempertz zijn er grandioos ingetuind. Niet één keer, maar meermalen. Met als kostbaarste blunder de veiling vier jaar geleden van een zogenaamde Heinrich Campendonk, voor het recordbedrag van 2,9 miljoen euro.

Hadden de experts bij het veilinghuis de vervalsingen niet moeten zien toen twee Rijnlandse zussen bij dit veilingshuis een nog onbekend aantal schilderijen verkochten – zogenaamd geërfd uit de collectie van hun grootvader Werner Jäger, vermoedelijk gemaakt door de echtgenoot van één van hen? Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van een veilinghuis of kunsthandelaar om de authenticiteit van een kunstwerk te onderzoeken?

Kenners in Nederland zeggen dat de oplichters in Duitsland wel zéér gewiekst te werk gingen. „Ze speelden in op de behoeften en verwachtingen van kunsthistorici, zoals een goede vervalser doet”, zegt ‘meester-vervalser’ Geert Jan Jansen, die zelf in 1994 in Frankrijk werd gearresteerd en veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf en vijf jaar voorwaardelijk. „Ikzelf maakte onder meer tekeningen van Picasso. Die maakte altijd genummerde series en daar ontbrak wel eens een nummer van. Dat vulde ik dan aan.” In Duitsland ging het net zo. Van Heinrich Campendonk was van een werk uit 1914 alleen de titel bekend: Rotes Bild mit Pferden. Niemand had het schilderij ooit gezien. De vervalser vulde deze leemte op.

Een andere bekende vervalserstruc is om werk uit een vroege of late periode van een kunstenaar te maken. „De kunstenaar is dan minder stijlvast”, zegt conservator Friso Lammertse van Museum Boijmans van Beuningen, die onlangs een tentoonstelling samenstelde over meester-vervalser Han van Meegeren (1889-1947). „Van Meegeren wist dat er maar weinig vroege Vermeers waren en dat kunsthistorici ernaar op zoek waren. Hij schiep een hele nieuwe periode in het oeuvre van Vermeer.” In Duitsland verkocht de oplichtersbende onder meer een vroege Max Pechstein (1881-1955).

De meeste grotere veilinghuizen, zoals Sotheby’s en Christie’s, hebben deskundigheid in huis om vervalsingen op te sporen. „Maar bij Lempertz was er een probleem met de expertise”, zegt kunsthandelaar Frank Buunk van Simonis & Buunk. „Ze veilen kunstnijverheid, oude, moderne en hedendaagse kunst, Aziatische kunst en fotografie. Maar er is niet op elk gebied evenveel deskundigheid.” Buunk vindt dat Lempertz een „wanprestatie” heeft geleverd. „Maar ik geeft toe dat ik zelf ook wel eens op mijn gezicht ben gegaan. Ik heb een keer een schilderij gekocht met de signatuur van Mesdag. Twee dagen na de koop had ik door dat het een vervalsing was.”

Constant Vecht, eigenaar van Kunstzalen A. Vecht in Amsterdam, meent dat Lempertz niet veel kan worden verweten. „Deze vervalsingsbende was zo geraffineerd. En de veilinghandel is een snelle business. Daar is geen tijd voor intensief onderzoek.” Elke kunsthandelaar krijgt vroeg of laat te maken met vervalsingen, zegt Vecht. „Dat is een heel naar aspect van het vak.” Zelf overkwam het hem toen hij een geërfd schilderij van zijn grootvader Aäron Vecht wilde verkopen. „Het was de trots van de familie.” Hij had ook een aankoopakte van zijn grootvader, uit 1924, als bewijs van echtheid. Maar op een beurs hoorde hij dat het vals was. Nader onderzoek wees uit dat het vervaardigd was door een aan lager wal geraakte schilder in de jaren twintig. „Het hangt nu weer bij mij thuis aan de muur.”

Onderzoek van klassiek-moderne schilderijen is moeilijk, omdat het gebruikte materiaal (verf, doek) niet altijd uitsluitsel geeft over de authenticiteit. En als het een schilder betreft die niet tot de topklasse behoort, bestaan er soms geen archieffoto’s of een oeuvrecatalogus waarmee een verdacht schilderij kan worden vergeleken. Conservatoren, restauratoren en kunsthistorici ontvangen regelmatig verzoeken van handelaren en veilingen om hun opinie te geven over schilderijen.

Een woordvoerder van het Van Gogh Museum: „Wij geven onze mening over een werk na uitgebreid kunsthistorisch onderzoek bestaande uit onderzoek naar literatuur, herkomst, stijl en voorstelling, en vergelijkend technisch onderzoek, zoals röntgenonderzoek en analyses van de gebruikte pigmenten. Maar wij geven nooit certificaten af die de authenticiteit van een werk garanderen.”

Die worden wel afgegeven door kunsthistorici en handelaren met veel kennis van bepaalde schilders. Pieter Overduin bijvoorbeeld, die handelt in 19de-eeuwse kunst, maakt regelmatig taxatierapporten en daar staat dan ook de naam van de schilder in. „Ik heb 26 jaar ervaring in het vak”, zegt Overduin, „maar ik blijf voorzichtig. Ook ik ben wel eens bedonderd.”

Ook de strenge keuringen die voorafgaand aan de kunstbeurzen PAN Amsterdam en Tefaf worden uitgevoerd gelden als garantie van authenticiteit. Voor de beurs opengaat trekt een team van tientallen experts door de zalen, om vervalsingen en gestolen goederen te verwijderen. Werk dat wordt goedgekeurd, wordt in de branche beschouwd als veilige koopwaar.

Werk waarvan is vastgesteld dat het vals is, moet wat kunsthandelaar Pieter Overduin betreft „op de brandstapel”, zodat het niet opnieuw op de kunstmarkt terechtkomt. Dat vindt ook Talita Teves, directeur-eigenaar van veilinghuis Amsterdam Auctioneers Glerum. „In Frankrijk en Duitsland wordt veel strenger opgetreden tegen valse kunst”, zegt zij. „Daar wordt valse kunst onmiddellijk vernietigd. Hier zie je valse kunst die op een beurs of veiling is geweigerd gewoon elders weer opduiken.”

De zaak in Duitsland heeft ook de reputatie van buitenlandse veilinghuizen aan het wankelen gebracht. Werk uit de fictieve collectie-Jäger zou ook via Christie’s verkocht zijn. Het veilinghuis laat vanuit Londen weten dat het op dit moment geen commentaar wil geven. Concurrent Sotheby’s wel: het huis stelt zeker te weten dat er op de veilingvloer geen valse waren uit de ‘collectie-Jäger’ zijn verkocht. Mocht er aan een kunstwerk een luchtje zitten, dan heeft de koper bij Sotheby’s vijf jaar garantie. Hij kan het werk inleveren en krijgt het hele aankoopbedrag terug. Veilinghuis Lempertz is niet van plan dat te doen: het stelt dat het zelf ook slachtoffer is en wil niet het hele aankoopbedrag terugbetalen, alleen het opgeld.