Drie keer zoveel ruggenprikken bij bevallingen

Pijnbestrijding tijdens het baren neemt in Nederland spectaculair toe. Het gebruik van de ruggenprik is bij ziekenhuisbevallingen in zes jaar verdrievoudigd. Ook de populariteit van de ‘morfinepomp’ die de baringspijn reduceert, is sterk gegroeid. De cijfers laten zien dat Nederland afstand aan het nemen is van het aloude idee dat pijn nu eenmaal hoort hoort bij het baren. In andere westerse landen is pijnstilling al lange tijd heel gewoon.

De gynaecologische groeicijfers, vastgelegd in de zogeheten Perinatale Registratie Nederland, betreffen alle ziekenhuisbevallingen zonder geplande keizersnede. Van alle vrouwen die in het ziekenhuis bevallen krijgt immiddels de helft een vorm van pijnstilling. Tien jaar geleden was dat slechts een derde.

„Het gebruik van de ruggenprik neemt spectaculair toe”, zegt gynaecoloog en Utrechts hoogleraar verloskunde Arie Franx. „Vroeger was pijnstilling tijdens het baren iets dat vermeden moest worden. Dat denken verdwijnt snel.” Franx spreekt van „een omslag”.

Het gebruik van de ruggenprik in ziekenhuizen lag jaren lang op zo’n 7 procent. Maar vanaf 2003 is er een gestage groei zichtbaar. In 2009 is het percentage verdrievoudigd tot 22 procent. De laatste maanden lijkt de pijnstilling een nog grotere vlucht te nemen. Dat komt volgens deskundigen mede door een nieuwe richtlijn van gynaecologen, verloskundigen en anesthesiologen, uit eind 2008. Daarin staat dat barende vrouwen altijd een ruggenprik moeten kunnen krijgen als de pijn hun te veel wordt. Het is dus niet langer de zorgverlener, maar de vrouw die beslist hoe zij bevalt.

Nu moet er dag en nacht een anesthesist paraat zijn om de prik te geven. Vroeger was er geen duidelijkheid of er een medische reden (indicatie) nodig was voor een ruggenprik. In het ene ziekenhuis kreeg je de prik makkelijker dan het andere. De richtlijn luidde een omwenteling in de Nederlandse bevalcultuur in.

Een ander manier van pijnbestrijding tijdens de bevalling heeft ook een grote groei doorgemaakt in Nederland; de pijnstillingspomp. De zwangere vrouw dient zich daarbij zelf een morfine-achtige stof (Remifentanil) toe. In 2009 werd deze vorm van pijnbestrijding bijna net zo veel gebruikt als de ruggenprik. De groei van de pomp en de ruggenprik zal in de komende jaren blijven toenemen, verwachten deskundigen.

In 2009 waren er vijf ziekenhuizen van de 97 waar zwangere vrouwen geen ruggenprik konden krijgen. Het gaat om kleine ziekenhuizen in plattelandsgebieden.

Grofweg eenderde van de vrouwen in Nederland bevalt thuis. Dat aantal is nergens in de westerse wereld zo hoog. Wie thuis bevalt, moet het zonder pijnstilling doen. De Nederlandse traditie om kinderen thuis te baren staat onder druk. Niet alleen door de grotere vraag naar pijnbestrijding maar ook door discussies over de veiligheid van het thuis baren.