Eurocommissaris doelde op vermoorde Roma

In zijn column ‘Blijf met je poten van mijn land af’ (Opinie & Debat, 18 september) duidt Bas Heijne het hanteren van verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog als een onfrisse methode om een tegenstander een fascistisch stempel op te drukken. Aanleiding waren de ferme woorden van eurocommissaris Viviane Reding over de uitzetting door EU-lidstaat Frankrijk van grote aantallen Roma. Zij gebruikte daarbij de woorden: „Dit is een situatie waarvan, dacht ik, Europa niet meer getuige zou moeten zijn na de Tweede Wereldoorlog.” Zij haalde de Jodenvervolging er niet expliciet bij, maar zij zou deze voor de hand liggende associatie door haar woorden wel hebben kunnen oproepen.

Velen zien bewust of onbewust over het hoofd, dat onder de volkerenmoord, bedreven door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog, omstreeks een half miljoen Roma geteld moeten worden, een absoluut dieptepunt in eeuwen van systematische discriminatie en uitsluiting van Roma in Europa. Als slachtoffers hebben zij nooit een stem gehad, tot op de dag van vandaag. De uitlating van mevrouw Reding was wellicht niet diplomatiek, maar wel ter zake.

De Europese Unie heeft zich in de loop der jaren tegenover vele landen buiten haar eigen kring kritisch opgesteld over schendingen van de rechten van de mens. Dit is een goede zaak, maar niet altijd geloofwaardig indien niet ook de hand in eigen boezem wordt gestoken.

Theo van Boven

Maastricht. Voormalig bestuurslid van het in Boedapest gevestigde Europese Centrum voor Roma Rechten