De Zitting / Poolse winkeldief wil van alcoholverslaving af

politiewagenDe Poolse Robert S. zwerft sinds 2007 door Rotterdam. Dinsdag 21 september stond hij terecht wegens diefstal van alcoholische drank in diverse supermarkten. Op 31 juli sloeg hij een politieman in burger met een wijnfles op zijn hoofd. Sindsdien zit hij vast.

In een grijs joggingpak neemt Robert S. plaats in het verdachtenbankje. De 40-jarige Pool bekent dat hij op 31 juli een ovenschotel en een fles wijn heeft gestolen bij Albert Heijn, maar eigenlijk kan hij zich die dag nauwelijks herinneren. Wel weet hij nog dat hij die nacht naakt wakker werd in een politiecel.

De rechter frist zijn geheugen op. “U bent door een politieman in burger aangehouden. Toen heeft u hem met de fles op zijn hoofd geslagen.” Het letsel: twee diepe sneeën, een oog dat een tijdje dicht zat door een bloeduitstorting en lange tijd hoofdpijn. De politieman volgt de zitting zwijgend. Zijn advocaat eist 375 euro smartengeld.

“Ik wil graag mijn excuses aanbieden”, mompelt Robert. Hij heeft weliswaar een tolk, maar maakt daar geen gebruik van. Met een achteloos handgebaar wijst hij naar de agent. “Het was mijn eigen schuld.” De rechter vraagt hem of hij de schade wil vergoeden. “Ja, zo snel als mogelijk.”

Het is niet het enige delict waar Robert voor terecht staat. Op 22 januari liep hij bij de Blokker naar buiten met een stapel Dvd’s. “Ik dacht dat ze gratis waren”, zei hij tegen de politie. En op 29 april ontdekte een winkelbediende een fles Jack Daniel’s in zijn broekspijp. Op 2 juli zat het hem weer tegen: door omstanders werd Robert in de kraag gevat bij een filiaal van MCD Supermarkten. Hij sloeg ze van zich af met een stok, waaraan een draadje met lood hing. De politie heeft hem vervolgens, zo verklaart Robert, “als een zak aardappelen” in de auto gegooid. Met zijn hoofd begon hij te bonken tegen de autoruit, totdat het barste.

Daar zijn de rechters van onder de indruk. “Was u niet bang dat u uw hoofd zou bezeren?”, vraagt één van de drie rechters. Een collega: “U voelde zich daar niet prettig?” Op geen van de vragen geeft Robert een zinnig antwoord. Maar na lang aandringen heeft hij een verklaring voor het bonken tegen de ruit. “Het was een beetje een zelfmoordpoging.” De politie kreeg hem uiteindelijk in bedwang met pepperspray.

Robert zwerft al drie jaar en twee maanden door Nederland. Werk heeft hij hier nooit gevonden en daarom zocht hij zijn heil in de drank. “U heeft geen vaste woon- of verblijfsplaats”, merkt de rechter op. “U bent alcoholist, werkloos en heeft geen ziektekostenverzekering. Ook staat u niet ingeschreven. Als ik dit zo lees, vraag ik me af waarom u eigenlijk in Nederland blijft.”

Robert haalt zijn schouders op. “Ja”, zegt hij. “Goeie vraag.” Hij baalt ervan. “Ik wil een gezin, samenwonen. Niemand wil alleen zijn.” De rechter kan zich voorstellen dat hij hier moeilijk kan aarden. “In Polen heeft u niemand meer?”, vraagt hij. Nee, zegt Robert. “Mijn ex is weggegaan naar Engeland.” Robert heeft geprobeerd haar achterna te reizen, maar zou problemen hebben gekregen met de ambassade. De rechter dringt aan. “U heeft geen plannen meer om naar Groot Brittannië of Polen te gaan?” Hij pakt een rapport van de reclassering erbij. “Als u hier blijft, wordt de kans op herhaling hoog ingeschat. Daarom: heeft u plannen? Wat wilt u in Nederland onder deze omstandigheden?”

Robert: “Ik ben een gesloten mens. Ik drink. Ieder heeft zo zijn nadelen.”

Rechter: “Bent u niet bang dat het een keer helemaal mis gaat? Dat zo’n politieman er niet met twee sneetjes vanaf komt?”

Robert heeft van de reclassering vernomen dat de instelling Bouman GGZ hem van zijn alcoholverslaving af kan helpen. Daar zegt hij echt gemotiveerd voor te zijn. “Goed, u wilt zich inzetten om daaraan mee te werken”, stelt de rechter vast.

De advocaat van de politieman vindt dat de rechter wat te lichtvaardig deed over het letsel bij de politieman. “Hij heeft een permanent litteken, veel bloed verloren en angst gehad. De wond is gaan opzwellen, zijn oog ging helemaal dicht daardoor. 375 euro is redelijk en billijk.”

De officier van justitie hecht eraan te zeggen dat het slachtoffer zich voor de escalatie bekend gemaakt heeft als agent. Hij eist zeven maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Ook wil hij dat Robert zich laat behandelen bij verslavingszorg, met meldingsplicht. De 375 euro wil hij laten invorderen via de schadevergoedingsmaatregel, zodat de staat verantwoordelijk is voor het incasseren en uitbetalen.

De advocaat van Robert protesteert. Nog langer vastzitten heeft volgens hem geen nut: zijn cliënt zou het beste af zijn met hulp van deskundigen. Zodat hij aan “allerhande problemen” kan werken.

Het laatste woord is aan Robert. “Het spijt me”, zegt hij. Over twee weken doet de rechtbank uitspraak. Robert schudt de hand van zijn advocaat en wordt meegenomen door twee parketwachten.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.