Burger ziet overheid als geldkraan, overheid ziet burger als melkkoe

Het voornemen van het Openbaar Ministerie om de eigen miljoenen-tekorten te bestrijden met hogere boetes en zwaardere straffen, legt meer bloot dan justitiële geldnood. Het is een symptoom van een ranzige relatie tussen overheid en burgers, die elkaar steeds meer zien als bron van inkomsten.

Uitgever en boekhandelaar, alsmede redacteur van ‘Hollands Maandblad’.

Recht is wat de pot schaft, luidde de visie van Bul Super, bij leven zakenman in de wereld van heer Bommel en Tom Poes. Dit diepe juridische inzicht uit de strip van Marten Toonder lijkt thans letterlijk genomen te worden door het Openbaar Ministerie, indien men de berichtgeving in deze krant (14 & 15 september) mag geloven. Justitie zou overwegen de eigen miljoenentekorten te lenigen door vaker geldstraffen op te leggen in plaats van taakstraffen, en de verkeerboetes met 15 procent te verhogen. Er wordt nog wel te hard gereden, meldde de minister van Justitie, maar niet hard genoeg blijkbaar, want de opbrengsten waren vorig jaar toch wat ‘tegengevallen’. De Telegraaf wist zelfs te melden dat alle boetes voor lichte overtredingen ‘fors’ omhoog gaan ‘om de financiële gaten te dichten’. Een verkeerd geplaatste vuilniszak gaat de burger meer dan honderd euro kosten, en het achterlaten van een hondendrol buiten de daartoe aangewezen locaties meer dan zeventig.

Het OM ontkende overigens met klem enig verband tussen de eigen financiële nood en de aanpassingen van de strafrechtspleging – nu ja, men ontkende, maar dan toch met een voorbehoud. „Het is onjuist een direct verband te leggen tussen de begroting van het OM en de inkomsten uit geldboetes”, stipuleerde het Openbaar Ministerie. „De inkomsten uit geldboetes komen ten goede aan de Rijksbegroting en niet aan de OM-begroting. Het OM kan niet zelfstandig besluiten om in plaats van taakstraffen geldboetes te eisen. De voorstellen maken overigens wel deel uit van de brede heroverweging waar het toekomstige kabinet over zal moeten beslissen.”

Deze krant schamperde evenwel dat het niet eerder is voorgekomen dat bezuinigingen zo bepalend zijn voor de uitgangspunten van het justitiële beleid. In het hoofdredactioneel commentaar van 16 september heette het bozig dat „aan de publieke doelstellingen van het strafrecht: vergelding, preventie en rehabilitatie kennelijk het profijtbeginsel is toegevoegd”, ja dat „oneigenlijke mechanismen in de rechtshandhaving sluipen, die afbreuk kunnen doen aan het gezag en het rechtstatelijke karakter van justitieel optreden”. De legitimiteit van de overheid, klonk het streng, „komt er verder door in gevaar”.

Dat recht is wat de pot schaft, wilde er blijkbaar niet in bij deze krant. Desondanks staat het vast dat de invloed van het ministerie van Financiën op justitieel beleid niet van vandaag of gisteren is. Zo werd de meermanscel in 2002 op de agenda geplaatst door Financiën en niet door Justitie. En de rigoureuze bezuiniging op het OM in 2003, waarbij alleen al in Utrecht 20 procent van het totale aantal officieren van justitie verdween, kwam weliswaar door een budgetteerfoutje van het college van procureurs-generaal, maar werd al tijdens de formatiebesprekingen ingeboekt door aankomend minister van Financiën Wouter Bos. En dezelfde minister van Financiën wees in 2007 in zijn ‘startbrief’ over bezuinigingen bij de rijksoverheid juist het ministerie van Justitie aan als het departement waar het mes het diepst ingezet zou worden.

De onthutsing van de journalistiek over de justitiële werkelijkheid in Nederland zou misschien minder zijn indien men besefte dat de rechtstaat al decennia geleden bestond uit wetgeleerden die in het weekend hun tikmachine achterop de fiets bonden om thuis vonnissen te schrijven. Thans is dit uitgemond in een ‘bedrijfsmatige’ rechtspraak waarbij het afrekensysteem dicteert dat rechters per zaak in euro’s en per minuut worden afgerekend. Heel veel vonnissen worden trouwens niet eens meer geschreven door rechters maar door juridisch medewerkers. Als het al tot een vonnis komt, want door de capaciteitsproblemen wordt slechts 20 procent van de georganiseerde misdaad vervolgd, en ambieert het OM voor gewone delicten ‘een reële pakkans’ van 40 à 50 procent. Als het budget omhoog gaat, althans. Vandaar die hogere boetes voor vuilniszakken en hondendrollen, begrijpt u.

