Geld helpt, ook op school

Scholieren van rijke ouders krijgen steeds vaker examentraining en bijlessen voor betere lotingskansen.

Dat leidt tot een tweedeling in het onderwijs en in de maatschappij.

Docente biologie aan het Stedelijk Gymnasium Haarlem.

Afgelopen zomer publiceerde het ministerie van Onderwijs een opzienbarend rapport, Geld naast de school geheten. Het rapport ging over het soort onderwijs waar het ministerie zelf niets over te zeggen heeft: over huiswerkbegeleiding, bijles en examentraining, allemaal activiteiten die bedoeld zijn om betere resultaten op school of bij het eindexamen te halen, maar die buiten de school plaatsvinden. Aan deze ondersteuning zou zo’n 1.000 euro per scholier worden besteed, samen 52 miljoen euro per jaar. Uit het onderzoek van het ministerie bleek dat deze bijlessen en examentrainingen vooral gevolgd werden door kinderen van welgestelde ouders.

Ook op ons gymnasium kregen de eindexamenkandidaten volop hulp. Van de 111 kandidaten zijn er 108 geslaagd. Uit een enquête bleek dat door de ouders flink in de buidel is getast: er is in totaal voor 32.000 euro aan eindexamentraining betaald. Wat de ouders daarnaast aan bijles betaalden, weten we niet. Het bleek dat in de zesde klas de helft van de meisjes en eenvijfde van de jongens bijlessen volgden. Verder dat 66 procent van de meisjes en 30 procent van de jongens examentraining volgden. Vooral scholieren met een exact profiel volgden examentrainingen.

Deze percentages liggen heel wat hoger dan wat het rapport Geld naast de school noemt. In Nederland zou bij de leerlingen van het voortgezet onderwijs slechts 20 procent van de leerlingen bijles volgen; 9 procent zou examentraining krijgen. Volgens de Stichting Studiebegeleiding die samen met de Universiteit Leiden de examentrainingen van onze zesdeklassers organiseert, springt onze school wat aantal deelnemers betreft er helemaal niet uit in de regio Kennemerland.

Waardoor is examentraining zo populair? In dertig lesuren verdeeld over vrijdag, zaterdag en zondag wordt de examenstof in kleine klassen herhaald. Daarna oefent een zorgvuldig geselecteerde docent per groepje van vier leerlingen via een samenvatting en een stappenplan uitsluitend die opgaven, die op het examen verwacht kunnen worden.

Een cursus kost 310 euro. Een examentraining is dus bepaald niet gratis. Om nog maar te zwijgen van privébijlessen. Voor leerlingen van welgestelde ouders is dit natuurlijk geen probleem. Maar anders ligt het voor ouders die het minder breed hebben. Zes jaar vwo of gymnasium is al duur genoeg; moet daar ook nog eens betaalde bijles en externe training bijkomen?

Hoe goed is de training? Het merendeel van de leerlingen vond de training zeer nuttig. Zij hadden in de bovenbouw niet genoeg gewerkt en zagen zich eindelijk gedwongen om iets te doen. Op de training werd de basisstof goed herhaald. Het was daarbij prettig dat een ander de stof nog eens uitlegde. Verder vonden ze het plezierig dat alle franje werd weggelaten: alleen de examenstof kwam aan bod. En het stappenplan maakte duidelijk hoe je punten kunt scoren.

Met geld kunnen ouders dus enigszins goedmaken wat de leerlingen hebben laten liggen. Kinderen van welgestelde ouders hebben daarbij een voordeel. Wat hierbij op de loer ligt, is wat we in Nederland altijd wilden vermijden: kinderen van rijke ouders hebben betere kansen dan kinderen van arme ouders. Als deze ontwikkeling zich doorzet, ontstaat er gaandeweg dezelfde tweedeling in maatschappij en onderwijs als in Groot-Brittannië en Verenigde Staten.

Maar het trainingsinstituut ziet een kentering in de reden voor deelname. Toen het vijftien jaar geleden startte, kwamen er vooral leerlingen die er slecht voorstonden. Nu komen er steeds meer leerlingen die weten dat ze het examen wel halen, maar die hogere cijfers willen waardoor hun kans op inloten bij een beperkte studie wordt vergroot. Er komen immers steeds meer studies met een numerus fixus.

Uit onze enquête blijkt dat de examentraining waarschijnlijk slechts een gering effect heeft op de slagingskans, maar wel op de kans om in te loten bij de favoriete studie. Kinderen van ouders met een lagere opleiding en een lager inkomen hebben daardoor een lastiger uitgangspositie. Zij worden sneller uitgeloot. Ook dit is een zeer ongewenste ontwikkeling.

De leraren van onze school zijn van mening dat onze leerlingen geen externe begeleiding nodig hebben. Op onze school wordt bij bijna alle vakken in de weken voor het centraal eindexamen zelf examentraining gegeven. De leerlingen doen suggesties hoe we die kunnen verbeteren. Maar eigenlijk komen die tips neer op een afgeslankte versie van het systeem in Leiden met het verzoek om hen meer onder druk te zetten om zelf thuis of op school te werken. Wij vinden dat ze zelf in staat moeten zijn om hoofd- en bijzaken te scheiden en dat ze in de laatste weken voor het eindexamen zelfstandig de stof moeten kunnen herhalen. Maar in plaats van zelf aan de riemen te trekken, schakelen de leerlingen liever een buitenboordmotor in.

Maar wat als zij in de hele bovenbouw te weinig werken? De school wil zich niet verschuilen achter de constatering dat de Tweede Fase de boosdoener is en dat ze zoveel last hebben van afleiding in hun privéleven. We hebben inmiddels besloten het roer om te gooien. We overhoren nu ook buiten de toetsweken en zullen sneller ingrijpen als een leerling zijn werk niet in orde heeft. Dit gaat dus allemaal in tegen het idee van de Tweede Fase dat, zoals de commissie-Dijsselbloem al vaststelde, zonder enige test vooraf over onderwijsland is uitgestort.

Misschien dat we de tweedeling nog kunnen terugdringen.