Hulp voor Thaise straatolifanten

Een ontmoeting met een neurotische en halfblinde olifant in Thailand veranderde het leven van Antoinette van de Water. En van Thaise olifanten.

In het Aziatische restaurant Spize in Den Haag zitten enkele tientallen mensen om het laatste nieuws te horen over Dok Ngern, Sri Nuan en Faa Sai. Hoe zwaar ze het ooit hadden, is bij de aanwezigen maar al te bekend, dat is precies de reden om jaarlijks een bedrag over te maken. Maar herstellen ze zich? Eten ze goed? Hoe zijn de relaties onderling?

Vandaag spreekt degene die Dok Ngern, Sri Nuan en Faa Sai vrijkocht: Antoinette van de Water, de Nederlandse Florence Nightingale van de Thaise straatolifanten. Even heeft ze haar werkterrein verlegd van Thailand naar Nederland om haar donateurs bij te praten en om te vergaderen met het bestuur van haar stichting, Bring the Elephant Home (BTEH). De oprichting in 2004 diende om een eind te maken aan wat veel toeristen in Thailand aanzien voor een vrolijke attractie: olifanten die namens hun mahout (berijder) bedelen om geld. Geketend leven ze tussen uitlaatgassen, worden soms aangereden, zijn ondervoed en missen soortgenoten. Allemaal zijn ze in hun jeugd mishandeld en getraumatiseerd bij het afgerichten. En dan zijn er de trekkingolifanten die met een schurende stellage op hun rug toeristen moeten vervoeren.

Toen Van de Water in 2005 de neurotische straatolifant Dok Ngern en de halfblinde trekkingolifant Sri Nuan ontmoette, was dat voor eerstgenoemde „een heftige ervaring”, en het veranderde het leven van alle drie. Voor het hele epos, lees Van de Waters boek Thaise olifanten van de straat of bekijk de documentaire van Animal Planet. Ze zamelde geld in en kocht beide dieren vrij. Na vier dagreizen per vrachtauto en drie bivaks onderweg arriveerde het gezelschap in het Elephant Nature Park (ENP) bij Chang Mai: tachtig hectare omheinde natuur waar 34 mishandelde olifanten een veilig thuis vonden – en elkaar. Het ENP werd in 1996 gesticht door de Thaise Sangduen Chailert, ook voor olifanten die te oud en zwak zijn om te werken.

In Den Haag toont Van de Water beelden van haar „voorbeeld en inspiratie” Chang Yim, de eenjarige zoon van Dok Ngern. „Van alle jonge olifanten in het ENP heeft hij de sterkste tante en dat is goed voor zijn ego” vertelt ze, en ook dat Chang Yim voor de kudde bepaalt wanneer er in de rivier wordt gezwommen.

Donateurs reageren vertederd, ze vragen naar Faa Sai die ze in 2007 hielpen vrijkopen, ze horen over het onverwachte overlijden van Nok Noi en ze krijgen lichtbeelden van haar begrafenis. Nok Noi leefde in een ander Thais olifantenasiel, het riviereiland Buriram, waar nu nog maar één olifant resteert, die dan ook dringend gezelschap nodig heeft. BTEH zou zo weer een paar toeristenolifanten kunnen vrijkopen, stelt Van de Water. Als haar duizend donateurs ieder 60 euro storten, heeft ze er vijf. „Misschien gaan we weer olifanten kopen voor op Buriram en voor een nieuwe opvangplek van honderd hectare die we net hebben aangekocht, maar we kunnen ook olifanten uit het ENP overbrengen.” Ze benadrukt dat het probleem van de tweeduizend toeristenolifanten niet is op te lossen met het loskopen van individuele dieren. Een omslag naar een ‘olifantvriendelijk Thailand’ is veel belangrijker. Van de Water: „Daarom werkt BTEH nu op enkele plekken aan een natuurlijke leefomgeving voor gedomesticeerde olifanten, waar toeristen en Thai kunnen zien hoe ze leven. Het ENP is financieel al helemaal zelfvoorzienend.”

Thai en buitenlanders kunnen onder meer op Buriram, in het ENP en straks in het nieuwe Elephant Jungle Project helpen bij het verzorgen van de olifanten en het planten van voer in de vorm van nieuwe bomen: een doevakantie voor een weektarief van een paar honderd euro die deels naar de olifanten gaan en deels naar de omwonende dorpelingen die de horeca verzorgen en de stekken kweken voor de bomen.

Voor meer informatie zie www.bring-the-elephant-home.nl