En ja, wij burgers begrijpen dat. Wij begrijpen de moderne ‘bedrijfsmatige’ aanpak van de overheid. Wij begrijpen ook de koel calculerende wijze waarop lokale besturen hun financiële gaten bedrijfsmatig vullen door parkeerboetes als ‘belasting’ te innen en de onroerendezaakbelasting als budgettair instrumentarium te gebruiken. Ons begrip voor de noden van de overheid is tamelijk rekkelijk. Maar wij burgers eisen in ruil ook begrip voor onze eigen koele calculaties.

Daarom innen wij met een stalen gezicht suspecte donaties van de overheid zoals ‘gratis’ schoolboeken (de meest ridicule bestuursmaatregel sinds het uitzetten van de koers van de Titanic), hypotheekrenteaftrek (zelden werden de rijken zo gemakkelijk rijker), subsidies voor buurtbarbecues (merendeels geïncasseerd door bovenmodale inkomens) en andersoortige onverklaarbare toeslagen (bijna 70 procent van de ambtenaren in schaal 17 en hoger op het ministerie van Binnenlandse Zaken ontvangt een periodieke bonus, en tot op heden krijgen ambtenaren in Amsterdam een toeslag ‘omdat ze in een dure stad werken’). Of het nu gaat om subsidies, voorzieningen of levensgeluk, wij burgers verlangen niet minder van de overheid – kosteloos en een beetje snel graag. Omgekeerd begeert de overheid ongeveer hetzelfde van ons burgers, maar noemt dat beleid.

In de relatie tussen de calculerende overheid en de calculerende burger is, kortom, iets verloren gegaan, en dat is niet de ondertoon van zelfzucht, eigenbelang en egotisme. De publieke zaak is een zonderling mengsel geworden van irrationeel en onvoorspelbaar nemen en geven, van systeembehoud en managementpraatjes over vernieuwing, van individuele schraapzucht en dolende burgerzin.

Dit maakt dat de samenleving kraakt van de paradoxen. Enerzijds wil 95 procent van de Nederlandse gemeenten niet eens weten of hun subsidiebeleid doeltreffend is (zo melden de lokale rekenkamers), anderzijds heeft de overheid het afgelopen decennium het aantal toezichthouders, controleurs en inspecteurs verdubbeld, hoewel ze ook de toezegging deed om de ‘toezichtlast’ met 25 procent omlaag te brengen. Enerzijds is de moderne burger niet te beroerd bedreigingen te uiten jegens bijna de helft van zijn lokale bestuurders, maar anderzijds geeft hij geen kik als blijkt dat 20 procent van alle gemeentelijke loonkosten opgaan aan extern personeel. Enerzijds heeft de politiek al jaren de doelstelling de overheid kleiner te maken, maar anderzijds blijft de ambtelijk-administratieve sector in Nederland significant groter dan in omringende landen.

Gelukkig komt alles goed met Justitie, belooft het OM. De redding schuilt in een nieuw ICT-systeem, Geïntegreerd Processysteem Strafrecht (GPS) genaamd, waarin alle informatie centraal wordt opgeslagen. Dat is goed voor de efficiëntie en de kwaliteit, melden de procureurs-generaal. Precies ditzelfde zei de overheid ook over de ICT-projecten bij het UWV (waar 90 miljoen verdampte), bij de ministeries van Financiën, Defensie en Binnenlandse Zaken (met elk een miljard aan grotendeels onafgemaakte projecten), bij Justitie (de bodemloze put van de automatisering bij de politie), Onderwijs (de Informatie Beheer Groep) en Gezondheidszorg (het elektronisch patiëntdossier had op 1 januari 2007 in werking moeten treden). Dat gps-systeem wordt vast ook zo’n overdonderend succes.

In dit perspectief is het wellicht geen wonder dat de overheid en de burger elkaar liefdeloos bejegenen als louter wingewest. Dat is lang vol te houden, zolang niemand ons maar wakker maakt uit de fantasie die modern leven heet, maar verdacht veel lijkt op alledaagse incompetentie. Want de overheid, dat zijn wij, helaas.